Britse EU-visie is 'ouderwets'

Een belangrijk thema in de gisteren gepubliceerde memoires van Tony Blair is de relatie van de Britten met de Europese Unie. Blair spreekt van „een gevaarlijk streven naar isolement”.

Tony Blair had dolgraag de eerste president van de Europese Unie willen worden. Dat erkende hij gisteren in een tussenzinnetje in een interview op de BBC, naar aanleiding van de publicatie van zijn memoires. Lang werd hij daarvoor ook genoemd in de herfst van 2009, maar de baan ging uiteindelijk naar de Belg Herman Van Rompuy.

Toen Blair in 1997 aan de macht kwam, was hij een van de meest pro-Europese Britse premiers ooit. In zijn memoires schrijft hij dat hij het betreurt dat hij zijn land niet dichter bij Europa heeft kunnen brengen. „Ik beschouwde de anti-Europese gevoelens als hopeloos, absurd ouderwets en onrealistisch. Ze kwamen ook voort uit een gevaarlijk streven naar isolement, een kortzichtige blik op de wereld die naar mijn idee de psychologie van het land negatief beïnvloedde.” De huidige premier David Cameron en zijn minister van Buitenlandse Zaken William Hague zijn uitgesproken eurosceptisch.

Blair had graag de euro willen invoeren. Hij was „verknocht” aan het economische waagstuk van de munt, maar kon het niet verkopen. Niet aan zijn kabinet en zeker niet aan de eurosceptische Britse pers. En ook over de Europese Grondwet – wat hij nog steeds een onzinnige benaming vindt – had Blair graag een referendum willen houden. „Ik wilde graag een grote publieke discussie op gang brengen over een kwestie waarover ik een sterke mening heb en waarin ik gelijk had.” Maar het Franse en Nederlandse ‘nee’ betekende dat die discussie er niet kwam. Bij zijn kabinet was er vreugde. Minster van Buitenlandse Zaken Jack Straw noemde de Franse tegenstem „groot nieuws”. En ook Blair besefte: „Het zou ook een au revoir zijn geweest als ik had verloren.”

Blair gelooft nog steeds in de noodzaak van echte Europese eenheid. „Over niet al te lange tijd zal geen enkel land, zelfs Duitsland niet, groot genoeg zijn om de druk te kunnen weerstaan van de echt grote landen, tenzij we de handen ineenslaan.”

Ook na zijn premierschap bleef Blair Europese ambities houden. „Ik genoot respect in Europa, maar ik had ook veel vijanden”, schrijft hij. De Franse president Nicolas Sarkozy steunde zijn kandidatuur voor het EU-presidentschap, maar de Duitse bondskanselier Angela Merkel geloofde er niet in.

Nog belangrijker was dat Blair in de herfst van 2009 de steun van de sociaal-democraten in het Europees Parlement verloor. Die vreesden een terugkeer naar een te pro-Amerikaanse koers en de tijd van Bush. Bovendien hadden ze al geëist dat de andere Europese topfunctie, de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheid, naar een sociaal-democraat zou gaan. Uiteindelijk kreeg de vrijwel onbekende Catherine Ashton die baan.