Beroemd in Limburg, helemaal thuis in de Tour

Jean Nelissen (74) was een rasverteller met kennis van zaken, een primeurjager met een bourgondische levensstijl. De Tour was hem op het lijf geschreven.

Toen internet nog niet bestond was Jean Nelissen de wandelende encyclopedie voor Nederlandse volgers in de Tour de France. Elke vraag over een historisch fietsfeit beantwoordde hij adequaat, naar later bleek. De senior NOS-verslaggever vertelde de junior NRC-verslaggever er ook altijd smakelijke anekdotes bij. Als tegenprestatie kwam er een borrel op tafel, desnoods ’s ochtends vroeg.

Voor de gisteren op 74-jarige leeftijd overleden Nelissen waren wielrennen, journalistiek, doping, alcohol en nicotine onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hij liet zich in 1967, een maand na de dood van de gedrogeerde Tom Simpson, als experiment met amfetamine injecteren. Wat bleek? Niet gedrogeerd reed het proefkonijn langzamer dan wél gedrogeerd. Het bewijs was er: de spuit werkt prestatiebevorderend. Zijn verhaal in de Haagse Post werd verkocht aan buitenlandse kranten.

Tot aan zijn dood koesterde Nelissen zijn glas en zijn sigaar. Hij was ambassadeur van het Nederlands Jenever Genootschap. Maar de alcohol werd de laatste jaren steeds meer „een hulpmiddel om dingen te vergeten”, zei hij in 2007 in een gesprek met ex-werkgever De Limburger. De kinderloze Nelissen was gescheiden en door andere oorzaken veel geld kwijt geraakt. „Ik ben het slachtoffer van mijn eigen naïviteit.”

Nelissen was als verslaggever en later chefsport van De Limburger een chroniqueur én primeurjager die zowel bij wielrennen als voetbal uitstekend was geïnformeerd. In Maastricht en omgeving stond hij niet alleen journalistiek op een voetstuk, in het uitgaansleven was het Jean voor en Jean na. De Limburgse voetbalhelden Willy Dullens en Willy Brokamp waren zijn vrienden. Hij was, naar eigen zeggen, bekender dan de burgemeester en de gouverneur samen.

Landelijke bekendheid kreeg Jean Nelissen door zijn NOS-commentaar in met name de Tour de France. De fulltime- en de freelancebaan gingen volgens de workaholic prima samen, maar De Limburger klaagde over zijn vaak lange verblijven in het buitenland. Dreigend ontslag wist hij af te wenden. Zijn landelijke bekendheid was toch zeker een pré voor een regionale krant! In 1994 zou hij toch vervroegd met pensioen gaan. De leiding van de krant weigerde naar verluidt zijn tweehonderd niet-opgemaakte vakantiedagen uit te betalen.

Bij de NOS werd hij midden jaren negentig ook bedankt voor bewezen diensten – als Tourverslaggever. De publieke omroep wilde een eigen kracht opleiden en niet langer afhankelijk zijn van een oudere freelancer. Als troost mocht Nelissen filmpjes maken voor De Avondetappe. Het waren miniatuurtjes waarin hij het rijke Franse leven, compleet met drank en spijs, schilderachtig becommentarieerde.

Ruim twintig jaar had hij met Mart Smeets verslag gedaan van de Tour. Er was een duidelijke rolverdeling, zeker de laatste jaren. Nelissen vertelde met zijn bronzen stemgeluid vooral feitjes en anekdotes, Smeets had meer oog voor het koersverloop. Nelissen, door zijn collega achter de microfoon liefkozend De Neel genoemd, kon gedemarreerde renners vanuit de lucht gezien (helikoptercamera) minder snel herkennen. Er was wederzijds respect, ze deelden een voorliefde voor dure restaurants en belangstelling voor beroemdheden.

Zo schreef Nelissen dit jaar in de laatste van zijn meer dan twintig sportboeken over ontmoetingen met de groten der aarden. Alain Delon, Muhammad Ali, Sophia Loren, prinses Gracia: hij kwam ze tegen, ontlokte hun uitspraken, ging met hen op de foto.

Opgeklopte verhalen of niet: Jean Nelissen was meer dan een doorsnee wielerverslaggever. Hij interviewde ook politici en artiesten, hij was bevriend met streekgenoot Toon Hermans. Hij beheerde onroerend goed en was in de bloei van zijn journalistieke leven een vermogend man. Zo bewoonde hij een poosje een klein kasteel in het Geuldal, langs het parcours van de Amstel Goldrace. „Aardig optrekje, vind je niet Jean”, zei Smeets als de camera weer eens inzoomde op het buitenverblijf.

De bourgondische levenswijze eiste zijn tol. Nelissens gezondheid ging de laatste jaren achteruit. Hij kon niet wennen aan het anonieme leven, zo vertelde hij onlangs aan een verslaggever van de Limburgse tv-zender L1 die op ziekenbezoek kwam. „Ik werd elk moment omringd, nu zie ik alleen maar kale ziekenhuismuren.”