Beleggers bezorgd over controle

De AFM publiceerde gisteren een zeer kritische studie over accountants. Beleggers maken zich zorgen. Accountants sussen, maar zien ook dat de AFM een punt heeft.

Het was te verwachten. Grote beleggers zijn direct in het geweer gekomen tegen accountants. Hun vereniging Eumedion stuurde gisteren direct na verschijning van een kritisch AFM-rapport een uitnodiging aan de het Nivra, de beroepsgroep van de accountants, en aan de Big Four (Deloitte, PriceWaterhouseCoopers, Ernst & Young en KPMG), omdat ze uitleg willen. Hun zorg: zitten er belangrijke onjuistheden in jaarverslagen van beursgenoteerde ondernemingen?

Gisteren publiceerde de Autoriteit Financiële Markten een kritisch rapport over de accountantscontroles van jaarrekeningen. In 29 dossiers trof de toezichthouder ernstige tekortkomingen aan. Accountants baseren zich te veel op ontoereikende informatie, er is soms te weinig interne kwaliteitscontrole bij de organisaties en de houding is niet altijd professioneel-kritisch genoeg. Volgens de AFM is er een risico dat er fouten blijven zitten in jaarrekeningen.

„We nodigen Eumedion direct uit”, zegt directeur Berry Wammes van het Nivra. „Ik kan me hun reactie goed voorstellen. In het voorwoord van het rapport zegt de AFM dat de Grote Vier 80 procent van de markt verdelen en dat er in 60 procent van de rapportages fouten zijn gevonden. Als je dat zoals Eumedion een beetje optelt en aftrekt kom je tot de conclusie dat de helft van de jaarrekeningen niet klopt.”

Het Nivra reageerde daarom gisteren ook direct dat het AFM-rapport „suggestief is”. In geen van de gevallen is de accountantsverklaring ten onrechte verstrekt. Volgens het Nivra gaan veel van de discussies tussen AFM en accountants ook over vormvereisten en niet over inhoudelijke fouten.

Voor de accountants is het lastig reageren. De incidenten en feiten daarin vinden ze zelf ook „ernstig”. Maar in reacties die Nivra en drie van de vier grote accountantorganisaties binnen twee uur na publicatie verstuurden, gebruiken ze ook termen als „agressief” , „suggestief” en „voorbarig”.

„Wij zijn nog in gesprek met de AFM over een paar gevallen”, zegt bestuurder Giljam Aarnink van Ernst & Young. „Dit gaat over de jaarrekeningen van 2008. Wij vragen ons af waarom de AFM niet heeft kunnen wachten tot die discussies zijn afgerond. Waarom deze haast?” De AFM heeft aangegeven ook met een ander accountantskantoor nog in gesprek te zijn over sommige van de dossiers uit het onderzoek.

Ook zijn de accountants ongelukkig dat de AFM aankondigt dat mogelijk boetes op te leggen aan organisaties, of accountants voor de tuchtrechter gaat dagen. „Het is uitstekend als ze dat doen, graag zelfs. Maar dan moet je het ook pas aankondigen”, zegt Wammers. „Anders laat je het zieke dier nog maanden spartelen, voor je het afschiet”, zegt Wammes. „En de hele beroepsgroep wordt op die individuele gevallen aangekeken.”

Maar er is niet alleen verongelijktheid. In de kern van de kritiek van de AFM, accountants zijn nog onvoldoende professioneel-kritisch, herkennen ze zich. „Die discussie gaan wij ook voortdurend aan met de accountantsorganisaties”, zegt Wammes, „wij maken ons daar ook zorgen over”, zegt hij. Aarnink noemt het bij Ernst & Young een punt dat al lang de aandacht heeft van het bestuur en dat ook nog steeds heeft. „Het blijft soms moeilijk om voldoende afstand te nemen van de cliënt. Wij zouden ook liever zien dat niet het management de accountant contracteert, maar de commissarissen. Dat schept meer afstand.”

Maar Aarnink waarschuwt ook dat de houding van de AFM averechts kan werken. „Ze interpreteren de regels heel letterlijk. Het risico bestaat dat ze accountants zo dwingen formalistisch te worden, dat deze alleen maar op safe gaan spelen.” Ook is hij bang dat sommigen het beroep vaarwel zeggen. „Ze voelen zich onterecht bekritiseerd. Of, een andere groep, neemt de kritiek heel serieus en wil niet meer bij de beroepsgroep horen.”

Het Nivra heeft nog een andere zorg. Wammes: „Toezichthouders hebben ook een politieke agenda. Ze willen zich manifesteren. Maar dat mag niet ten koste gaan van accountants die integer hun vak uitoefenen.”