Als de mijn huilt, weet je dat hij onveilig is

Chileense kompels koesteren het gevaar in de mijnen . Het maakt hun beroep het mooiste ter wereld, zeggen ze. „De angst verdwijnt, maar de spanning blijft.”

Philip de Wit

In een mijn werken is verslavend. Het permanente besef dat het fout kan gaan, verhoogt de adrenaline, vertelt José Vega, een mijnwerker van 70 jaar. Hij zegt het zo: „Juist als er gevaar is in een mijn, dan voelt hij als jouw eigen huis.”

Vega is de vader van de 31-jarige Alex Vega, een van de 33 ingesloten kompels van de San José-mijn in Chili. Op het terrein van de mijn staat hij stoïcijns voor zich uit te kijken. Op zijn hoofd draagt hij een witte helm, al zal Vega voorlopig geen stap meer onder de grond zetten.

Al sinds zijn achttiende werkt Vega senior in mijnen en nog steeds kan hij er geen genoeg van krijgen. Tegenwoordig werkt hij niet meer voor een baas, maar heeft hij zijn eigen kleine mijn in de buurt van de koper- en goudmijn San José.

Iedereen, zegt Vega, wist dat San José een riskante, onstabiele mijn was. „Als de mijn huilt, weet je dat hij onveilig is. In de deze mijn zag je voortdurend water naar beneden komen. Op gezette tijden hoorde je de grond grommen, eveneens een signaal.”

In de afgelopen jaren zijn er vaker dodelijke ongelukken gebeurd. Een man verloor recentelijk zijn been nadat er stukken steen op waren gevallen.

Vega heeft een afgeleefd gezicht dat opklaart zodra hij over het werk praat. Chili is de grootste koperproducent ter wereld, en hier in Noord-Chili is de regio waar het gebeurt, zegt hij. „Het is normaal dat je in de mijn gaat werken. Een beetje risico hoort erbij. En het betaalt goed. Mijn zoon is als het ware in de mijn geboren. Logisch dat hij ook dit werk is gaan doen.”

Op 5 augustus, de dag dat de mijn instortte, besloot hij zelf een reddingsactie te ondernemen. Met een zestal andere mijnwerkers, onder wie een broer van Alex, ging hij de mijn in, op een moment dat niemand van het bedrijf oplette. „Ik wilde niet het officiële reddingswerk afwachten.”

Eenmaal in de mijn werd het te gevaarlijk. „Grond kwam naar beneden zetten. We moesten terug”, vertelt Vega.

De Chileense president Sebastián Piñera waardeerde de spontane en gewaagde actie en gaf Vega een onderscheiding. Sindsdien heeft hij onbeperkt toegang tot de locatie waar de reddingswerkers aan de gang zijn.

Werken in een mijn draait om spanning, saamhorigheid, vriendschap en om het sfeertje van mannen onder elkaar, tijdelijk afgesloten van de rest van de wereld. Elian Soto, een werknemer van de San José-mijn zegt: „Je collega´s zijn je familie. Daar breng je de meeste tijd door. Je praat over voetbal, vrouwen, je familie, je toekomstplannen. We maken grappen. Zelfs als we vrij zijn spreken we met elkaar af, gaan we samen naar het strand.”

Juist deze saamhorigheid en vriendschap zijn een voordeel voor de 33 mannen die zevenhonderd meter diep onder de grond vastzitten, zegt Jorge Diaz, coördinator van het medische team, dat de reddingsactie begeleid. „Er zullen daardoor minder snel ruzies ontstaan. Maar we sturen ze wel boodschappen met instructies hoe conflicten kunnen worden vermeden of opgelost, want hoe langer het duurt, hoe zwaarder de mentale druk.”

Elian Soto onderschrijft de mening van Diaz. „Na twee maanden zal het heel moeilijk worden voor de jongens”, voorspelt hij.

De afgelopen weken heeft Soto regelmatig God bedankt. Zijn ploegendienst zat er toevallig de dag voor het ongeluk op. En Soto deed riskant werk. Hij bediende de boormachine. Hij zegt: „Het had zo maar anders kunnen lopen.”

Toch peinst hij er niet over ander werk te doen. „Ik heb vanaf mijn eerste dag in de mijnbouw genoten van dit werk”, zegt hij. En natuurlijk herinnert hij zich die dag nog. De trage lift naar beneden. De diepte. De afwezigheid van daglicht. De duisternis. Het isolement. „Alles was onbekend”, zegt hij.

Een ervaren mijnwerker kent volgens Soto geen angst, wel heeft hij respect voor de mijn. De boel kan een keer instorten. Iedereen kent die verhalen. In het begin is iedere kompel bang, maar daarna verdwijnt die angst. Dan volgt de gewenning. „Maar de spanning blijft”, zegt hij, „die raak je nooit kwijt.”

De 50-jarige Soto zit al 30 jaar in het vak. Op verschillende plekken in het land werkte hij in de mijnbouw, ook in de grote mijnen van staatsbedrijf Codelco. Maar in de San José mijn, een middelgrote, werkt hij pas sinds april. Het verschil met de grote mijnen is, volgens hem, in het bijzonder de handhaving van de veiligheidsvoorschriften. Dat kost namelijk geld.

„En dat hebben kleinere mijnenbedrijven, zoals de eigenaar van San José, niet altijd”, volgens Soto. „Bovendien hebben grotere ondernemingen ook betere apparatuur en machines om mee te werken. Daarmee verklein je eveneens de kans op ongelukken.”

Het werk hoeft volgens Mario Hinojosa, een oud-mijnwerker, niet gevaarlijk te zijn, zolang de regels maar worden nageleefd. Een ongeluk heeft vaak te maken met het negeren van de veiligheidsvoorschriften.

Hinojosa komt uit Zuid-Chili. In zijn handen houdt hij een beeld van de heilige Sint Laurens, alsof het een baby is, gewikkeld in een jas. „Ik had beloofd een Sint Laurens hier te brengen als de mannen levend zouden worden gevonden. Die belofte kom ik vandaag na.”

Mijnwerker zijn is de mooiste baan van de wereld, volgens Hinojasa. „Ik ben gepensioneerd, maar als ik kon, zou ik zo weer ondergronds gaan.”