20 miljoen voor goede uitslag

Het Pakistaanse cricket is in de greep van een omkoopschandaal.

Geldgebrek maakt jonge Pakistaanse sporters kwetsbaar voor omkoping.

Mohammad Amir werd vrijdag op slag een bekende Pakistaan. De jonge cricketer bowlde in het statige stadion van Lord’s, in Londen, met zijn eerste tien ballen liefst vier Engelse batsmen uit, zonder één run te incasseren. Een ongekende prestatie, zeker in een testmatch – en al helemaal voor een achttienjarige fastbowler. In zijn geboortestad Gujjar Khan zouden ze hem als een held binnenhalen, hem vergelijken met Wasim Akram of Imran Khan, de sterren die het trotse cricketland in 1992 wereldkampioen hadden gemaakt.

De Pakistaanse sportwereld kon wel wat goed nieuws gebruiken; niet alleen omdat het ramadan is of omdat het land gebukt gaat onder de zwaarste overstromingen sinds mensenheugenis. Sinds de politieke en religieuze gewelddadigheden van de afgelopen zes, zeven jaar verkeert de sport er in een zwart gat zonder bodem. Internationale hockey- en cricketteams komen al jaren niet meer naar Karachi, Rawalpindi of Lahore. De nekslag was een bloedige aanslag op de spelersbus van de nationale cricketploeg van Sri Lanka, op weg naar het stadion van Lahore, anderhalf jaar geleden. Niet voor niets speelde de Pakistaanse cricketploeg vorige maand een ‘thuiswedstrijd’ in Londen, tegen Australië.

Maar hoe goed Mohammad Amir ook presteerde, vorige week vrijdag, hij haalde de voorpagina’s van de Engelse kranten om een heel andere reden. Hij werd het middelpunt van een corruptieschandaal dat zijn carrière voorgoed kan breken. Amir en en zijn maatje Mohammad Asif hadden zich volgens undercoverjournalisten van News of the World tijdens diezelfde testmatch op Lord’s schuldig gemaakt aan spot fixing, een vorm van corruptie die wordt uitgelokt door illegale wedkantoren, veelal uit India.

De Pakistaanse spelersmakelaar Mazhar Majeed had de twee cricketers geld geboden als zij op een afgesproken moment een no ball zouden bowlen. Dat is een ongeldige worp waarbij ze alleen maar met hun voet een stukje over de lijn moesten stappen. En dat gebeurt heel vaak, maar dan per ongeluk, zodat niemand ervan opkijkt. Een no ball levert de tegenpartij een run op, maar is zelden beslissend voor het wedstrijdverloop. Maar een buitenstaander die het moment waarop zo’n no ball wordt gebowld ‘voorspelt’, kan er een hoop geld mee verdienen. Net als de speler die de voorspelling moet waarmaken.

Cricket, zeker op het Zuid-Aziatische subcontinent, leent zich bij uitstek voor vlugge weddenschappen op individuele incidenten binnen de wedstrijd. Alleen al in één (vijfdaagse) testmatch worden 2.700 ballen gebowld – elke bal wordt apart genoteerd. In de illegale wedkantoren in India en Pakistan, en elders in Azië, kunnen gokkers op vrijwel elke bal inzetten en voorspellen wat ermee gebeurt; of hij wordt gevangen, of het veld uit geslagen, hoeveel runs worden gemaakt, of er een wicket valt – en op welke manier. Maar ook of de bowler een no ball bowlt. Wie een speler op het veld in zijn macht heeft kan in korte tijd schatrijk worden.

Cricket in Azië is de sport van de enorme aantallen en bedragen. In India en Pakistan zitten honderden miljoenen mensen aan radio, tv of internet gekluisterd bij een belangrijk duel. De financiële belangen van bonden, sponsors en tv-zenders zijn explosief gegroeid sinds de introductie van de Indian Premier League (2008), waarvan de waarde wordt geschat op 3,2 miljard euro. En weddenschappen zijn zo populair, in heel Azië, dat één correct voorspelde uitslag al 20 miljoen kan opleveren.

Er is één schrijnende tegenstelling op dat subcontinent: een Indiase topper is door een torenhoog salaris en sponsorinkomsten miljonair voor zijn twintigste; zijn Pakistaanse collega krijgt bijna niets – een rechtstreeks gevolg van de bloedige onlusten in Pakistan. Interlands zijn er niet meer en Pakistanen worden sinds de terroristische aanval op de Indiase stad Mumbai, in november 2008, geweerd uit de Indiase miljoenencompetitie. Bij die aanslagen, uitgevoerd door Pakistanen, kwamen zeker 173 mensen om het leven.

Geldgebrek en frustraties over hun situatie maakt jonge Pakistaanse topsporters kwetsbaar voor praktijken als spot fixing. Ze zijn bovendien opgegroeid in een land waar corruptie overal en dagelijks zichtbaar is.

Als de Pakistanen zich hebben laten gebruiken voor deze gokmethode, hangt de jonge internationals een jarenlange schorsing boven het hoofd. Daarmee zou Mohammad Amir ongewild in het voetspoor treden van zijn jeugdheld Wasim Akram, die dertien jaar geleden al werd verdacht van omkoping bij cricketwedstrijden.

Pakistan heeft er sinds de laatste testmatch in Londen een probleem bij. In plaats van de jonge Amir toe te juichen als de rijzende ster in een trotse cricketnatie joegen woedende inwoners van Lahore deze week ezels door de straten waarop de namen van de Pakistaanse cricketers waren geplakt.