Zwart-wit, rijk-arm

De nieuwbouw in de vinexwijken heeft voor toenemende segregatie gezorgd in de steden. Hoge en lage inkomensgroepen, blanke en gekleurde burgers, gezinnen en alleenstaanden wonen en leven gescheiden van elkaar. Tegelijkertijd heeft de aanpak van oude wijken ervoor gezorgd dat daar juist sprake is van desegregatie.

Deze conclusies zijn te lezen in het rapport Nieuwbouw, verhuizingen en segregatie dat het Planbureau voor de Leefomgeving gisteren uitbracht, op basis van een onderzoek in de stadsregio’s Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Tilburg, Groningen en Arnhem in de periode 1999-2005. Ze verbazen niet echt, maar een dergelijk nauwgezette studie was niet eerder verricht. Interessant is vooral wat de politiek zal doen met het gemengde beeld dat de bevindingen van het planbureau hebben opgeleverd. En vooral of de reflex zal zijn: segregatie is een groot probleem dat we moeten bestrijden.

De onderzoekers zijn daar wel vanuit gegaan. Het laatste signaal dat vanuit ‘Den Haag’ werd afgegeven, was ook niet mis te verstaan. Dat was in november van het vorig jaar afkomstig van de toenmalige en toen net aangetreden minister van Wonen, Wijken en Integratie, Van der Laan (PvdA). „Het tegengaan van segregatie staat voorop”, schreef de huidige burgemeester van Amsterdam toen in zijn ‘Integratiebrief’.

Zonder twijfel is segregatie in het onderwijs, de ‘zwarte’ en ‘witte’ scholen, een kwestie, gezien de evidente prestatieverschillen. Maar onder sociologen steekt regelmatig toenemende twijfel de kop op of de concentratie die bepaalde bevolkingsgroepen soms zelf wensen, hun integratie in de samenleving inderdaad zo tegengaat. Moet de overheid zo sturen dat spreiding met harde of zachte drang wordt gerealiseerd?

De problemen die worden verbonden aan eenzijdig samengestelde buurten, verdienen het uiteraard te worden aangepakt: criminaliteit, publieke verloedering, het ontstaan van getto’s. Herstructurering en permanent onderhoud van die wijken blijft geboden, net als beter onderwijs. Deze directe aanpak verdient de voorkeur boven het op geforceerde wijze doen ontstaan van een gemengde bevolking elders.

Segregatie is tot op zekere hoogte onvermijdelijk. Er zullen altijd lagere en hogere inkomensgroepen zijn – en dus moeten er altijd goedkopere en duurdere woningen zijn. Dat burgers carrière maken en bijvoorbeeld van een huurwoning in een oude wijk verhuizen naar een koopwoning aan de rand van de stad, hoort bij hun ontwikkeling. Soms duurt dat een generatie, soms nog langer.

Het mengen van bevolkingsgroepen gebeurt vaak later vanzelf: een kwestie van emancipatie. Dus nu er volgens de prognoses de komende tien jaar nog eens 800.000 woningen in de stadsgewesten moeten worden gebouwd, en daarmee de kans groot is dat segregatie wéér toeneemt, mag de vraag worden gesteld: is dat eigenlijk wel zo’n sociaal probleem? Of wordt er een politiek probleem van gemaakt?