Winnaar die historische nederlaag leed

Necrologie

De gisteren overleden oud-renner Laurent Fignon won tweemaal de Tour. Zijn nederlaag in 1989, met acht tellen verschil op LeMond, overschaduwt zijn zeges.

Dinsdagmiddag tegen vieren, 24 juli 1984, tikt Laurent Fignon plotseling een toeschouwer op de rug bij het Azencriterium in het Belgische Ronse met de vraag om hem even te helpen zijn fiets over de omheining te zetten. Gele trui, sluik haar, brilletje. Aardige man. Hij oogt in het echt wat iel en kwetsbaar, lang niet zo groot en onaantastbaar als op televisie.

Is dit de 23-jarige toprenner die de drie weken hiervoor meedogenloos heerste in de Ronde van Frankrijk? „Nog twee Alpenritten en het peloton ligt op zijn knieën vol bewondering voor die blonde geweldenaar”, schreef wielerverslaggever Guus van Holland na de glorieuze zege van Fignon op La Plagne. En toen moest zijn machtige uithaal naar de mistige top van het Zwitserse Crans Montana nog komen. Vijf ritzeges, eindwinnaar met 10.32 minuut voorsprong op Bernard Hinault, de oude heerser die voor de Tour nog had gedreigd dat hij wel eens even zou laten zien wie er nu echt de sterkste was.

Fignon, die gisteren in Parijs op vijftigjarige leeftijd overleed aan de gevolgen van kanker, was in de zomer van 1984 op het toppunt van zijn roem. De studentikoos ogende Parijzenaar, bijnaam Le Professeur, leek de hegemonie te hebben overgenomen van Hinault en zou de Tour nog jaren kunnen domineren. Het publiek was dol op de spectaculaire aanvaller, de pure winnaar. Vooral door blessureleed liep zijn carrière anders. Pas in 1989 duelleerde hij weer om de Tourzege, een zinderende strijd met de Amerikaan Greg LeMond. Fignon verloor die Tour met acht seconden, het kleinste verschil ooit. Zo leeft de pure winnaar vooral voort door een dramatische nederlaag.

In de herfst van 1982 brak de ontdekking van de gerenommeerde Franse ploegleider Cyrille Guimard internationaal door. Fignon leek op weg naar de overwinning in de klassieker Parijs-Tours, toen plotseling zijn trapas brak en hij met een pedaal aan de voet langs de kant van de weg zijn concurrenten voorbij zag razen. Een jaar later debuteerde hij in de Tour voor de Renault-ploeg, die kopman Hinault moest missen wegens een knieblessure. Joop Zoetemelk en Lucien van Impe golden als favoriet voor de eindzege, misschien konden de Ier Sean Kelly of klimmer Peter Winnen voor een verrassing zorgen.

In de Pyreneeënrit naar Luchon pakte de jonge Fransman Pascal Simon de gele leiderstrui. De kopman van Peugeot brak de volgende dag na een val zijn schouder, zette door en werd door de Franse fans aanbeden als martelaar. Weinigen hadden toen al oog voor de jonge Renault-renner, die bijna stiekem was opgeklommen naar de top van het klassement. Toch was het Fignon die na de onvermijdelijke opgave van Simon het geel pakte, een aanval van Winnen en de Spanjaard Angel Arroyo afsloeg en zijn eerste Tour won.

Samen met LeMond gold hij als aanvoerder van een nieuwe generatie wielrenners, zeker nadat hij een jaar later zijn voormalig ploeggenoot Hinault (vertrokken naar La Vie Claire) verpletterde in de Tour. Ze rekenden af met de heersende machtsstructuren en verouderde trainingsmethodes. „Greg en ik wonnen als enige twee grote rondes zonder de traditionele weg te volgen”, zei Fignon in 1992 in dagblad Trouw. „Je zou kunnen zeggen dat wij geen wollen broekjes meer dragen.”

Na zijn twee opeenvolgende Tourzeges kwamen er blessures, geruchten over dopegebruik, irritaties en kritiek. Fignon keerde zich meer en meer af van de buitenwereld. „Sommige renners hoeven er geen moeite voor te doen om positief over te komen, sommigen moeten zich veel inspanningen getroosten om hun slechte kanten te verbergen. Ik hoor tot de categorie die vindt dat de mensen me maar moeten nemen zoals ik ben. Ik ben wel geboren als een kampioen, maar niet als een publiek persoon.”

In zijn autobiografie We waren jong en zorgeloos gaf hij vorig jaar gebruik van amfetaminen en cortisonen toe, in de jaren tachtig gangbare dopingmiddelen in het peloton. Een verband met kanker? „Ik weet het niet.”

Hij won de Waalse Pijl, tweemaal Milaan-Sanremo, in 1989 de Ronde van Italië (na een hongerklop van leider Erik Breukink). En hervond dat jaar zijn grote vorm in de Tour. Het geel ging van LeMond naar Fignon, terug naar LeMond en opnieuw naar Fignon. Maar vijftig tellen voorsprong bleek in de slottijdrit over 24,5 kilometer niet genoeg. Fignon zat huilend aan de finish in Parijs. Later die dag spuugde en schopte hij naar camera’s die hem volgden.

Ondanks zijn nukken werd hij gisteren door de wielerwereld met warmte herdacht. „Een groot kampioen”, zei Hinault in het NOS Sportjournaal. „Aardige jongen”, typeerde Winnen. „Een uniek mens”, vond LeMond. Ook pers en publiek hadden de in 1993 gestopte renner allang weer in de armen gesloten. In de Tour van 2010 imponeerde hij door tussen de chemokuren door met schorre stem dagelijks commentaar te geven voor de Franse tv.

Een maand later overleed Fignon, die na zijn laatste ritzege in de Tour van 1992 zelf vertelde hoe hij ooit het liefst zou worden herinnerd. „Een moedig renner, die met overgave koerste en zich onderscheidde van de rest.”