Rijkgeschakeerd Festival Oude Muziek

Klassiek Festival Oude Muziek, met o.a. Le Parnasse Français, Il Gardellino en Le concert spirituel. Gehoord: 28/8 en 30/8 Utrecht. T/m 5/9, Inl. oudemuziek.nl. ***

Met het thema ‘Lodewijk de Veertiende’ heeft het Festival Oude Muziek in Utrecht dit jaar een scherpe en eenduidige keuze gemaakt. Dat er toch een rijkgeschakeerd programma kwam, komt natuurlijk vooral doordat de ‘Zonnekoning’ het hofleven zélf tot een overvloedig kunstwerk verhief.

Dat gold ook voor de religieuze praktijk. In de koninklijke kapel van Versailles werden onder meer de ‘Grands motets’ ontwikkeld: grootschalige, indrukwekkende religieuze composities met orkest, koor en solisten die in allerlei combinaties optreden. Eén van de hoogtepunten van het festival was het concert van Le Parnasse Français met grands motets van hofcomponisten als Lully, Campra en Lalande, uitgevoerd met een perfecte balans tussen grootse pracht en praal en intieme devotie.

Het motet Usquequo domine van Henri Desmarest (1661-1741) is ook door de geschiedenis ontroerend: Desmarest was op de vlucht voor een dreigend doodvonnis, en probeerde via zijn composities weer in het gevlei te komen bij Lodewijk. De hartverscheurende muziek op teksten als ‘Hoe lang nog, Heer, zult u mij vergeten?’ draagt dus een dubbele lading.

Kleinschaliger ‘petits motets’ van Lodewijks hoforganist François Couperin waren later op de avond te horen bij het ensemble Il Gardellino van de Vlaamse traversist Jan De Winne. De uitvoering was soms prachtig (bijvoorbeeld het duet Domine Salvum fac Regem), maar dit programma, met onnodige instrumentale liflafjes, was voor de late avond te lang.

De uitvoering van delen uit André Campra’s opera Le carnaval de Venise (1699) door dirigent Hervé Niquet met zijn orkest Le concert spirituel was weer het tegenovergestelde. Van een verhaal was niets meer te herkennen, en ook de muziek – in allerlei stijlen, Frans en Italiaans door elkaar – werd met sneltreinvaart uitgevoerd. Het leidde soms tot het gewenste energieke en vitale klankresultaat, maar kwam af en toe ook simpelweg gejaagd over.

In de uitstekende solistencast viel vooral mezzosopraan Isabelle Druet op in de dubbelrol Minerva/La Fortune. Ze is precies het soort zangeres dat je bij een concertante opera-uitvoering wilt hebben, met niet alleen een prachtige stem, maar ook een aansprekende theatrale uitdrukking die reikt van angstaanjagende machtswellust tot de allermildste genegenheid.