'Rebelsheid, engagement, een utopisch verlangen'

Het Cobra Museum wil meer laten zien dan alleen Cobra-kunstenaars. „Zij waren gericht op een radicaal nieuwe kunst. Dat willen wij ook zijn.”

Amstelveen 31-8-2010 Katja Weitering directie van het Cobramuseum Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

De rode bakstenen gevel van het Cobra Museum voor Moderne Kunst in Amstelveen ziet er nog net zo strak en modern uit als toen het pand in 1995 werd opgeleverd. Achter de glazen puien op de begane grond zie je de kleurrijke schilderijen van Karel Appel en consorten al van verre hangen. Vijftien jaar staat het gebouw van architect Wim Quist er nu, een jubileum waar dit seizoen door het museum uitgebreid bij wordt stilgestaan.

Maar zo jong als het museum zijn mag, zo turbulent is zijn geschiedenis. Al na vier jaar, in 1999, raakte het de bruikleencollectie kwijt waarop het gegrondvest was: zakenman Karel van Stuijvenberg trok zijn verzameling terug na een financieel conflict met de directie. In één klap was het museum een gebouw zonder collectie en moest het op veilingen nieuwe Cobra-werken zien te verwerven. Ook zag het museum de afgelopen vijftien jaar directeuren komen en gaan. De laatste, John Vrieze, overleed vorig jaar na een lang ziekbed.

En nu zitten er opeens twee vrouwen achter de directietafel. Hoofd algemene zaken Els Ottenhof was al adjunct-directeur en is nu benoemd tot zakelijk directeur. Conservator Katja Weitering krijgt de artistieke leiding. Officieel is het duo al sinds 1 augustus in functie, maar omdat Weitering onlangs een baby kreeg, is vandaag haar eerste werkdag.

De afgelopen twee jaar hebben jullie ook al samen de taken van de directeur waargenomen. Dat beviel blijkbaar goed?

Ottenhof: „Toen John ziek was, hebben we lang gedacht dat het goed zou komen. Maar er moesten ook nieuwe plannen worden geïnitieerd. Je kunt zo’n lange periode niet teren op oude afspraken. Zo zijn we, heel naturel eigenlijk, in deze functie gerold.”

Weitering: „Het was ons voorstel om een tweekoppige directie te vormen. We hadden al artistieke ideeën, en de financiële middelen om die te realiseren. Die plannen wilden we voortzetten.”

Het valt op dat het Cobra Museum de laatste jaren steeds spannender is gaan programmeren, met veel jonge, hedendaagse kunst.

Weitering: „Cobra zal altijd ons ijkpunt blijven. Cobra was een beweging van de toekomst, met kunstenaars die gericht waren op een radicaal nieuwe kunst. Dat willen wij ook zijn. Het algemene beeld van Cobra is die hele kleurrijke, vitale kunst, door de kindertekening geïnspireerd. Maar Cobra was meer dan dat. Het waren kunstenaars die heel sterk op hun eigen tijd reageerden, zich lieten beïnvloeden door marxisme en communisme, die experimenteerden met technieken en materialen. Wij hebben onszelf de vraag gesteld: hoe zien we die kernwaarden terug in de actuele kunst?”

Wat zijn die criteria precies?

Ottenhof: „Rebelsheid, maatschappelijk engagement, experiment, een utopisch verlangen.”

Weitering: „Een mooi voorbeeld is de tentoonstelling die we komend jaar organiseren over volkskunst. Dat is echt een thema van nu. Het heeft te maken met nationale identiteit, met tradities en een verlangen naar ambacht. Als je die oude pamfletten van Cobra-kunstenaars leest, zie je dat zij het daar zestig jaar geleden ook al over hadden. Constant schreef heel idealistisch over volkscultuur. Hij vond dat mensen terug moesten naar de oerbronnen van hun cultuur. Hij zei, toen al, dat in ieder mens een kunstenaar schuilt.”

Het Cobra Museum krijgt geen structurele subsidie van rijk of gemeente. Het museum is daardoor vanaf het begin heel actief geweest in sponsorwerving. Merken jullie iets van de recessie?

Ottenhof: „Die zakelijke manier van denken zit in dit museum in onze genen ingebouwd. Zo hebben we onlangs het Cobra Contemporary programma opgezet, om tentoonstellingen van hedendaagse kunst te financieren. We kleden het helemaal aan, hangen er productlabels aan – en dat werkt! We hebben een vriendenvereniging, patrons, een founders club, en sinds vier jaar een business club. Daarin zitten ondernemers uit de regio groot-Amsterdam: mensen uit de advocatuur, het verzekeringswezen, reclamebureaus, een beetje vastgoed. Dat zijn je fans, je ambassadeurs. En ondanks de recessie zijn die clubs nog compleet. Maar er komen nu amper nieuwe leden bij, dus in die zin merk je wel dat het crisis is.”

De culturele sector hangt flinke bezuinigingen boven het hoofd. Hoe kijken jullie daar tegenaan?

Ottenhof: „Ik koester onze onafhankelijke positie. Als we een tentoonstelling niet kunnen financieren, gaat die niet door, zo simpel is het. Maar natuurlijk houden we ook hier ons hart vast. Het is onontkoombaar dat er minder geld in de markt komt, dat de fondsen minder te besteden hebben.”

Weitering: „De verharding van het politieke klimaat is natuurlijk schadelijk voor alle culturele instellingen. Waarom wordt er niet gedemonstreerd tegen de PVV? Het lijkt wel of het hele land in een impasse zit. De Cobra-kunstenaars gingen destijds de barricaden op. Bij hun eerste tentoonsteling in het Stedelijk Museum in 1949 kwam er politie aan te pas. Daar zijn mensen gearresteerd. Dat vechten voor de zaak zie je bij de huidige generatie kunstenaars niet veel meer, en dat is jammer.”

Het Cobra Museum bestaat vijftien jaar. Hoe gaan jullie dat vieren?

Weitering: „We willen de eigen collectie centraal stellen. De afgelopen jaren hebben we dankzij de Bankgiro Loterij de collectie weer kunnen aanvullen. Dit najaar willen we de verhalen achter die kunstwerken vertellen. Dat zijn vaak prachtige anekdotes. Ons topstuk, en duurste werk, is Femmes, Enfants, Animaux van Karel Appel. Wat niemand weet is dat dat schilderij ooit in het bezit was van Lars Ulrich, de drummer van Metallica. Dat zet je niet zo gauw op het tekstbordje. Ook interessant is, is dat het geschilderd is op jute dat ooit de wanden van een Parijs café sierde. Bovendien heeft het werk een interessant restauratieverleden. Dat zijn allemaal facetten die je bij een reguliere presentatie niet centraal kunt stellen.”

Zijn er nog hiaten in de collectie?

Weitering: „Asger Jorn staat hoog op het verlanglijstje. We hebben van hem alleen werk uit zijn Cobra-jaren, maar hij heeft tot in de jaren zeventig heel interessant werk gemaakt. Cobra-werk komt nog wel regelmatig op de markt, maar de bedragen zijn enorm. Daarom proberen we nu ook actief op zoek te gaan naar schenkers.”

Ottenhof: „Doordat wij een middelgroot museum zijn, kunnen we maatwerk leveren aan schenkers. Als je hier iets schenkt, ben je niet een van de velen. De kans dat we het regelmatig zullen ophangen is groot, want zo omvangrijk is onze collectie niet.”