Ook Wilders moest ooit solliciteren

Gisteren verscheen de (deels fictieve) biografie ‘Geert Wilders Tovenaarsleerling’.

Hieronder een deel uit het eerste hoofdstuk: hoe Geert Wilders bij de VVD kwam.

De sollicitatieprocedure bij de VVD-fractie was eigenlijk vrij simpel verlopen. Zijn brief was goed genoeg bevonden om hem uit te nodigen voor een gesprek. Met verbijstering keek Geert Wilders naar de man tegenover hem. Robin Linschoten leek net zo oud als hijzelf, maar was bijna tien jaar ouder. Linschoten was al acht jaar Kamerlid en voerde succesvol oppositie tegen het kabinet-Lubbers III. Zijn andere gesprekspartner was Hans Dijkstal. Ook al acht jaar lid van de Tweede Kamerfractie, gepokt en gemazeld in gemeentelijke en landelijke politiek.

Geert Wilders wist dat hij vlak bij zijn doel was. Zijn sollicitatiebrief had hem aan tafel gebracht met deze twee kopstukken. Hij kreeg van Dijkstal te horen dat er, als dit gesprek goed zou verlopen, een tweede gesprek zou volgen. En als ook hierna het licht op groen zou staan, wachtte hem de laatste horde: een gesprek met de politiek leider van de VVD, Frits Bolkestein.

Het gesprek ging vooral over zijn vooropleiding (Wilders had met zijn havo-diploma bij de Open Universiteit een aantal certificaten gehaald op het terrein van het bestuursrecht) – en over zijn functie bij de Sociale Verzekeringsraad, waar hij sinds 1986 werkzaam was als wettechnisch medewerker. [...] Wilders stond ambivalent tegenover zijn werkgever. Hij vond het bizar dat de Sociale Verzekeringsraad samengesteld was uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties, maar dat de meeste organisaties waarop zij toezicht moesten houden, eveneens geleid werden door werkgevers- en werknemersorganisaties. Zij moesten dus toezicht houden op zichzelf. [...]

Wilders had hierover een uitgesproken mening. Hij vertelde Dijkstal en Linschoten dat hij gezien had hoe sociale partners elkaar de hand boven het hoofd hielden. Van kritisch toezicht was geen sprake.

Zijn opmerkingen leken bij Linschoten in goede aarde te vallen. Hij wilde weten wat voor bewijzen Wilders had voor zijn negatieve oordeel over de Verzekeringsraad. Wilders gaf als voorbeeld de toepassing van de WAO in de bankwereld, waardoor mensen ziek werden verklaard die in wezen niet ziek waren, maar boventallig.[...]

Geert Wilders verliet de kamer van Dijkstal met een goed gevoel: hij had, meende hij, indruk gemaakt. En inderdaad: niet veel later – het was in augustus van het jaar 1990 – werd hij opgeroepen voor een tweede gesprek, waarin hij nog eens aan de tand gevoeld werd over zijn kennis van het socialezekerheidsstelsel. Linschoten was op zoek naar iemand die veel technische expertise in huis had en daarvoor was hij bij Wilders aan het goede adres.

Hij vroeg hem ook naar zijn kennis en opvattingen over andere beleidsterreinen. Wilders vertelde dat hij in Israël gewoond had en graag reizen maakt naar de Arabische landen, die hij typeerde als ‘fascinerend en bedreigend’. Wilders kon zich helemaal vinden in de standpunten van de VVD-fractie zoals die door Frans Weisglas werden verwoord. Nederland moest pal achter Israël staan, vond Wilders.

Aan het eind van het gesprek had Dijkstal het woord genomen en hem iets verteld over de arbeidsvoorwaarden. Hij zou beleidsmedewerker worden op het terrein van het socialezekerheidsstelsel. De VVD wilde zich daar als oppositiepartij op profileren. Veel zou hij niet gaan verdienen, minder dan bij zijn vorige werkgever – hij moest onderaan beginnen. Bovendien was zijn dienstverband niet zo vast als bij de Verzekeringsraad. Zijn baan was mede afhankelijk van het electorale succes van de VVD, die net een aantal ongelukkige leiderswisselingen achter de rug had. [...]

Aan het eind van de sollicitatieprocedure zou Wilders door Bolkestein worden ontvangen. De aanstelling was eigenlijk al in kannen en kruiken, maar Bolkestein had als nieuwe fractievoorzitter besloten dat hij eerst zelf wilde spreken met iedereen die als assistent of medewerker van de VVD-fractie werd aangenomen. Het gesprek duurde vijftien minuten. ‘Wat moeten we doen aan de uit de hand gelopen WAO-uitkeringen?’ vroeg Bolkestein. Wilders antwoordde: ‘Ik zou psychische aandoeningen als grondslag voor een WAO-uitkering schrappen. Alleen lichamelijke gebreken zouden reden mogen zijn om werknemers af te keuren.’

‘Heeft u buiten de sociale zekerheid belangstelling voor politiek?’ vroeg Bolkestein. Wilders: ‘Ik ben vooral geïnteresseerd in buitenlandse politiek, met name het Midden-Oosten en Oost-Europa.’ [...] Bolkestein vroeg hem waar zijn belangstelling voor Oost-Europa vandaan kwam. ‘Ik heb een Hongaarse verloofde’, antwoordde Wilders. ‘Ze werkt op de Hongaarse ambassade.’ Ook dat viel bij Bolkestein in goede aarde. Zijn eerste vrouw was van Schotse origine.

Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie en etnische verhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam.