Lekker kneuterig absurdisme in filmdebuut van theatermaker

Vreemd bloed. Regie: Johan Timmer. Met: Wim Opbrouck, Viviane de Muynck, Jelle de Jong. In: 12 bioscopen. ***

Zou het regiedebuut van theatermaker Johan Timmer niet meer gebaat zijn geweest bij een première op het Nederlands Film Festival dan met zo’n première tussen neus en lippen door? Daar was de noodzakelijke ruimte geweest de film in context te plaatsen. Vreemd bloed is gebaseerd op de oorspronkelijk semiautobiografische geschiedenis van acteur Wil van der Meer en werd door Maria Goos (Familie, Cloaca) duchtig herschreven in de traditie van het van Jos Stelling en Alex van Warmerdam bekende Hollandse absurdisme. Het geeft het verhaal van slagerszoon Kind, die in de jaren zestig, op de grens van traditie en vooruitgang wordt geboren en bepaald geen zin heeft het familiebedrijf voort te zetten, zowel iets lekker vertrouwds als iets oubolligs. Het contrast tussen de boertige rouwdouwer van een slachtersvader en zijn fijnzinnige, engelachtige zoontje dat liever naar het zingen van een kristallen glas luistert dan naar het rombom-op-de-trom-gebeuk van zijn vader, wordt vet aangezet.

Het is een aloud verhaal met mythisch-bijbelse proporties en pretenties. Bloed vloeit. Moederkoek wordt even aangebraden. Brute beelden, verlekkerd gebracht. Jammer dat de befaamde Maria Goos-dialogen zo gezwollen klinken: „Ik hield er zo van… van hoe het was… voordat jij er was… ik zit niet meer in m’n kracht… sinds jij er bent.” Dat hebben we dan al lang gezien.