Kamertjes in de kerk

In het middenschip van de Nieuwe Kerk staat een reusachtig bouwwerk van kunstenaar Krijn de Koning.

In kleurgebruik is het opzienbarend.

Vanaf het deksel van zijn wit marmeren praalgraf in De Nieuwe Kerk in Amsterdam kijkt Michiel de Ruyter, Nederlands beroemdste admiraal, uit over een zee van steigerpalen. Dat uitzicht zou De Ruyters hart sneller kunnen doen kloppen, nu de Nederlandse kunstenaar Krijn de Koning in het middenschip van de kerk een reusachtig bouwwerk heeft neergezet dat uit de grond omhoog rijst zoals een driemaster opduikt uit de golven.

De Koning is deze zomer aangesteld als kerkmeester. De laatste vertrok in 1980, toen De Nieuwe Kerk haar religieuze functie verloor en een plek werd voor exposities, concerten en lezingen. Maar de kerk bestaat zeshonderd jaar en dat wordt onder meer gevierd met het opnieuw instellen van het oude ambt. Vanaf 2010 krijgt een beeldend kunstenaar, modeontwerper of architect steeds twee maanden de tijd om het interieur van de kerk vorm te geven. Aan De Koning de eer om het spits af te bijten.

De keuze voor De Koning (1963) is plausibel, als je het werk van de kunstenaar een beetje kent. De Koning is opgeleid aan het sobere kunstinstituut De Ateliers en heeft daarna onder de conceptuele ‘strepenschilder’ Daniel Buren gestudeerd in Parijs. Sinds begin jaren negentig maakt De Koning furore met fel gekleurde architectonische ingrepen in de ruimte. Die ingrepen betreffen vaak non-descripte bouwwerken. De Koning laat ze lijken op huizen of kamers en zet ze meestal in elkaar in een bestaand gebouw. Maar de ruimtes hebben geen normale woon- of werkfunctie, ze zijn er om in rond te dwalen en te kijken. Wat dat betreft is het werk net zo nutteloos als de kunsthuizen van John Körmeling.

Het verschil met Körmeling schuilt echter in de humor. Waar Körmeling zijn folly’s letterlijk neemt als bedriegertjes, zijn die van De Koning superesthetisch en uiterst rationeel. Elk wandje, elke schakel is opgebouwd uit kaarsrechte rechthoeken en vierkanten, die – als in een Rubik-kubus – steeds een andere relatie met elkaar aangaan dankzij kleur. De Koning doet met zijn driedimensionale ontwerpen daarom eerder denken aan de strakke ‘colourfield paintings’ van Elsworth Kelly dan aan architectuur.

Ook in De Nieuwe Kerk is dat het geval. Boven op de zee van steigers heeft De Koning een platform opgetrokken van achthonderd vierkante meter. Vanaf dit platform, op een hoogte van vierenhalve meter, bekijk je de kerk met andere ogen. De leeuwen van het vergulde koorhek, dat anders hoog boven je hoofd pronkt, kijk je nu op hun neus. Het platform biedt zicht op de zandstenen muren en de gebrandschilderde ramen. Het is mooi om Marc Mulders De Tuin in glazen pastels van dichtbij te zien.

Het eigenlijke werk van De Koning is weinig opzichtig. Half op, half onder de verhoogde vloer heeft De Koning een constructie gebouwd. Via drie trappen zak je af in de ‘buik’ van het bouwsel dat nog het meest weg heeft van een minihuis zonder plafond. Opzienbarend is alleen de kleur. In felle contrasten staat het vlammend paars naast het grasgroen, oranje naast geel, blauw naast rood.

De Konings kleurgebruik is mooi en trefzeker. Maar in zijn totaliteit heeft het bouwwerk weinig overtuigingskracht. Het oogt iel naast alle krachtpatserij van het platform. Het valt weg in de kerk. Nee, een godshuis wil dit huisje niet worden.

Expositie

Krijn de Koning: kerkmeester van De Nieuwe Kerk.

T/m 24/10. Nieuwe Kerk, A’dam www.denieuwekerk.nl