Invriezen van eicellen is een godsgeschenk

Singlevrouwen die hun eicellen laten invriezen zijn verstandige eekhoorntjes: ze leggen alvast een voorraadje aan. Daar heeft de maatschappij veel baat bij, vindt Stine Jensen.

Goed nieuws voor alleenstaande vrouwen met een kinderwens die op hun 35ste nog niet de ware hebben gevonden: zij kunnen nu hun eicellen laten invriezen.

De ChristenUnie wil dit verbieden. „We hebben in Nederland een groot sociaal-maatschappelijk probleem dat vrouwen steeds later kinderen krijgen. Dit is niet de oplossing daarvoor”, aldus Kamerlid Esmé Wiegman in deze krant (NRC Handelsblad, 31 augustus).

Wat behelst dat ‘grote sociale probleem’, dat vrouwen later kinderen krijgen? Wiegman: „Vruchtbaarheidsbehandelingen kosten miljoenen, moeten we hier dan onze prioriteit aan geven?”

Verrassend. Een financieel argument van de ChristenUnie. Dat is nieuw in de discussie. Eerder ging het bij het invriezen van eicellen vooral over het uitstelgedrag van vrouwen die ook een carrière nastreven, over toenemende medische problemen bij zwangerschappen op late leeftijd, of zelfs over de starheid van ‘oude’ ouders en het ‘asociale’ gedrag van enigskinderen (hoogleraar Marli Huijer). Maar ook de PvdA vraagt zich bij monde van Kamerlid Arib af „of de overheid hier geld aan moet besteden in deze crisistijd.”

Als we ervan uitgaan dat veel singlevrouwen hun carrière voor lieten gaan, en ‘uitstelmoeder’ zijn, dan snijdt het financiële argument in ieder geval geen hout. Deze vrouwen leverden hun bijdrage aan de economie volop en hebben de staatskas al die tijd gespekt. Deze vrouwen doen overigens eigenlijk hetzelfde als mannen al jarenlang doen – en terecht. Dat heet emancipatie. Terwijl deze vrouwen werken – geen luxe maar broodnodig om Nederland straks economisch op de been te houden – praten ChristenUnie en PvdA over geldverspilling. Zij veronachtzamen daarmee ook dat vrouwen in allerlei sectoren mannen inmiddels voorbij streven. Voor het eerste in de Amerikaanse geschiedenis overheersen vrouwen op de arbeidsmarkt, zoals Hanna Rosin onlangs overtuigend beargumenteerde in een artikel in The Atlantic.

De terminologie schept intussen verwarring. Of ik ook zo’n ‘uitstelmoeder’ ben, wilde iemand bijvoorbeeld weten naar aanleiding van de ophef. Nou, nee. Dertien jaar geleden, toen ik 25 was en vrijgezel dacht ik niet: „Ik heb een kinderwens, maar ik stel die tien jaar uit zodat ik carrière kan maken.” Ik vond werk belangrijk en dacht niet aan kinderen. Sommigen vrouwen denken wel aan kinderen en vinden werk ook belangrijk. Zijn zij ‘uitstelmoeders’? Nadrukkelijk wordt er in berichten melding (en ophef) van gemaakt dat deze techniek nu geldt voor de ‘alleenstaande vrouw die nog niet de ware heeft gevonden’. Klinkt kostenbesparend. Door eicellen in te vriezen voorkomen we dat deze vrouwen – straks met de ware – op hun 41ste alsnog in de wachtkamer zitten en dan een moeizame IVF-behandeling moeten ondergaan op zoek naar vruchtbare gezonde eicellen: die liggen alvast klaar. Maar de vermelding van de zoektocht naar ‘de ware’ suggereert dat het er helemaal niet gaat om alleenstaande vrouwen te helpen met hun kinderwens. Zij zal moeten wachten tot ze een stel is. Wat nu als die zich ware zich niet meldt? Of als zij een lesbische single is van 35?

De liberalen vinden de behandeling intussen een ‘luxe-artikel’. Zolang jongens en mannen niet bereid zijn om een gelijkwaardig deel van de zorg op zich te nemen; zolang de samenleving van zijn stoel tuimelt van opwinding als Wouter Bos en Camiel Eurlings aangeven voor hun gezin tijd vrij te maken zodat vrouwen hun handen vrij hebben om carrière te maken; zolang in Nederland de drukkende moederschapscultuur vrouwen nog altijd een schuldgevoel aanpraat als zij meer dan drie dagen opvang hebben; zolang we het leven in drieën opdelen waarbij alles tussen je dertigste en veertigste moet gebeuren; dan moeten we diep buigen voor deze technologische oplossing. Mij lijkt het invriezen van eicellen in tijden van crisis een sociaal-economische noodzaak waar belastingbetaler noch overheid ineens al te kinderachtig over moeten doen nu het singlevrouwen betreft.

De ChristenUnie ziet dalende geboortecijfers terecht als een groot maatschappelijk probleem, maar komt niet met andere oplossingen. In feite steekt Wiegman haar middelvinger zelfs op naar de groep vrouwen die niet zoals zijzelf op jonge leeftijd ‘de ware’ ontmoette en het meteen aandurfde om met je eerste vriendje drie kinderen te nemen om zich vervolgens de luxe te permitteren om tien jaar lang haar carrière op een laag pitje te zetten.

Wiegman verzet zich overigens ook tegen het liberale antwoord om bevroren eicellen als ‘luxeartikel’ te beschouwen, omdat deze de ‘kloof tussen arm en rijk’ zou vergroten in de Nederlandse zorg. Wiegman moet wel beargumenteren dat het om ‘zorg’ gaat: luxeartikelen hoef je namelijk niet te verbieden. Wiegman verdoezelt met haar argumentatie de werkelijke agenda van de ChristenUnie: die wil eicellen invriezen verbieden voor alleenstaande vrouwen omdat zij principieel problemen hebben met enige inmenging in Gods Schepping, en derhalve met de maakbaarheid van het leven als ook met het eenoudergezin. Het zou allemaal ‘tegennatuurlijk’ zijn. Wij mensen zijn van nature behept met vermogen tot technologische ontwikkeling: het is het dus zelfs vrij ‘natuurlijk’ dat vrouwen die niet eerder toekwamen aan voortplanting dat op andere wijze regelen. Ook eekhoorntjes leggen op tijd een voorraadje aan.

Ach, ik kan praten als Brugman. Een gelovige denkt principieel en laat zich ook niet overtuigen door sociaal-economische argumenten. Misschien kan ik het nog met de Bijbel proberen? Daarin baart Sarah op haar 99ste (!) nog een kind. Late moeders? De Bijbel geeft het goede voorbeeld: zij zijn een godsgeschenk voor de samenleving.

Stine Jensen is filosoof en medeauteur van Dus ik ben. Een zoektocht naar identiteit (Bezige Bij). Zij werd op haar 37ste moeder.