Hard staken kost levens

Naar schatting 1,3 miljoen Zuid-Afrikanen staken al wekenlang voor hogere lonen.

Achter de ernstige ontregeling schuilt een politieke confrontatie.

De echte slachtoffers zijn de patiënten voor wie hulp te laat kwam omdat er geen artsen en verplegers beschikbaar waren. Lokale autoriteiten en de media hebben al melding gemaakt van verschillende sterfgevallen. Maar ook in politiek opzicht dreigt de twee weken durende massastaking in Zuid-Afrika een tol te eisen: de verstandhouding tussen regeringspartij ANC en haar traditionele bondgenoot, vakbondskoepel COSATU, is zwaar onder druk komen te staan.

Naar schatting 1,3 miljoen Zuid-Afrikanen staken voor hogere lonen. Het gaat om leraren, artsen, gevangenenbewakers en andere werknemers in de publieke sector. Stakingen vergezeld van straatrelletjes en traangasbeschietingen zijn in deze tijd van het jaar niet ongebruikelijk in Zuid-Afrika, maar dit seizoen verlopen de werkonderbrekingen ronduit grimmig. Niet alleen missen sommige schoolkinderen hun voorbereidende examens doordat hun leraren staken, op tal van plaatsen barricadeert ziekenhuispersoneel zelfs het eigen hospitaal. Collega’s die wel wilden werken werden vorige week tegengehouden, uitgescholden en in sommige gevallen zelfs gemolesteerd. Pasgeboren baby’s krijgen onvoldoende zorg, mortuaria zijn overvol geraakt. Volgens de autoriteiten in de provincie Gauteng zijn er al patiënten overleden. Bijna 2.500 militairen zijn ingezet in 42 ziekenhuizen om nog erger te voorkomen.

President Jacob Zuma, mogelijk geschrokken van alle negatieve publiciteit en het dreigement van COSATU om de stakingen nog verder uit te breiden, heeft zijn regering opgedragen met een oplossing te komen. De regeringsonderhandelaars deden daarop de bonden een verbeterd aanbod. Analisten houden er rekening mee dat de bonden, die het aanbod eerst aan hun achterban moeten voorleggen, binnen een of twee dagen akkoord gaan. Ziekenhuispatiënten krijgen dan weer de zorg die zij nodig hebben, maar de relatie tussen het ANC en COSATU heeft misschien meer tijd nodig om te herstellen.

Het ANC en het in 1985 opgerichte COSATU (Congress of South African Trade Unions) vormen, samen met de Communistische Partij, een traditionele machtsdriehoek in Zuid-Afrika. Als belangrijkste vertegenwoordiger van de laagopgeleide, slecht betaalde zwarte kiezersmeerderheid lijkt het ANC een natuurlijke bondgenoot van de bonden en de communisten.

Maar precies daar zit hem de pijn, stellen de bonden nu: het ANC vertolkt onder Zuma wel een linkser geluid, maar zet gewoon het beleid voort van zijn voorganger Thabo Mbeki, gekenmerkt door marktdenken en sterke begrotingsdiscipline.

De linkse partners zeggen zich extra bekocht te voelen omdat zij zich eind 2007, bij de beruchte machtsgreep in Polokwane, achter Zuma schaarden in de veronderstelling dat hij als ANC-leider meer hun koers zou volgen. Ze voelen zich sindsdien steeds meer in de steek gelaten door Zuma; de harde opstelling van de regering tijdens de recente staking heeft dat gevoel alleen maar versterkt. De onmin strekt bovendien verder dan het arbeidsmarktbeleid: COSATU is bijvoorbeeld tegen een door het ANC in het spel gebracht ‘mediatribunaal’. Een speciale toezichthouder moet volgens het ANC boetes kunnen uitdelen aan media die ‘niet-ethisch’ en feitelijk onjuist berichten. De bonden zien in het voorstel een gevaar voor de persvrijheid.

De relatie mag een deuk hebben opgelopen, een daadwerkelijke breuk tussen ANC en COSATU is niet aan de orde. Voorzitter Zwelinzima Vavi heeft suggesties over een mogelijke scheiding de afgelopen dagen afgezwakt. Dreigende taal van de zijde van de bonden hoort er ook een beetje bij in Zuid-Afrika. ANC en COSATU hebben bovendien geen serieus alternatief voor elkaar; beide partijen zijn door hun dominante positie min of meer tot elkaar veroordeeld.

De staking kan voor de Zuid-Afrikaanse economie nog een staartje krijgen. De gevolgen op de korte termijn zijn volgens economen wel te overzien; belangrijker zijn de mogelijke gevolgen voor de langere termijn. De salarissen in de publieke sector nemen nu al eenderde van het overheidsbudget in beslag, en een nieuwe loonsverhoging vergroot de staatsuitgaven met nog eens 1 tot 2 procent. Deze aanpak was vol te houden met economische groeipercentages van boven de 5 procent, maar ook Zuid-Afrika heeft een economische dip achter de rug en de groeiprognoses zijn voor dit jaar naar beneden bijgesteld.

Zuid-Afrika kampt bovendien met een begrotingstekort van 6,7 procent. Sommige economen zinspelen daarom op een belastingverhoging. Maar dat strookt weer niet met de ambitie om van Zuid-Afrika een aantrekkelijker investeringslocatie te maken en zelfs toe te treden tot de opkomende BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China), zoals Zuma afgelopen dagen tijdens een bezoek aan Peking verkondigde.

Economische groei dreigt zo de prijs te worden voor het beëindigen van de stakingen.