Geploft: brede coalitie in beeld

Meest voor de hand liggende optie is een onderzoek naar een ‘middenkabinet’ van VVD, PvdA en CDA, eventueel aangevuld met een of twee andere partijen. Maar de manier waarop partijleiders aan de onderhandelingstafel gaan zitten is ingrijpend anders dan vlak na de verkiezingen van 9 juni.

Mark Rutte zal dan voor de derde keer binnen drie maanden als VVD-leider serieuze gesprekken openen. Wat betekent dat voor zijn onderhandelingspositie? In de verkiezingscampagne pleitte hij voor een spoedformatie met een kabinet vóór 1 juli, gezien de uitzonderlijke economische en financiële situatie van het land. De koningin zou nu al kunnen overwegen om niet opnieuw een VVD-informateur aan te stellen, al wordt die kans nog klein ingeschat. Maar als een middenkabinet strandt, is niet ondenkbaar dat de grootste partij van Nederland het initiatief verliest in de formatie. PvdA’ers weten als geen ander hoe het is om de verkiezingen te winnen en toch niet te regeren, zoals eind jaren zeventig gebeurde toen het kabinet-Van Agt I werd gevormd. Partijleider Rutte zal dus serieus maar beschadigd een nieuwe formatiepoging ingaan. Hij verkeert echter in goed gezelschap, want van het CDA is op voorhand duidelijk dat een intern verdeelde partij aanschuift met wellicht ook nog een leiderschapsprobleem.

PvdA-leider Job Cohen verzette zich eerder tegen een middenvariant, maar zwakte zijn bezwaren wel af. Voor de sociaal-democraten gloort een aantrekkelijke onderhandelingspositie. De PvdA zal wel eisen dat er voor het evenwicht partijen extra nodig zijn dan alleen VVD, CDA en PvdA. In de kale variant lijkt de PvdA alleen maar te kunnen verliezen.