Deze mensen zijn katholiek. Dat maakt het zo leuk

De Amsterdamse wijk Slotervaart weerspiegelt culturele verschillen in Nederland. Twee keer per week bericht deze krant over de wijk. Vandaag: thuiszorg in eigen taal.

Aicha stommelt de smalle trap op en roep halverwege een groet naar boven. Een kleine, donkere vrouw staat in de deuropening. Ze is blij Aicha te zien.

In de smalle tweekamerwoning ligt meneer Hannah (82) in bed. Aicha schudt zijn hand en trekt de deken weg om naar zijn benen te kijken. Ze zijn schilferig en opgezwollen, maar ze kijkt tevreden. Het gaat veel beter, zegt ze opgewekt in het Arabisch tegen meneer Hannah. Zijn benen waren eerst zo, zegt ze, en houdt haar handen bijna een meter uit elkaar. Meneer had problemen met zijn longen en prostaat.

Meneer Hannah zucht en leunt met gesloten ogen tegen het kussen. Maar Aicha steekt haar hand uit. Een beetje beweging is gezond, zegt ze. En meneer Hannah loopt moeizaam de paar meter naar de bank. Op de schoorsteenmantel staan portretjes van Jezus en Maria.

Aicha (52) werkt voor Avicen, een thuiszorgorganisatie in Slotervaart. In Amsterdam bestaat de organisatie drie jaar. Ze heeft vestigingen in nog vier steden. Via Avicen krijgen mensen zorg in eigen taal. Het is geen principiële keuze, maar praktische noodzaak. Vooral ouderen krijgen thuiszorg en die spreken lang niet altijd Nederlands. En wederzijds begrip is niet alleen prettig, maar ook vaak noodzakelijk als het bijvoorbeeld over pijn gaat of over medicijnen.

Aicha spreekt behalve Nederlands ook Marokkaans Arabisch, Berbers en ook nog wat Frans en Spaans.

Meneer en mevrouw Hannah komen uit Libanon. Het Arabisch dat in Libanon wordt gesproken is anders dan het Arabisch uit Marokko, zegt Aicha, maar ze verstaan elkaar goed. Aicha heeft een paar keer een Libanese zender op de tv gezocht om wat bij te leren.

Meneer en mevrouw Hannah hebben geen familie in Nederland, vertelt Aicha, terwijl ze een tafeltje onder de benen van meneer plaatst en crème smeert. Jullie hebben toch drie kinderen, vraagt ze aan mevrouw Hannah. Die knikt en begint prompt te huilen. Twee in Libanon en een in Zweden, vertaalt Aicha. „Ze hebben ze al twee jaar niet gezien, het is veel te duur om over te komen. Ze mist ze verschrikkelijk.” Snel en vakkundig zwachtelt ze de voeten en onderbenen van meneer Hannah in.

Aicha vertelt over haar vier kinderen, allemaal opgegroeid in dit huis in Bos en Lommer. Twee studeren rechten aan de universiteit, één studeert ict en de vierde werkt met moeilijke kinderen. Studeren is duur, zegt ze. „Daarom werk ik zo veel.” Ze moet er hard om lachen. Ze houdt van haar werk, zegt ze. „Deze mensen zijn bijvoorbeeld katholiek. Dat vind ik zo leuk hè, dan leer ik daar weer eens wat over. Een keer kwam ik hier op zondag en toen mocht meneer niet onder de douche.”

Ze vindt het ook prettig dat ze mensen blij maakt met haar komst. Blijven jullie nog even, vraagt mevrouw. Maar Aicha moet weg, de parkeermeter loopt af. „Vaak plan ik deze mensen aan het eind van de dag”, zegt ze later. „Dan kan ik nog even blijven zitten.”