De held blijft kleurloos in een oorlogsepos vol stoplappen

Shanghai Regie: Mikael Håfström. Met: John Cusak, Li Gong. In: 15 bioscopen. **

Zowel de setting als het genre zijn onverslijtbaar romantisch. Het epos Shanghai speelt zich af in de Chinese havenstad tijdens de Tweede Wereldoorlog en is tegelijk een flashback naar de film noir, het kenmerkende filmgenre van die tijd. De film pakt uit met alle klassieke elementen van het genre: van scènes aan een rokerige roulettetafel tot een afdaling in een opiumkit. Ook de speurder en de femme fatale, die een geheimzinnig dubbelspel speelt, ontbreken niet.

Allemaal clichés, maar dat hoeft de film nog niet onaangenaam te maken. Maar Shanghai, dat twee jaar in zogeheten ‘postproductie’ is geweest – een proces dat niet direct duidt op een harmonieuze ontstaansgeschiedenis – doet vervolgens helemaal niets met deze bekende elementen wat de kijker zou kunnen verrassen. John Cusack is kleurloos als een Amerikaanse spion die als dekmantel voor een krant werkt, en die zich voordoet als nazisympathisant. Hier ontbreekt juist een cliché van film noir: dat van de cynische speurder, die heimelijk een klein hart heeft. Dat zou in elk geval beter zijn dan deze Joris Goedbloed, die wel iets wegheeft van The Quiet American van Graham Greene.

De film bevat mooie beelden in overvloed, maar heeft geen noemenswaardig verhaal. Niemand schijnt zich op enig moment afgevraagd te hebben in al die jaren waarin aan Shanghai is gewerkt, waarom deze film eigenlijk moest worden gemaakt.

Zie het briljante Lust, Caution van Ang Lee voor een film die dezelfde locatie en hetzelfde tijdsgewricht gebruikt, dezelfde vaste elementen van film noir overneemt en die daar vervolgens wél een unieke, eigentijdse draai aangeeft.