Blairs versie van de geschiedenis

Gordon Brown moest wel mislukken, ‘Irak’ was nodig, maar de vossenjacht verbieden niet, schrijft Tony Blair in zijn memoires die vandaag zijn verschenen.

Langverwacht, en door sommigen gevreesd. Maar het valt mee. De enige die er echt van langs krijgt in de memoires van de Britse oud-premier Tony Blair is zijn opvolger Gordon Brown. In A Journey, dat sinds vanochtend in de boekwinkel ligt, bevestigt Blair dat zijn relatie met Brown bar slecht was. Zo slecht dat hij ervan overtuigd was dat Browns premierschap gedoemd was te mislukken.

„Het zou nooit lukken”, schrijft Blair. Hij is ongekend fel: Brown had „geen politiek gevoel” en „nul emotionele intelligentie”. Toch ontsloeg hij zijn minister van Financiën niet en liet zich door Brown opvolgen. „Dat was niet ons recht, en niet slim. Niet politiek verstandig, laat staan democratisch.”

De slechte relatie tussen de bedenkers van New Labour, zoals ze de gemoderniseerde partij noemden, was in de laatste jaren van Blairs regering voorpaginanieuws en vormde de rode draad in de autobiografie van een andere wegbereider van New Labour, oud-minister Peter Mandelson.

Dat deze ‘Derde Weg’ tussen socialisme en liberalisme, waar New Labour voor stond, al in 1992 de eerste scheuren vertoonde, vijf jaar voor de partij aan de macht kwam, is verrassend. Blair wilde dat Brown toen de strijd om het partijleiderschap zou aangaan, maar die weigerde. De oud-premier schrijft: „Ik denk dat ik toen afstand nam van Gordon.”

De manier waarop hervormd moest worden zorgde al snel voor onenigheid tussen de twee. Brown stond steeds weer op de rem, hij verzette zich vaak tegen hervormingsplannen, schrijft Blair.

Vanaf 2005 werd elke dag een strijd. Brown stond niet meer achter de principes van New Labour, hield vooruitgang tegen en keerde terug naar het idee van de almachtige staat. Daardoor, zegt Blair, voorzag hij dat de partij in mei van dit jaar de verkiezingen wel moest verliezen.

Wat Blair schrijft over de Irak-oorlog is minder verrassend. Hij houdt vast aan wat hij de afgelopen jaren steeds heeft gezegd: dit was het enig juiste. Wel werd Blair verrast door „de nachtmerrie” die zich in Irak ontvouwde nadat Saddam Hussein was verdreven.

Vervolg Blair: pagina 5

Blair begreep vossenjacht niet

Spijt heeft Blair niet van deelname aan de oorlog, zoals hij eerder dit jaar ook tegen een onderzoekscommissie zei. Blair is ervan overtuigd dat Saddam de ambitie had om massavernietigingswapens te ontwikkelen, ook al zijn ze niet gevonden. De oud-premier voelt hij zich nog steeds verantwoordelijk voor zijn Irak-besluit. Over de Britse doden schrijft hij: „Zij zijn gestorven, en ik, die de beslissing nam voor de omstandigheden die tot hun dood leidden, leef nog.” De opbrengst van A Journey gaat daarom naar een centrum voor gewonde militairen.

Wat Blair wel betreurt, is het verbod op de vossenjacht. Dat kwam, schrijft Blair omdat hij niets over de sport wist en niet begreep dat die deel uitmaakte van het leven op het platteland. „Ik vond het een beetje raar dat mensen voor hun lol achter een vos aanhollen.” De hevige discussies liepen vervolgens uit de hand, en er kwam een verbod waar bijna niemand zich aan houdt.

Blair is niet in Groot-Brittannië om kritiek te pareren. Eergisteren gaf hij een interview aan Andrew Marr, dat vanavond door de BBC wordt uitgezonden. Hij is nu onderweg naar de VS, om over het vredesproces in het Midden-Oosten te praten.

Een bespreking van ‘A Journey’ verschijnt vrijdag in Boeken

Dit is het eerste artikel van onze nieuwe correspondent in Groot-Brittannië