Beeldenbouwwoede kent zijn weerga niet

Geld om wegen te repareren, voor scholen of malariabestrijding heeft Ivoorkust nauwelijks.

Maar wel voor het bouwen van tal van monumenten.

A monument with elephant statues and Ivory Coast flags are seen in Platau, the business center of Abidjan, August 6, 2010. Ivory Coast, the world's biggest cocoa producer, will celebrate the 50th anniversary of its independence day on Saturday. REUTERS/Luc Gnago (IVORY COAST - Tags: ANNIVERSARY SOCIETY) REUTERS

Het begon met het afbreken van het slavernijmonument in de chicste buurt van de stad. Het bronzen standbeeld – twee handen die zich losrukten uit zware ketenen – had jarenlang ongestoord op een rotonde gestaan toen de nieuwgekozen burgemeester besloot dat hij zijn persoonlijke stempel op de buurt ging zetten. In 2004 liet hij het gedenkteken vervangen door een kleurloos standbeeld van de apostel Johannes. Critici spraken er schande van: kon de man niets beters verzinnen dan een beeld dat geïnspireerd was door de Sint Janskerk om de hoek?

Na de feestelijke inhuldiging van de stramme apostel was er geen houden meer aan. Ondanks een slepend militair conflict en een stagnerende economie is in Ivoorkust een monumentenbouwwoede ontstaan die zijn weerga niet kent. De afgelopen zes jaar zijn in de grootste stad, Abidjan, minstens vijftien nieuwe beeldhouwwerken onthuld die stuk voor stuk symbool moeten staan voor het welvarende, gastvrije en trotse Ivoorkust – wat het Afrikaanse land alleen in de verbeelding van de machthebbers nog steeds is. Dus zien we olifanten, heldhaftige mannen, bustes van hoogwaardigheidsbekleders, en vrouwen met fruitmanden. „De straten zitten vol kuilen en gaten, het aantal bedelaars neemt met de dag toe en het paleis van onze geliefde eerste president raakt overwoekerd met onkruid”, schrijft een journalist. „En wat doen onze bestuurders? Ze geven ons standbeelden die zo lelijk zijn dat niemand ze gaat bekijken.” Niemand wil de religieuze fanatici voor het hoofd stoten die in abstracte vormen al snel de boosaardige hand van het bovennatuurlijke zien. Maar veel stadsbewoners vinden dat de standbeelden wel wat expressiever hadden mogen zijn. Tegelijkertijd is duidelijk dat om iets heel anders gaat: het scheppen van monumenten biedt allerlei mogelijkheden om geld achterover te drukken. „Aan dit soort projecten hangt geen prijskaartje”, zegt een zakenman. „Je kunt een beeld voor een veel te hoge prijs importeren via een dekmantelfirma of leuke studiereizen maken naar het buitenland om inspiratie op te doen.” Abidjan is opgedeeld in zo’n tien gemeenten die elk een eigen burgemeester hebben, en het zijn vooral de burgemeesters van de regeringspartij die plots warm lopen voor de beeldhouwkunst.

Kampioen standbeeldbesteller is stadsgouverneur Pierre Amondji, een vertrouweling van de president. Amondji haalde 800.000 euro uit het stadsbudget voor vijf beeldhouwwerken, waaronder een koppel gespierde Afrikaanse trommelaars dat vlakbij de luchthaven terechtkwam. De trommelaars in sociaal-realistische stijl kostten maar liefst 200.000 euro, geld dat volgens critici beter besteed had kunnen worden aan een afwateringskanaal, een basisschool of bijvoorbeeld de bestrijding van malaria.

Andere beelden zijn letterlijk een sta-in-de-weg. Het is „totale anarchie” op straat, zei een hoge functionaris van het ministerie voor Bouw en Planning vorige maand boos. Zo kan het dat twee burgemeesters standbeelden hebben neergezet zonder rekening te houden met de consequenties voor het verkeer. Een kruispunt in de noordelijke stadswijk Angré werd in één klap een rotonde, met in het midden een grijze sokkel die ellenlange files veroorzaakt. Maar het meest gehate monument staat in een overbevolkte buurt waar dagelijks honderden taxibussen doorheen denderen. Het is een plompe triomfboog met gotisch hekwerk dat nog voor de onthulling door daklozen werd gesloopt die onder de overkapping wilden slapen. En wat staat er op het nepmarmer? Een beeld van een man die zich bevrijdt uit zijn ketenen. Zo heeft Ivoorkust na zes jaar dan toch weer een slavernijmonument.