Tsjetsjenië doodt twaalf rebellen

De politie in de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië heeft zondag twaalf rebellen gedood, die het geboortedorp Tsentoroj van president Ramzan Kadyrov aanvielen. Het is voor het eerst in jaren dat in de relatief rustige deelrepubliek op de noordelijke Kaukasus dergelijk fors geweld woedde.

Volgens analisten zou de actie het begin kunnen zijn van een nieuwe terreurcampagne in Tsjetsjenië. „Deze overval is een signaal aan president Kadyrov, die denkt dat hij de situatie helemaal in de hand heeft”, zegt Grigori Sjvedov, hoofdredacteur van internetkrant Kaukasische Knoop.

Zondagochtend vielen dertig rebellen het dorp binnen. Ze staken tien huizen van vertrouwelingen van Kadyrov in brand. Volgens de autoriteiten werden bij die aanval vijf politiemannen gedood en raakten zeventien anderen gewond. Een lokale informant meldt dat ook enkele burgers zijn omgekomen.

Op de staats-tv maakte Kadyrov bekend dat hij zelf de actie tegen de opstandelingen heeft geleid. Het is onduidelijk of hij al in het dorp was toen de rebellen de aanval openden.

De aanval op het dorp is een tegenslag voor de 33-jarige Tsjetsjeense president, die volgend jaar door het Kremlin moet worden herbenoemd. Kadyrov dankt zijn positie vooral aan het feit dat hij de rebellen onder de duim weet te houden. Critici van zijn beleid werden vermoord. In Oostenrijk wordt binnenkort een proces gevoerd tegen de vermeende daders van de moord in Wenen op een van zijn tegenstanders.