Poetin wil graag wat hotels op...

Het is verboden de bouw te bezoeken van Poetins nieuwste prestigeproject.

Correspondent Michel Krielaars wist toch op het Russisch Eiland te komen.

Op de pont van Vladivostok naar het Russisch Eiland varen enkele tientallen Chinezen mee. Ze zitten op hun koffers naast een kapotte ijskast. „We zijn toeristen”, zegt een van hen zenuwachtig, als we vragen naar het doel van hun bezoek.

Maar dat zijn ze niet. De Chinezen zijn illegale gastarbeiders, die op het eiland gaan werken aan Poetins nieuwste prestigeproject: een geheel nieuwe stad, waar in 2012 een tweedaagse, economische topconferentie wordt gehouden van landen rond de Stille Oceaan.

Anders dan de Chinezen weten de Russische passagiers op de pont wat hun straks te wachten staat. Een Oezbeekse gastarbeider heeft drie maanden met zijn 16-jarige zoon op het eiland gewerkt. Nu is zijn contract afgelopen. „Ik ga terug om mijn salaris te krijgen”, zegt hij. „Maar ik ben bang dat dat niet lukt, want vaak betalen ze je niet uit.”

De avond is net gevallen, als de pont aanmeert in het haventje van Pospelovo. Een paar honderd meter verderop staan in het water de pijlers van een bijna twee kilometer lange brug in aanbouw. Zodra de pont zijn laadklep naar beneden heeft gelaten, rennen de Chinezen naar twee ronkende bussen van bouwbedrijf Krokoes, die hen naar hun verblijfplaats moeten brengen. De Russen en Oezbeken wachten op ander transport.

In een grote Toyota komt Gennadi Paskotin aanrijden. Hij gaat ons rondleiden. De oud-marineofficier is voorzitter van de belangenvereniging van de bijna 5.000 bewoners van het Russisch Eiland. Hij kwam er 35 jaar geleden, toen het eiland nog een militaire basis was, en is niet meer weggegaan.

Tot vorig jaar leefde Paskotin met zo’n 160 andere Russen in een subtropisch paradijs in het dorpje Ajaks, aan een baai aan de oostzijde van het eiland. „Maar toen kregen we ineens een regeringsdelegatie op bezoek, onder leiding van vicepremier Sjoevalov”, zegt hij. „Die bepaalde dat precies op de plek van onze huizen de economische topconferentie zal worden gehouden. Onze huizen moeten daar nu voor wijken.” Met de aanleg van de faciliteiten voor de top is 10 miljard dollar gemoeid, weet hij: vijf keer zo duur als de Olympische Winterspelen in Vancouver.

Als compensatie kregen de inwoners van Ajaks geld aangeboden om een flatje op het vasteland te kopen. Maar 104 van hen, onder wie Paskotin, sloegen dat aanbod af. „We wilden in onze huizen blijven wonen, maar voor de rechter hebben we onze zaak verloren. Als goedmakertje hebben we nu geld gekregen voor de bouw van een nieuw huis elders op het eiland. Met 64 vierkante meter ga ik er 5 vierkante meter op vooruit.”

Waarom de kosten voor de topconferentie zo hoog zijn, is niet duidelijk. Een mogelijke verklaring is dat voor de conferentie een gebied is gekozen waar geen enkele infrastructuur bestaat – en waar nu een snelweg en een brug naar het vasteland moeten worden gebouwd. Maar volgens diverse analisten verdwijnt meer dan de helft van het bedrag in de zakken van de betrokken regeringsfunctionarissen.

We rijden over een asfaltweg die is vernield door een ononderbroken stroom vrachtwagens. De tocht voert door een eeuwenoud subtropisch bos en eindigt bij een kaalgeslagen zandvlakte, waarin de fundamenten voor een elektriciteitscentrale zijn geslagen. „Hele bossen zijn hier gekapt”, zegt Paskotin. „En daar lopen de buizen van de riolering.”

Op de zandvlakte is het spitsuur, met tientallen vrachtwagens en bussen. Dan duikt ineens een controlepost op, waar een staalkabel over de weg is gespannen. Voorbij de bewakers van dit Checkpoint Charley begint een andere wereld: 2.800 hectare waar het ‘streng verboden toegang’ vreemdelingen de toegang ontzegt. Paskotin heeft een vergunning om door te rijden, omdat hij op het terrein achter de staalkabel woont.

Betonijzeren karkassen van enorme gebouwen doemen op uit de mist. Het is een oneindig lijkende bouwput, met de contouren van een stad in aanbouw. Achter, naast, boven de eerste rij gebouwen staan steeds weer nieuwe bouwsels, het één nog hoger dan het andere. „Na de tweedaagse top moeten al die gebouwen gaan dienen als luxehotels, een businesscentrum, een oceanografisch onderzoeks- en opleidingscentrum en een universiteit”, zegt Paskotin. „Maar iedereen vraagt zich af wie in godsnaam in deze uithoek wil studeren of doceren.”

Overal lopen mannen en vrouwen, met helmen op, in oranje plastic werkvesten. Het zijn er vele duizenden: Russen, Oezbeken en Chinezen, maar ook Tadzjieken, Turken, Mexicanen, Filippino’s, Chilenen, Thai, Noord-Koreanen, Indonesiërs, Vietnamezen.

„Er zijn in totaal achttienduizend gastarbeiders op het eiland, van wie er minstens tienduizend op deze locatie werken”, zegt Paskotin. „Het grootste deel is illegaal. Maar als de migratiedienst het eiland komt inspecteren, dan kondigen ze dat van tevoren aan, zodat de illegalen kunnen maken dat ze wegkomen.”

Ljoedmila Gvan van bouwbedrijf Krokoes zegt dat zeker 40 procent van de gastarbeiders illegaal is. „Maar ons bedrijf wil ze zo snel mogelijk legaliseren, zodat ze alle rechten krijgen.” Een van die rechten is dat de arbeiders op tijd hun salaris krijgen. „Zo’n illegale arbeider kost je niets”, zegt zegt Lada Glybina, een onderzoeksjournalist die in de lokale pers van Vladivostok over de kwestie schrijft. „Je hoeft geen belasting, geen salaris, geen ziektekostenverzekering voor hem te betalen. En als hij tijdens zijn werk om het leven komt, hoef je zijn lijk alleen maar in zee te gooien.” De arbeiders worden geronseld door koppelbazen. „Daarna belanden ze met z’n dertigen op een klein kamertje, hun paspoort wordt afgenomen en na afloop van hun contract krijgen ze geen cent betaald. Hun terugtocht moeten ze zelf financieren. Ze mogen al blij zijn als ze hun paspoort terugkrijgen.”

„Na drie maanden wordt een arbeidersbrigade meestal vervangen”, zegt Paskotin. „De vertrekkende arbeiders krijgen geen of amper salaris, ook omdat er geld voor voedsel en huisvesting op hun loon is ingehouden, wat ze van tevoren niet weten. Russische arbeiders zijn uit protest naar de rechter gestapt, maar er is nog geen zaak voorgekomen.”

We rijden naar Paskotins huis, een drie verdiepingen tellend flatgebouw achter het kantoor van bouwbedrijf Krokoes, eigendom van de schoonzoon van de Azerbajdzjaanse president Alijev, die weer bevriend is met premier Poetin. „Van de 72 gezinnen die hier woonden, zijn er 52 naar Vladivostok vertrokken”, zegt Paskotin. „De achterblijvers, die zich niet hebben laten verjagen, krijgen een nieuw huis elders op het eiland. Begrijp me goed, ik ben niet tegen de nieuwbouw, maar ik wil niet dat onze levensomstandigheden verslechteren en ons eiland wordt verwoest.”

Even verderop is in een loods een supermarkt gevestigd. Het wemelt er van de gastarbeiders die koekjes, brood, snoepgoed, sigaretten kopen. „Drank is er verboden, zoals je ziet”, zegt Paskotin. „Als iemand hier dronken wordt aangetroffen, wordt hij weggestuurd.”

Voor een klein huis schuin tegenover de supermarkt klautert Lidia Radionova over een stapel houtblokken die de toegang tot de voordeur van haar lage huisje blokkeert. Radionova (84) is ook een van de eilandbewoners die weigeren te vertrekken. „Het is hier een gekkenhuis, met al die auto’s die dag en nacht langs denderen”, schreeuwt ze, over het onophoudelijke motorgeronk heen. „Ik kan er gewoon niet van slapen. Maar ik ben onder Stalin gedeporteerd en dat laat ik niet nog eens gebeuren.”

Kan Paskotin er niet voor zorgen dat ze een fatsoenlijke toegang tot haar huis krijgt, vraagt ze. Terwijl hij haar geruststelt, worden we opgemerkt door twee bewakers die naar onze papieren vragen. Paskotin wijst op de vergunning achter de voorruit van zijn auto. „Die is alleen voor uw auto”, zegt een van de bewakers. „Ik wil uw paspoort zien.” Paskotin antwoordt dat de bewakers dan ook hun eigen paspoort moeten tonen. De andere bewaker wijst op de badge waarop zijn naam staat. Paskotin pakt zijn eigen, geplastificeerde visitekaartje uit zijn portefeuille en houdt dat onder hun neus. Dan mogen we verder rijden. „Die bewakers zijn zelf illegaal”, schatert Paskotin.

Als we het bouwterrein verlaten, komen we de Chinezen van de pont tegen. Ze hebben hun koffers afgegeven en lopen nu, als verdwaalde toeristen met gamellen in hun hand, in een lange optocht naar de gaarkeukens. Morgen begint hun eerste werkdag.