Pakistan loopt elk jaar onder

De Pakistaanse elite maakt sluw gebruik van de angst voor terreur.

En door die angst zal het buitenland de leiders in het zadel willen houden.

Medio jaren tachtig woonde ik in de Punjab, een provincie in Noord-Pakistan, samen met mijn moeder, broers en zussen. We waren naar Pakistan geremigreerd vanuit Nederland. Gewend aan de Hollandse regens snakten we de eerste zomer van ons verblijf naar een verkoelende bui. Die kwam en we genoten. Maar toen de regens ophielden, liep het water heel traag weg. Dat kwam door de slechte afvoer en rioleringen, die zeker in die tijd tamelijk primitief waren. Toen ook die plassen opdroogden, lieten ze grote kuilen achter, groter dan het jaar daarvoor. Niemand vulde ze met zand of aarde, niemand maakte ze gelijk met de verharde straat.

Dat de kuilen door de moesson van het jaar daarop nog grotere plassen zouden veroorzaken met nog grotere schade, ziekte en troep – daarover bekommerde niemand zich. De armen niet, die hadden er geen geld en tijd voor. En de rijken niet, die woonden toch hoog en droog en hadden hun eigen verharde straten en wijken.

Pakistan heeft een president, Zardari, die het land achterliet terwijl de overstromingen in volle gang waren. Ook premier Gilani gaf aanvankelijk niet thuis. Pas na vele dagen en talloze weggespoelde mensen, dieren, dorpen, oogsten en bruggen zette hij troepen in die niet veel meer dan hier en daar evacuaties in gang zetten. Toen de ramp buitenproportionele omvang begon aan te nemen en de hele wereld zich ermee ging bemoeien, kwam de regerende elite met een excuus: de ramp is zo groot, geen enkel land had dit aangekund.

Deze wanhoopsmantra zou begrijpelijk zijn als het land nooit overstromingen had gekend. Maar hiermee komen getuigt van je reinste hypocrisie in een land dat jaarlijks met overstromingen te maken heeft. In 1950 noteerde Pakistan (gesticht in 1947) de eerste grote overstroming met circa tweeduizend doden en tienduizend verwoeste dorpen. Elk jaar daarna heeft dit patroon zich min of meer herhaald. De laatste hevige waterramp vond plaats in 2007 met tegen de duizend doden, ontelbare verwoeste levens, oevers, bruggen, dorpen, dammen, dijken, irrigatienetwerken en wat niet al.

De natuurlijke oorzaak is de moessonregen die valt in juli en augustus. Hierdoor treedt de Indus, de ruim drieduizend kilometer tellende megarivier, uit haar oevers. Dit jaar is de moesson heviger dan normaal en zal waarschijnlijk doorgaan tot in september. De mondiale temperatuurstijging is waarschijnlijk één van de oorzaken. Deze heeft in ieder geval ook veroorzaakt dat meer bergijs smelt dan voorheen. Daardoor stroomt nog meer water het laagland in. En het smeltend bergijs veroorzaakt soms aardverschuivingen, waardoor hopen modder samenklonteren in de rivieren, met als gevolg dat het water een uitweg zoekt over land .

Maar het komt niet alleen door de natuur en de opwarming van de aarde dat door de kracht van het water zoveel stuwen kapot zijn geslagen, bruggen zijn bezweken en irrigatienetwerken verloren gingen. Het komt ook doordat de schade van de jaren voorheen nooit is opgeruimd en hersteld, doordat er geen goede waarschuwingsystemen zijn om het stijgende water te peilen en doordat de waterafvoerwerken verouderd zijn.

Het komt doordat de elite, die meer dan voldoende kennis in huis heeft en ook over geld beschikt, niet bereid is te investeren in de veiligheid van het volk door stuwen en dijken te bouwen of door een verstandige landbouw- en waterpolitiek te voeren. En dat komt weer omdat de elite totaal niet geïnteresseerd is in het lot van de zwaksten. En het zijn juist de zwaksten die – zoals altijd – het zwaarst getroffen worden.

Dit getuigt van dermate grove nalatigheid dat de elite berecht zou moeten worden door het Internationaal Strafhof. Zover zal het natuurlijk niet komen, omdat de internationale gemeenschap, met de VS en Groot-Brittannië voorop, de Pakistaanse elite nodig heeft voor de eigen belangen. In de Koude Oorlog ontving Pakistan miljarden aan steun om het communisme te stuiten na de Sovjetinvasie van Afghanistan. Na de val van het communisme is die hulp gecontinueerd, en na 9/11 zelfs opgevoerd, zodat Pakistan het terrorisme van Al-Qaeda en de Talibaan zou bestrijden. Welke marginale plaats het terrorisme in Pakistan ook inneemt, dit terrorisme beheerst de waan van de dag. En de Pakistaanse elite maakt daar sluw gebruik van.

Een belangrijke sleutel voor de wereldvrede ligt in Pakistan. Het land beschikt over zo’n honderd kernkoppen die in handen van extremisten kunnen vallen als de regerende elite weggebonjourd wordt. Daarom zal de internationale gemeenschap die elite in het zadel houden door geld te blijven geven.

Toch is er een uitweg uit de ellende. Steeds meer dringt het besef door dat de fundamentalistische islam en het islamitisch terrorisme in Pakistan worden aangewakkerd door het feit dat de elite de bevolking links laat liggen. Dat geeft de fundamentalisten de kans als een soort vervangende overheid sociale zekerheid, hulp en scholing te bieden aan de armen en zo hun achterban op te bouwen en uit te breiden. Daarom is het noodzakelijk gauw van de heersende elite af te komen.

Een eerste barst in het imago van de elite is al zichtbaar. Het is veelbetekenend dat velen in de Pakistaanse immigrantengemeenschap in Engeland oproepen om de elite te omzeilen en de noodgelden te storten via privé-initiatieven. Ook zijn er kritische geluiden in de Pakistaanse media die het overheidsfalen openlijk aan de kaak stellen.

Dat getuigt van een nieuwe geest. En van die geest moet de redding van Pakistan komen.

Naema Tahir is schrijfster en jurist. Auteur van ‘Een moslima ontsluiert’ (2004).