Ouders willen onderzoek naar dood militairen

De ouders van twee Nederlandse militairen die in januari 2008 in Afghanistan omkwamen door vuur van eigen troepen, willen dat justitie alsnog een strafrechtelijk vooronderzoek doet naar het incident.

Het Openbaar Ministerie stuurde destijds een team naar Uruzgan om ter plekke onderzoek te doen. Op basis daarvan besloot het voorjaar 2008 de commandanten van de operatie niet te vervolgen. Volgens justitie was er geen „individualiseerbaar strafrechtelijk verwijtbaar handelen” en waren geen geweldsinstructies overtreden.

Met een zogeheten artikel-12-procedure proberen de ouders van de twee militairen het OM zover te krijgen opnieuw onderzoek te doen. Donderdag buigt het gerechtshof in Arnhem zich over dit verzoek.

Op 12 januari 2008 werden Wesley Schol (20) en Aldert Poortema (22) per ongeluk door Nederlandse militairen doodgeschoten. Defensie zei destijds dat er tactische fouten zijn gemaakt en dat de weersomstandigheden bijzonder slecht waren. Volgens het ministerie was het zo donker dat zelfs nachtzichtapparatuur amper functioneerde.

Twee compagnies militairen, die op achthonderd meter van elkaar optrokken, kregen ’s nachts te maken met Talibaanstrijders die tussen hen in zaten. De ene compagnie zag de andere aan voor Talibaan en opende het vuur met het wapen op een YPR-rupsvoertuig.

Bij de operatie, bedoeld als verkenningsmissie, werden abusievelijk ook twee militairen van het Afghaanse regeringsleger doodgeschoten. Een andere Nederlandse militair verloor beide benen.

De ouders van de omgekomen Nederlandse militairen vinden dat de betrokken pelotonscommandant en de voertuigcommandant grote fouten hebben gemaakt. Ze zouden nalatig zijn geweest door procedures niet op te volgen.

De voertuigcommandant is inmiddels uit militaire dienst.