Oude dans in nieuwe vormen

Dans Amrita Performing Arts met Khmeropédies. Gezien: 28/8, Amsterdam. Inl. www.amritaperformingarts.org ****

Het regime van de Rode Khmer (1975-1979) in Cambodja wiste in een paar jaar tijd eeuwen van culturele traditie bijna geheel uit. Negentig procent van de kunstenaars werd over de kling gejaagd. De overgebleven 10 procent zette zich vrijwel direct na de val van Pol Pot aan de reconstructie van hun ‘elitaire’ kunstvormen.

De Cambodjaanse dans is intussen klaar voor voorzichtige verkenningen in het hedendaagse. Met steun van het Prins Claus Fonds kon Amrita Performing Arts uit Phnom Penh zo twee choreografieën van de Frans-Cambodjaanse Emmanuele Phuon ontwikkelen. Zaterdag was de eerste en voorlopig enige Europese voorstelling van Khmeropédies I & II in Podium Mozaïek te Amsterdam.

Emmanuele Phuon kiest er bewust voor om een stevige band met de klassieke dans te behouden, om de eigenheid van de choreografieën te waarborgen en de oude leermeesters niet voor het hoofd te stoten. Zo ontstaat inzicht in de weg die de westerse theaterdans sinds de negentiende eeuw heeft afgelegd: van strenge stilering en structurering naar natuurlijker frasering, van ‘geschikte muziek’ naar andere muziekvormen (van klassieke Khmermuziek tot Satie, Einstürzende Neubauten en Indochinese hiphop), en van zwijgende dansers naar dansende en sprekende performers.

Phuon vergroot de plasticiteit van de beweging door de dansers in gewone, daagse kostuums, niet alleen frontaal te presenteren maar als driedimensionale lichamen, vrij op verschillende ritmes in de ruimte bewegend. Chumvan Sodhachivy begint haar solo bijvoorbeeld met haar rug naar de zaal, rolt over de grond, draait haar klassiek geschoolde, uitgedraaide benen een enkele keer in en schudt woest het haar los. De uiterst verfijnde, precieze bewegingen van met name de armen en handen (de klassieke Khmerdans kent ruim 2.000 betekenisvolle handgebaren) keren steeds terug, maar minder gepolijst.

In het groepswerk Khmeropédies II is de dialoog tussen oude vormen en nieuwe wegen zelfs tot thema verheven. Drie jonge dansers beklagen zich over hun vaststaande bewegingsidioom en rollen: prinses, prins, aap. Ze experimenteren met duet- en triovormen en verbinden hedendaagse passen met partnerposes uit hun klassieke achtergrond. Ze worden door hun leermeesteres, de adembenemende Sam Sathya, tot de orde geroepen.

Wereldschokkend zijn Phuons Khmeropédies niet en de Khmerdansers hebben nog veel te onderzoeken, maar hun ontwikkeling is wel interessant. De nauwelijks ontgonnen dansgrond in Cambodja lijkt een kolfje naar de hand van iemand als de ‘grote verbinder’ Sidi Larbi Cherkaoui, die eerder met Chinese shaolinmonniken werkte. En dan is één Europese voorstelling niet genoeg.