In de kring van de centralebankiers is Bob Ross nog springlevend

Zijn de centralebankiers bezig dezelfde fouten te maken die leidden tot de kredietcrisis, of maken ze slechts ‘kleine blije ongelukjes’?

Jackson Hole, in de Amerikaanse staat Wyoming, heeft zo’n typsich Amerikaans natuurschoon dat lijkt te zijn weggelopen uit een schilderij van wijlen televisieschilder Bob Ross. Denk aan Yosemite National Park: keurige bergtoppen, bomen precies op de goede plaats en hier en daar een welgemikt meertje of een waterval. En dat alles, in de geest van de snelschilderende krullenbol, voorzien van pretty little highlights, bospaadjes waarvan het er niet toe doet waar ze naartoe gaan, en hier en daar een zweempje Van Dyke brown op een verlaten schuur.

Jackson Hole is ook de plek voor de jaarlijkse centralebankiersbijeenkomst van de Amerikaanse Federal Reserve, waar de top van de sector, aangevuld met een keur aan wetenschappers, zich buigt over actuele onderwerpen in de eigen sector.

Dit jaar zal de bijeenkomst minder eendrachtig zijn geweest dan normaal. Centralebankiers zien zich graag als gilde, een bevoorrechte groep van objectieve technocraten die afgeschermd van onmiddellijke politiek druk hun besluiten nemen over het monetaire klimaat in hun domein. Maar de financiële crisis en de daaropvolgende zware recessie heeft gaten geslagen in het gemeenschappelijk front. Binnen de twee belangrijkste centrale banken, de Amerikaanse Federal Reserve en de Europese Centrale Bank, is Bob Ross’ harmonieuze lichtvoetigheid ver te zoeken.

Moet het zeer ruime monetaire beleid van de afgelopen jaren worden volgehouden, moet het zelfs worden versterkt waar dat nog mogelijk is, of moeten de teugels van de rente en de ruime geldvoorziening juist worden aangehaald? Die discussie zorgde ervoor dat van de zeventien aanwezige bestuurders bij de jongste Fed-vergadering er maar liefst zeven een standpunt innamen tegen Fed-topman Bernanke, die extra stimuleringsmaatregelen wilde nemen. Axel Weber, de Duitse Bundesbank-voorzitter, keerde zich een paar maanden geleden bij de ECB tegen de consensus door vraagtekens te zetten bij het opkopen van staatsobligaties door de centrale bank – inderdaad voor Europese begrippen een zeer ongebruikelijke maatregel. Weber trok die kritiek vorige week overigens deels terug door voor zijn beurt te stellen dat het beleid tot zeker 2011 moet worden volgehouden. Het leed was al geschied.

De vraag hoe het verder moet hangt sterk samen met de diagnose van wat er tot nu toe eigenlijk gebeurd is. Welke rol hebben de centrale banken, en dan vooral de Amerikaanse, zelf gespeeld bij de opmaat naar de crisis? Die vraag heeft te maken met het toezichtsbeleid, waar al veel over te doen is geweest. Maar ze raakt zeker ook aan het rentebeleid dat tot die tijd is gevoerd. Bekend is dat de rente is verlaagd na elke recente calamiteit, van de Azië-crisis in 1997-1998, de millenniumangst rond 2000, het spatten van de internetzeepbel in 2001 en de kredietcrisis zelf.

Telkens was de oorzaak de angst bij de centrale banken voor de economische gevolgen van het inzakken van de prijzen van activa, of dat nu aandelen waren, bedrijfsobligaties of onroerend goed. Elke keer was er een zwaarder medicijn nodig in de vorm van een nog fellere renteverlaging, en was er minder tijd om de rentevoet vervolgens weer naar zijn normale niveau te tillen. Hoe sterk de samenhang is, toont de grafiek: volgens een vuistregel doet een wijziging in de beleidsrente er zes kwartalen over om door te sijpelen in de economie, en de rentelijn is dan ook anderhalf jaar teruggezet.

Nu zijn centralebankiers ervoor om de inflatie in toom te houden (en in het geval van de VS om de werkgelegenheid te optimaliseren). De inflatie zelf gaf, en geeft, weinig aanleiding om op te treden: die was laag en bleef laag, en gaf zo ruimte voor het beleid van lage rentes. Er gaan nu steeds meer stemmen op om ook de prijzen van activa in het inflatiecijfer onder te brengen. Dat is terecht: het kopen van aandelen (al dan niet via het pensioen- of beleggingsfonds) en eens in de zoveel tijd een woning, maakt een standaardonderdeel uit van het bestedingspakket van de Amerikaanse en Europese consument.

Zou het beleid anders zijn geweest als de VS in dit ‘nieuwe’ inflatiecijfer reden hadden gezien de rente in 2004, 2005 en 2006 flink op te schroeven? Waarschijnlijk wel. De economische groei had eronder geleden, dat wel. Maar de klap van de kredietcrisis zou misschien veel minder hard zijn geweest – of zelfs achterwege zijn gebleven.

Zo ver zijn de centralebankiers nog niet. Maar de les voor de toekomst zal snel getrokken moeten worden. Op dit moment is het ruime monetaire beleid wederom gericht op het herstellen van de prijzen van activa. Wie zegt dat nu niet het zaad wordt gezaaid voor een nóg grotere klap? Ontkennen kan ook, in de geest van de sussende Bob Ross, die ooit zei: „We don’t make mistakes here, we just have little happy accidents.”

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel.