Geen bedrog en geen nieuwe fouten

Er hoeft niets wezenlijks te veranderen in de werkwijze van het IPCC. Dat is de conclusie die uit het rapport van de InterAcademy Council getrokken moet worden. Het IPCC was succesvol.

Het pijnlijkste verwijt dat de onderzoekscommissie van het InterAcademy Council (IAC) het klimaatpanel van de Verenigde Naties maakt is dat het traag en weinig doeltreffend reageerde toen dit voorjaar commotie ontstond over een paar fouten in een van zijn klimaatrapporten. Onnodig is daarmee de reputatie van het IPCC op het spel gezet en is het publieke vertrouwen in de organisatie afgenomen, zegt de IAC. Het IPCC moet een betere publieksvoorlichting krijgen.

Voor het overige heeft de IAC-commissie nauwelijks tekortkomingen in het opereren van het IPCC kunnen aanwijzen, ook al wordt hier en daar die indruk gewekt. Er is geen bedrog of vals spel gevonden, er is geen ernstige nalatigheid of nonchalance geconstateerd. In de rapporten zijn ook niet meer onjuistheden gevonden dan het handjevol dat begin dit jaar werd aangetroffen. Overigens had de commissie ook niet de taak daarnaar te zoeken.

Wel constateert de IAC met zoveel woorden dat het IPCC in de loop van de tijd overbelast is geraak door de ongekende hoeveelheid klimaatliteratuur die er jaarlijks verschijnt. En ook, of misschien wel vooral, door de agressieve bemoeienis van het publiek met de conclusies van de IPCC-rapporten. De rol van de beruchte ‘klimaatsceptici’ wordt daarbij niet expliciet genoemd. Het huidige IPCC-management, dat voor een deel op ad-hocbasis wordt samengesteld, kan niet altijd voldoende slagvaardig reageren. Het moet op een paar punten wat professioneler worden ingericht. In een blad als Science zijn herstructureringen voorgesteld die veel verder gaan dan de kleine aanpassingen die de IAC nu voorstelt.

De IAC ontkomt er niet aan vast te stellen dat het IPCC in de afgelopen 22 jaar succesvol heeft geopereerd en de regeringen een grote dienst heeft bewezen. En dat het panel steeds open stond voor noodzakelijke veranderingen. Van eminent belang is dat de IAC impliciet constateert dat het IPCC het werk aan de klimaatanalyses, die om de zes jaar verschijnen, in principe goed heeft verdeeld over drie werkgroepen. Ook waardeert de IAC de manier waarop de rapporten in drie stappen tot stand komen, inclusief het uitputtende review-proces dat er vanaf het begin als kwaliteitsbewaking aan is toegevoegd. De IAC begrijpt dat er van tijd tot tijd wel eens iets fout gaat bij de verwerking van de duizenden op- en aanmerkingen. Daarom doet zij de suggestie al in een vroeg stadium hoofd- en bijzaken te scheiden.

Zelfs het toelaten van regeringsvertegenwoordigers bij het opstellen van de zogenoemde ‘samenvattingen voor beleidsmakers’ (SPM’s) wordt door de IAC geaccepteerd. Sceptici hebben daarop altijd felle kritiek gehad, maar ook de IAC constateert dat het een nuttig middel is om draagvlak te verwerven. Wel tekent de IAC aan dat het opstellen van deze handzame SPM’s vaak eindigt in een nachtelijke uitputtingsslag waarin de grootste landendelegaties met de fitste vertegenwoordigers vaak hun zin kunnen doordrijven. De IAC stelt hier een procedurewijziging voor.

Ook het gebruik van ‘grijze literatuur’, literatuur die niet in een zogenoemde ‘peer review’ op wetenschappelijke waarde is getoetst, wordt door de IAC niet afgewezen. Het gaat hier vaak om gedetailleerde overheidsrapporten of rapporten van bij voorbeeld de Wereldbank of het Internationale Energie Agentschap. Begin dit jaar ontstond diepe verontwaardiging toen ‘ontdekt’ werd dat voor sommige IPCC-rapporten ook deze ‘grijze literatuur’ werd gebruikt. De IAC heeft er geen probleem mee, als er maar heldere regels komen die aangeven wat nog kán en wat te grijs is.

Goedbeschouwd grossiert het IAC-rapport in dit soort voor de hand liggende aanbevelingen. Het IPCC-proces moet transparanter worden, men moet de hand houden aan de eigen voorschriften, de voorzitter zou een gerenommeerd wetenschapper moeten zijn, enzovoort. In dit rijtje past de aanbeveling inzichtelijk te maken hoe de auteurs worden geselecteerd die de verschillende hoofdstukken van de klimaatrapporten moeten schrijven. Wonderlijk is dan weer dat de IAC niet aangeeft op welke grond zij zelf de ‘experts’ selecteerde die zij voor haar onderzoek ondervroeg.

De enige onzorgvuldigheid die het IPCC wordt aangewreven is dat het een slecht werkend systeem heeft ontworpen waarmee wordt aangegeven hoe zeker of onzeker men is over bepaalde conclusies. De verschillende werkgroepen hanteren het ieder op eigen wijze en nauwelijks consequent. Dit systeem moet op de schop.

Goed verborgen in de tekst vindt de buitenstaander lichte kritiek op het handelen van het IPCC die misschien als kritiek op voorzitter Rajendra Pachauri persoonlijk beschouwd moet worden. De IAC constateert dat het IPCC geen duidelijke regels heeft tegen belangenverstrengeling en noteert en passant dat Pachauri participeert in een onderneming die energieadviezen heeft.

Ook memoreert de IAC dat het IPCC met zijn analyses klimaatbeleid moet ondersteunen, maar niet mag voorschrijven. IPCC-functionarissen moeten zich onthouden van persoonlijke aanbevelingen. Dit moet wel verwijzen naar Pachauri’s oproep om minder vlees te eten.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Geen bedrog en geen nieuwe fouten (31 augustus, pagina 8) wordt gezegd dat het wetenschappelijk tijdschrift Science herstructureringen van het IPCC voorstelde die verder gaan dan de aanpassingen die de InterAcademy Council nu voorstelt. Dat moet zijn Nature (11 februari).