Feestresten in graf gevonden

Het oudst bekende feest werd 12.000 jaar geleden gevierd, in een grot in Noord-Israël. Het was een begrafenisfeest. De feestgangers aten twee grote en een kleine oeros en zo’n zeventig schildpadden. Die werden ter plekke in hun schild geroosterd. De etensresten werden in twee graven gelegd. Sindsdien bleven de graven gesloten, tot Amerikaanse en Israëlische archeologen ze aantroffen. De menselijke botten liggen tussen de leeggegeten schildpadschilden, schrijven de onderzoekers deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences (early edition, online).

Het was duidelijk een bijzonder begrafenisfeest, waarschijnlijk met twee overledenen, van wie er één een sjamaan was.

Feesten zijn belangrijk, ook in de antropologie. Antropologen zien dan dat er een sociale band tussen veel mensen bestaat endat die wordt versterkt. Tot nu toe dateerden de oudste feestrestanten uit de landbouwtijd, die ongeveer 10.000 jaar geleden begon. Het gaat altijd om grote vreetpartijen, aangezien de resten nu nog terug te vinden zijn. Alcoholgebruik is moeilijker aan te tonen. Dat nu ook uit de Natufiaanse cultuur, die in Israël direct voorafgaat aan de eerste landbouwculturen, feestresten zijn gevonden, past prachtig in de theorie dat daar al sociale cohesie bestond vóór de landbouwcultuur echt begon. Mensen woonden er al permanent op één plek, met veel complexere sociale verbanden dan in het verder nog normale nomadenbestaan.