Dood na hartfalen kan veel lager

Ivabradine, een medicijn tegen angina pectoris (‘pijn op de borst’), verlaagt het risico op complicaties bij hartfalen. Het medicijn, dat nu nog niet wordt voorgeschreven bij hartfalen, verlaagt het aantal sterfgevallen en ziekenhuisopnamen van hartfalenpatiënten met 18 procent (The Lancet, 29 aug. online).

Hartfalen is een ernstige chronische aandoening waarbij het hart onvoldoende bloed door het lichaam pompt. Dat komt bijvoorbeeld door schade aan de hartspier na een hartinfarct, of doordat de hartkleppen niet goed werken. De organen krijgen onvoldoende zuurstof en lopen daardoor schade op. Ook vindt vaak vochtophoping plaats in benen en longen. In Nederland lijden zo’n 180.000 mensen aan hartfalen. De aandoening is verantwoordelijk voor 10 procent van alle ziekenhuisopnamen; de helft van de patiënten overlijdt binnen vier jaar.

„Hartfalen is een ellendige aandoening”, zegt cardioloog Adriaan Voors van het UMC Groningen, mede-auteur van het onderzoek. „Patiënten krijgen minder erkenning dan wanneer ze bijvoorbeeld kanker hebben. Terwijl bij hartfalen de sterftekans hoger is en de kwaliteit van leven lager dan bij bijna alle vormen van kanker.”

Aan het onderzoek deden 6.500 patiënten uit 37 landen mee. De patiënten hadden hartfalen met een verhoogde hartslagfrequentie (meer dan 70 slagen per minuut).

Ivabradine verlaagt de hartslagfrequentie, wat een gunstig effect heeft op angina pectoris. Dat is een aandoening waarbij de hartspier zelf onvoldoende zuurstof krijgt. Hartfalen gaat veelal gepaard met een verhoogde hartslag. „De gunstige uitkomst is dus niet verbazingwekkend”, zegt Voors, „maar tegelijkertijd niet vanzelfsprekend, want een verklarend mechanisme is nog niet gevonden.”

„Als je 26 patiënten een jaar met ivabradine behandelt, voorkom je één sterftegeval of acute ziekenhuisopname”, geeft hij aan. „Je kunt erover discussiëren of dat veel is of niet. Maar bij de veelgebruikte cholesterolverlagers zijn de cijfers minder indrukwekkend.”