De overheid groeit altijd weer aan

Een slankere overheid kan veel geld opleveren. De teller staat bij VVD, CDA en PVV al op 4 miljard. Nu nog een plan om de bezuiniging daadwerkelijk te realiseren.

Wie het onmogelijke wil presteren, moet een briljant plan hebben. Mark Rutte, Maxime Verhagen en Geert Wilders weten hoe vaak anderen faalden waar zij willen en móéten slagen: bestrijden van de altijd maar groeiende overheid. Bij verkiezingen altijd een aantrekkelijke slogan, eenmaal aan de macht is het opeens snijden in eigen vlees.

Dat heeft de onderhandelaars van VVD, CDA en PVV niet afgeschrikt. Meer dan drie weken discussiëren ze al over hoe ze 18 miljard euro op de overheidsuitgaven willen bezuinigen. Over één ding hoefden ze niet lang na te denken. Als een minderheidskabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van Wilders er komt, zal het bijna 4 miljard inboeken onder de post ‘terugdringen openbaar bestuur’.

Dat is nogal wat.

Zal de boekwinst ooit werkelijkheid worden? De voortekenen zijn niet gunstig. Om een voorbeeld te geven: het vorige kabinet wilde bijna 12.000 banen schrappen bij het Rijk. De laatste stand van zaken: er zijn 2.133 banen weg.

Vanuit de formatieteams zelf klinkt al scepsis over grote ambities zonder bijbehorende plannen. Dat is precies de verkeerde mix, zo blijkt uit de jarenlange ervaring met mislukte ingrepen in het openbaar bestuur. Het ministerie van Financiën had in mei nog vijf pagina’s nodig voor de titels van rapporten die vanaf 1947 zijn opgesteld over de noodzaak tot anders besturen. Bij gebrek aan successen zijn het de mislukkingen die inzicht moeten geven in wat je moet doen om succesvol op de overheid te bezuinigen.

Een politicus moet zelfdiscipline hebben, want elk plan dat hij bedenkt, moet door een ambtenaar worden uitgewerkt, uitgevoerd en gecontroleerd. Hij moet weten wat hij de overheid wil laten doen, en al het andere genadeloos durven afschaffen. Zulke rigoureuze keuzes zijn onvermijdelijk omdat kaasschaafbezuinigingen te weinig permanente winst opleveren. De overheid is tenslotte geen kaas, en groeit altijd weer aan.

Gedisciplineerd en genadeloos zou een coalitie van VVD en CDA met steun van Geert Wilders best kunnen zijn, dat valt moeilijk te voorspellen. Maar weten de partijen ook wat ze willen, en vooral wat ze niet willen doen? Uit hun verkiezingsprogramma’s blijkt dat niet.

Slagzinnen zijn er bij de partijen genoeg. „De VVD staat voor minder bestuurders, minder politici en minder ambtenaren.” Bij het CDA: „Nederland heeft een slagvaardig openbaar bestuur nodig.” En de PVV: „Een vijfde van de ambtenaren kan wat ons betreft wat anders gaan doen.” Niemand zal er tegen zijn, maar scherpe, concrete keuzes maken de partijen niet.

Vervolg Bezuinigingen: pagina 2

Voornemens zijn zonder betekenis

Wie voorbij de mooie voornemens uit de verkiezingsprogramma’s kijkt, ziet dat alle partijen, kort samengevat, dezelfde ideeën hebben. Dat de overheid meer taken overlaat aan de private sector, minder controle uitoefent op die private sector en ook zuiniger werkt. Het ontwijken van politieke keuzes is precies waarom bezuinigingsplannen bij de overheid zo zelden aan de verwachtingen voldoen. Mooie voornemens over efficiënter werken zijn betekenisloos, zo waarschuwde het Centraal Planbureau (CPB) voor de verkiezingen: „Als het mogelijk zou zijn om de overheid veel efficiënter te maken, waarom is dat dan nog niet eerder gebeurd? Een dergelijke bezuiniging kan alleen geloofwaardig zijn als concreet wordt aangegeven welke activiteiten in het vervolg niet meer door de overheid worden uitgevoerd.”

Het zijn niet de enige conclusies van het CPB over de bezuinigingsplannen van de partijen waaruit scepsis opstijgt. „Alle partijen willen verder bezuinigen op rijks- en gemeenteambtenaren. Ervaringen uit het verleden leren dat bezuinigingen op openbaar bestuur zelden volledig worden gerealiseerd, ook niet als deze zijn opgenomen in het coalitieakkoord.”

Geld weghalen bij andere overheden is niet zo lastig. Maar dat doen zonder dat rioleringen overlopen, de Belastingdienst achter gaat lopen bij het uitkeren van toeslagen en de politie pas drie uur na een ongeluk komt opdagen, is lastiger. Dan moet je als overheid heel duidelijke afspraken maken, en je er ook nog eens aan houden.

Genoeg waarschuwingen voor de onderhandelaars van VVD, CDA en PVV dus. En niet alleen van het CPB. Ook de Algemene Rekenkamer en het ministerie van Financiën bekritiseren keer op keer het wensdenken waarmee plannen om de overheid te verkleinen doordesemd zijn.

Realistisch of niet, de ambities van de partijen die nu bij de formatieonderhandelingen zitten, zijn gigantisch. Het CPB berekende dat de maatregelen van het CDA zo’n 60.000 banen kosten, die van VVD en PVV ongeveer 40.000. En dat is bovenop de 50.000 banen die door allerlei eerdere afspraken sowieso al bij de overheid moeten verdwijnen.

In de 50.000 banen die al zouden verdwijnen zitten ook 12.000 banen die het vorige kabinet had beloofd te schrappen bij het Rijk. Hoe is het daar eigenlijk mee gegaan? Eerst de conclusie van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat deze bezuinigingsronde coördineert. „De overheid ligt goed op schema als het gaat om de afslanking.”

Een opmerkelijke constatering. Want in drie jaar tijd nam het aantal banen bij het Rijk met 2.000 af, één zesde van het te bereiken totaal. Waarom dan die tevreden geluiden? Zelf schrijft het ministerie: „De afslanking krijgt de meeste publicitaire en vaak ook politieke aandacht. Uiteindelijk is de vraag hoe het functioneren van de overheid kan worden verbeterd natuurlijk belangrijker.” En er zijn andere redenen. Het grootste aantal banen, 6.000, zou pas in het laatste jaar van het kabinet verdwijnen. Dat laatste jaar is er nooit gekomen. Ook mochten ministeries ondanks de bezuinigingseis wel hun vacatureruimte opvullen. Dat deden de meesten gretig.

Voor al deze valkuilen was het kabinet tevoren gewaarschuwd. Maar het werd weggewuifd. Dit kabinet zou het anders doen, daadkracht tonen.

Het zijn allemaal mechanismen waar ook VVD en CDA niet aan zullen ontkomen, als hun minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV werkelijkheid wordt. En dan is een van de belangrijkste veroorzakers van groeiende overheidsdiensten nog niet genoemd: de Tweede Kamer. Iedereen kent de voorbeelden. Kamerleden die bij drama’s in de jeugdzorg intensiever toezicht eisen, of bij een ontsnapte tbs’er onderzocht willen zien hoe dat toch kon. Of die na een uitbrak van Q-koorts, vogel- of varkenspest inspecteurs op pad willen sturen naar boerderijen. Geen minister die nee durft te zeggen. Voor het minderheidskabinet dat VVD en CDA zullen vormen, zal de druk uit Kamer en samenleving nog moeilijker te weerstaan zijn.

Die publicitaire druk is schadelijker dan hij op het eerste gezicht lijkt. De onstuitbare behoefte van landelijke politici om zich intensief te bemoeien met details van het overheidsoptreden heeft geleid tot wat in het jargon ‘bestuurlijke drukte’ heet. Alle partijen willen ervan af, maar alle partijen zijn ervoor verantwoordelijk.

Voor elke probleem wordt een nieuwe overheid(sdienst) opgetuigd, bij elke bezuiniging stoot de ene overheid taken af naar de andere, om zich er vervolgens intensief mee te blijven bemoeien. Landelijke politici praten graag over de eigen verantwoordelijkheid van andere overheden, totdat die overheden iets doen waar ze het niet mee eens zijn.

Rutte, Verhagen en Wilders hebben in ieder geval genoeg informatie om de goede beslissingen te nemen. Of ze dat ook doen, hangt af van hoe sterk de politieke reflexen van wegwuiven en wensdenken zijn ontwikkeld.