Aanstaande ouders hebben wel degelijk hulp nodig

Ouders moeten met minder hooggespannen verwachtingen aan een gezin beginnen. Want niemand wordt gelukkig van kinderen, meent Herman Stevens.

Waarom krijgen mensen kinderen? We zijn geen nomaden meer die op hun oude dag door het nageslacht moeten worden onderhouden. Toch zijn kinderen alleen maar belangrijker geworden in onze samenleving nu familievorming een keuze is geworden in plaats van een onvermijdelijke taak. Sommige ouders-in-spe onderwerpen zich aan slopende medische procedures om maar kinderen te krijgen. Ook is de opvoeding van onze kinderen een van de laatste terreinen waar we nog sporen terugvinden van het oude verzuilde Nederland.

Wie om zich heen kijkt kan er moeilijk omheen. Sinds de eeuwwisseling zijn het kinderzitje en de babybakfiets de symbolen geworden van de Nederlandse droom. We hebben geen grote wereldverbeterende idealen meer. We willen alleen het beste voor onze kinderen. En, vooruit, voor de vriendjes van onze kinderen. Toch zijn er problemen in het paradijs. Er wordt nogal wat onderzoek gedaan naar hedendaags ouderschap en er valt uit alle uiteenlopende resultaten maar één conclusie te trekken. Ieder gezin is ongelukkig op zijn eigen manier.

We worden niet gelukkiger met kinderen in huis, zoals redacteur Ellen de Bruin afgelopen zaterdag in deze krant beschreef. In de Amerikaanse psychologie is er een term voor. Parenthood paradox. Kort samengevat: we zeggen dat kinderen ons gelukkig maken, maar wanneer we een vragenlijst invullen over de leuke dingen in het leven, blijken vooral ouders van jonge kinderen helemaal geen leuke dingen in het leven te hebben.

We verheugen ons wel op kinderen, maar als ze er eenmaal zijn, is er nauwelijks nog tijd om je ergens in te verheugen. Daarom kijken kinderloze stellen vaak positiever tegen hun leven aan dan ouders met kinderen in huis. En naarmate er meer kinderen komen, daalt de tevredenheid van de ouders verder. Het gezellige grote gezin is een mythe. Althans in de beleving van de ouders.

Maar kleinere gezinnen maken ook niet gelukkig. Volgens recent onderzoek uit Utrecht doen gezinnetjes met één of twee kinderen vaker een beroep op de arts en de therapeut, omdat ouders zulke hoge verwachtingen hebben van hun prinsjes en prinsesjes dat iedereen eronder lijdt. Een kind mag nooit klieren, mag zich nooit vervelen en mama mag nooit eens boos worden. In kleine gezinnen is er geen centimeter lucht tussen ouders en kinderen. Dat houdt niemand vol. Naarmate gezinnen groter worden, worden de onwerkelijke verwachtingen dan ook bijgesteld. Zo worden kind nummer drie en vier een soort voorbehoedsmiddel tegen neurotisch opvoeden. Dat is een bizar recept, dat alleen al door de gevorderde leeftijd van veel hoogopgeleide hypermama’s niet kan worden gerealiseerd. En het is ook de vraag of zo’n voorbehoedsmiddel wenselijk zou zijn.

Het is beter dat ouders met minder hooggespannen verwachtingen aan een gezin beginnen. Deze zomer was er rumoer rond het zogeheten moederexamen in Venray. Aanstaande moeders kregen een lange lijst met vragen om te kijken of er soms een probleemgezin in de maak was. Het zag eruit als een weinig subtiele vorm van overheidsbemoeienis, en alle reflexen van het oer-Nederlandse soevereine moederschap staken al snel de kop op.

Toch zou het geen kwaad kunnen als aanstaande ouders werden geholpen om te voorkomen dat het gezin een broeikas wordt van angsten en spanningen. In veel gevallen is er de extended family die zorgt voor hulp en een relativerende toets, maar in deze tijd van massaal individualisme beschikt niet iedereen over zo’n netwerk.

Rond de bevalling wordt de moeder omringd door verloskundigen, gynaecologen en de kraamhulp. Maar die richten zich primair op het fysieke welzijn van kind en moeder. De rest ligt in de privésfeer. Gevoelig. Toch hoeft de soevereiniteit van het gezin niet te worden aangetast als de verloskundige tijd vrijmaakte om met de moeder én de vader te praten over hoe ze zich het ouderschap voorstellen. En dan niet in de vorm van een examen. Te vaak hebben ouders geen idee wat hun te wachten staat. Of moeder en vader blijken radicaal verschillende ideeën te hebben over hun ouderschap.

Kinderen opvoeden lijkt soms veel op het besturen van een mammoettanker. Het is moeilijk om van koers te veranderen, niet alleen omdat ouders nauwelijks nog tijd voor elkaar hebben met kinderen om hen heen. Maar ook omdat de manier waarop wij kinderen opvoeden wordt gestuurd door impulsen waar we zelf nauwelijks vat op hebben. Al dan niet bewust kopiëren ouders de manier waarop zij zelf zijn opgevoed, en aan het verleden is weinig te veranderen. Maar er valt wel over te praten, en zo kan veel van het paradoxale ongenoegen van ouders worden voorkomen.

Herman Stevens is schrijver. Deze zomer verscheen zijn roman Vaderland (Uitg. Prometheus).