Taalkundige: spelling gaat na basisschool mis

Leerlingen in de hoogste groep van de basisschool kunnen nog behoorlijk goed werkwoorden spellen. Na de basisschool gaat het echter in rap tempo bergafwaarts.

Taalkundige Jannemieke van de Gein deed onderzoek naar spelling in eindexamenteksten van havisten en vwo’ers. Ze ontdekte dat het met spelling misgaat op de middelbare school. In een artikel in het septembernummer van Onze Taal schrijft Van de Gein dat het ministerie te lage eisen stelt.

Na alarmerende signalen over afnemende spellingsvaardigheid van scholieren heeft de door het ministerie van Onderwijs ingestelde commissie-Meijerink afgelopen jaar beschreven wat scholieren op taalgebied moeten kennen en kunnen. Die eisen heten referentieniveaus. Ze gaan dit – net begonnen – schooljaar in.

De commissie heeft zichzelf ten doel gesteld haalbare eisen te formuleren, schrijft Van de Gein, „maar intussen zijn de eisen zó absurd laag dat het de vraag is of zij haar doel niet finaal voorbij schiet”.

Basisschoolleerlingen beheersen volgens de taalkundige de werkwoordspelling namelijk „vele malen beter dan de commissieleden lijken te denken”. Het „werkelijk zwakke punt” in het spellingsonderwijs is het „onderhoudswerk na de basisschool”.

De makkelijkste categorie – werkwoorden als werken (werkte, gewerkt, werkend) en leren – moeten alle kinderen kennen. Maar ingewikkelder werkwoordsvormen als ‘ik houd, hij houdt’, ‘de krant meldde’ en ‘het vliegtuig stortte neer’ hoeven pas na vier of vijf jaar op alle niveaus in het voortgezet onderwijs goed te worden gespeld.

Van de Gein vindt dat niet terecht. De expertgroep laat met de referentieniveaus de lat zakken „zelfs tot onder het niveau dat verreweg de meeste basisschoolleerlingen zonder buitensporig veel moeite kunnen bereiken”.

Daarmee, concludeert de taalkundige, werkt de commissie de terugloop van het huidige niveau juist in de hand. Terwijl het juist de bedoeling is dat kinderen béter gaan spellen.

Van de Gein werkt als extern medewerker mee aan de zogeheten ‘schrijfpeilingen’ van toetsinstituut Cito. Het onderzoek voor Onze Taal heeft ze op eigen initiatief uitgevoerd. Ze hoopt dat er nog eens „kritisch wordt gekeken” naar de referentieniveaus. „Want zoals het nu gaat, helpt het het spellingsniveau om zeep.”

Het ministerie van Onderwijs en de commissie willen niet reageren op het artikel in Onze Taal.