Ratio en gekte

Namens weeshuizen, klinieken, ontwikkelingslanden en diverse aandoeningen trekt een lange stoet van collectanten door ons dorp. Net als het biggetje uit het klassieke kinderboek Het feestvarken hoor ik thuis aanhoudend de deurbel en dan staat er een broodmager kalf op de stoep, een verfomfaaid hondje of een treurige kip zonder eieren. En net als het feestvarken geef ik natuurlijk meteen alles weg wat in huis voorhanden is.

Zo rende ik dus laatst ook met geld in de aanslag naar de deur toen een enthousiaste jongeman aanbelde namens kinderen met kanker. Hij straalde. „Ik wist wel dat u iets zou geven. U hebt een sticker van Artsen Zonder Grenzen op de deur”, zei hij. En bij het weggaan draaide hij zich vol dankbaarheid nog eens om. „U bent een goed mens!”

De rest van de dag bleef ik er schaapachtig om grinniken. Een goed mens! Intussen waren mijn dorpsgenoten zo verstandig geweest de politie te waarschuwen. Volgens de collectante van de Maag Lever Darm Stichting, die de volgende dag op de stoep stond, was de enthousiaste jongeman op de hoek van de Berkenweg opgepakt. Ze stak haar collectebusje naar voren. „Maar ik ben wel echt”, zei ze.

„Ein guter Mensch sein? Ja, wer wär’s nicht gern?” vraagt Bertolt Brecht retorisch. „Doch leider sind auf diesem Sterne eben die Mittel kärglich und die Menschen roh.” Helaas zijn hier op aarde de middelen schaars en de mensen ruw: voor je het weet geef je uit goedheid des harten al je geld weg aan een oplichter die er aanslagen op schoolbussen mee financiert.

De hulpactie voor Pakistan die deze zomer langzaam op gang kwam, was duidelijk niet bedoeld om de Pakistanen te helpen, maar om de Nederlanders op het gebied van liefdadigheid de maat te nemen.

Deugen wij? Nee, mopperden de kranten, de ramp had het geweten van de Nederlanders ‘niet frontaal geraakt’, we willen mensen niet helpen als ze ‘niet op ons lijken’ en dat ligt allemaal aan het ‘bashen van moslims’ door de PVV.

Nu was het volgens mij juist een bekend feit dat het Nederlandse volk tot de braafste volkeren ter wereld behoort. De bereidheid tot het geven aan goede doelen is hier uitzonderlijk hoog en onze vrijwilligers dragen meer bij aan het bruto binnenlands product dan vrijwilligers elders.

Maar ook dat kon de commentatoren niet vermurwen. Toen de giften voor Pakistan eenmaal op gang kwamen, haastten hoogleraren gedragstheorie en filantropie zich te verklaren dat mensen geen verstandige afwegingen maken, maar zich laten meeslepen door ‘foto’s van stervende kindjes door de diarree’. Kortom, als we niets geven zijn we xenofoob, en als we wel wat geven, is dat omdat we ons laten manipuleren.

Nu kun je, als je dat per se wilt, de keuzes van mensen inderdaad verklaren vanuit hun slechtheid en onredelijkheid. Maar het is misschien leuker te erkennen dat de meeste Nederlanders gewoon proberen een goed mens te zijn. En dat het nu eenmaal lastig is een goede keuze te maken, omdat we beschikken over onvolledige informatie en een beperkt aantal alternatieven.

In de opgewonden discussie rondom de formatie viel me deze zomer daarom nog het meest de uitspraak op van een vrouw die PVV had gestemd. Ze lichtte in de Volkskrant de complexiteit van die keuze toe. „Mijn moeder zit nu tussen de lichtdemente bejaarden. Die mensen slaan elkaar soms, en er is geen verpleegster te bekennen. Dan denk ik: laat dan die Wilders zijn ideeën maar inbrengen. Hij spoort niet helemaal, maar de rest ook niet.”

Dit klonk niet als de beslissing van iemand die zich heeft laten meeslepen en nu gedachteloos achter haar leider aanloopt. Haar verzuchting dat Geert Wilders „niet helemaal spoort” werd bovendien gedeeld door veel andere kiezers: een groot deel van zijn eigen aanhang beschrijft Wilders als gek dan wel knettergek. Maar de argumenten om hem wel te steunen wogen kennelijk zwaarder dan de argumenten om dat niet te doen. „Dat hij ‘knettergek’ is staat voor mij wel vast”, schreef de een. „Maar mijn zegen, voor wat ‘t waard is, heeft ie.” En een ander: „Gek of niet, dit is wel degene die er wat aan gaat doen.”

Het zijn al met al lastige dilemma’s. Moet je uit menslievendheid geld geven aan een land met een corrupt regime? Moet je uit zorg om de Nederlandse prachtwijken je stem uitbrengen op een politicus die niet spoort? Het helpt niet de Nederlanders die hiermee worstelen te beschrijven als een amorfe massa met standpunten die al bij voorbaat niet deugen.

De meeste mensen proberen een goed mens te zijn. Geloof me, ik heb niet lang hoeven zoeken op het internet om kritiek te vinden van PVV-stemmers op het gedachtegoed van Geert Wilders. Op zijn ‘islam blabla’, zijn ‘overtrokken islamfobie’, zijn ‘verkeerde uitspraken en woorden’. Advocaat en PVV’er Theo Hiddema deed in een televisiegesprek de meeste plannen van Wilders af als onzin. Het is duidelijk: de aanhang wil liever een ander dan Geert. Maar er is geen ander. En dus neemt men het risico dat kleeft aan de gekte van Wilders op de koop toe.

Hadden ze dit dilemma serieus genomen, dan hadden de bejubelde ‘slimme strategen’ van VVD en CDA deze kiezers eerder een alternatief kunnen bieden. In plaats daarvan zadelen ze straks het hele land op met een politicus die door zijn eigen aanhang wordt omschreven als krankzinnig. Fascinerend is het beslist. Maar ik probeer nog steeds te begrijpen wat er zo slim aan is.