Psychische hulp is maar één deur verderop

In Schiedam is bijna alle zorg in één gebouw samengebracht. Beter voor de patiënt en het is ook nog goedkoper, zeggen de initiatiefnemers. Dat is een claim die zich zich lastig laat bewijzen.

Wie wil weten hoe een huisartspraktijk er over tien jaar uitziet, moet naar Schiedam. Huisartsen Geert van Rooij en Wallie Bloot zijn trots op hun levenswerk: „Het is lastig om bescheiden te blijven.”

In deze praktijk zitten vier huisartsen, een apotheek en drie fysiotherapeuten. Tot zover niets bijzonders, dat komt vaker voor. Maar de praktijk omvat meer: er zijn diëtisten, psychologen, een podotherapeut. En het RIAGG, de thuiszorg, maatschappelijk werk, wijkverpleegkundigen, een bloedafnamedienst, de reizigersvaccinatie en het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs. Vanaf volgende maand zijn er zelfs medisch specialisten die kleine ingrepen doen.

Zo ziet de toekomstige huisartsenpraktijk er uit, rapporteerde de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ), een van de belangrijkste adviesorganen van het ministerie van VWS, in april dit jaar aan minister Klink (CDA). „De effectiviteit van interventies vooraan in de zorgketen is het grootst”, was een van de conclusies van de RVZ. Dus kwam die raad vorige week met elf man naar Schiedam om te zien hoe ze dat daar doen.

De zorgsector hecht aan zijn eigen hokjes. Zeven jaar geleden begonnen Van Rooij en Bloot „over muurtjes te springen”. „Iedereen zei: ‘Jullie lopen te hard!’ Dat doen we ook, en soms vallen we”, zegt Van Rooij in de overlegruimte van de huisartsenpraktijk. Aan tafel zitten behalve de afvaardiging van de RVZ vertegenwoordigers van de gemeente, een zorgverzekeraar en een thuisorganisatie. Van Rooij: „Dit is het beste voor de patiënt en het is goedkoper.”

One stop shopping heet het: alles bij elkaar in één gebouw. Als Bloot bijvoorbeeld een patiënt met een alcoholprobleem heeft, loopt hij met hem naar het CAD, twee deuren verder. „En als ik iemand psychische hulp adviseer, kan hij de volgende dag om negen uur hier terecht.”

Vroeger werd de patiënt verwezen naar het RIAGG op het Stationsplein. „Dan begon de behandeling pas na twee of drie maanden.” Vaak komt een patiënt zo’n tijd na de verwijzing niet meer opdagen.

De huisartsenpraktijk in Schiedam is goedkoper, zegt Van Rooij, doordat eenvoudige dingen door assistenten worden gedaan: oren uitspuiten, bloed prikken, bloeddruk meten, wratten weghalen en hechten. Op vier huisartsen heeft de praktijk liefst negentien assistenten. Toch twijfelt iemand van de RVZ: „We moeten wel meten of het echt goedkoper is.”

Van Rooij heeft het nooit gemeten: „Maar de aanpak levert in ieder geval betere kwaliteit”. Directeur Chris Oomen van DSW, de belangrijkste zorgverzekeraar van Schiedam, bromt sceptisch: „Dit is niet te meten qua financiën en medicijngebruik”.

Misschien kunnen we een patiënttevredenheidsmeting doen, oppert iemand. „Tevreden zijn zegt niets over of iemand door deze aanpak gezonder is geworden”, roept een ander. Maar de secretaris van de RVZ, Pieter Vos, voelt dat dit model werkt. Je ziet hem denken: als een kwart van de huisartsenzorg door een assistent wordt gedaan, móét het wel goedkoper zijn.

Tussen de regels door bekritiseren de huisartsen de moeizame samenwerking met sommige partijen: de plaatselijke woningcorporatie, die alle medewerking zou weigerten, de gemeente, die „niets” doet, en de GGD: „Dat is helemaal een ramp!” Daarom geen GGD in het gebouw, ziet de delegatie van de RVZ als ze later alle kamers bekijkt.

In een van de kamers praat een ‘praktijkondersteuner’ via de webcam met een patiënt thuis. Als je dat doet, kun je een ziekenhuisopname voorkomen. Een kamer is ingericht om echo’s te maken, bijvoorbeeld om te kijken of iemand galstenen heeft. Van Rooij: „In een ziekenhuis kost zo’n echo 300 euro, hier 50 euro.”

Vanaf volgende maand bespaart de praktijk nog meer geld, want dan zitten er drie specialisten voor de eenvoudiger ingrepen: een dermatoloog, een chirurg en een gynaecoloog. Voor bijvoorbeeld open benen, schimmelziektes, menstruatiestoornissen, het weghalen van grote puisten of ingegroeide teennagels. Het is eigenlijk geen huisartsenpraktijk meer. Daarom staat sinds kort in neonletters op de luifel: ‘Zorgpunt’.

DSW steunt het Zorgpunt, soms met twijfels. Aan het einde van de rondgang door de praktijkruimte zet directeur Oomen een vraagteken bij dat gedelegeer aan lageropgeleide assistenten, ook al krijgen ze extra trainingen. „Ik spreek toch het liefst de dokter.”