Politieke polarisatie

De economische crisis in de Verenigde Staten is nog niet voorbij. Dat het begrip ‘systeembank’ zijn intrede heeft gedaan, doet vermoeden dat er wellicht een relatie is tussen de recessie en de structuur van de bancaire wereld. Politieke samenwerking lijkt dan ook geboden. Maar in de VS lijkt één fenomeen desondanks overeind te blijven staan: de culture wars tussen christelijk rechts en seculier progressief.

De Tea Party is de treffendste organisatorische uiting van deze culture wars, die door de komst van president Obama naar nieuwe hoogten zijn gestegen. De beweging mobiliseert burgers tegen het beleid van Obama. De Tea Party schildert hem graag af als een socialist, soms als een moslim en/of als een buitenlander die dus zelfs formeel geen president had mogen zijn. De beweging heeft her en der al succes geboekt – bij tussentijdse verkiezingen voor een Senaatszetel in de progressieve deelstaat Massachusetts en bij campagnes in de Republikeinse Partij. Bij de Congresverkiezingen zal over een maand blijken hoever haar invloed reikt.

De Tea Party heeft geen zichtbare leiders. Ze afficheert zichzelf als een grassroots beweging. Zij het dat ze volgens het weekblad The New Yorker kan rekenen op invloedrijke sponsors: de gebroeders Koch van het gelijknamige petrochemische concern en eigenaar Rupert Murdoch van de neoconservatieve zender Fox.

Een van de meest radicale en bekende programmamakers van Fox gaf zaterdag leiding aan een massameeting, ‘Herstel Eer’, op de trappen van Capitol Hill in Washington. Op de kop af 47 jaar geleden nadat Martin Luther King daar zijn „I have a dream”-rede uitsprak, kondigde de populaire talkshowpresentator Glenn Beck er met veel pathos aan dat Amerika nu zal „terugkeren tot God”.

Hij werd terzijde gestaan door voormalig vicepresidentskandidaat Sarah Palin. Tienduizenden mensen kwamen op hen af, vele malen meer dan op een demonstratie elders in Washington waar King werd herdacht. Die kleine laatste groep vond het onkies juist deze dag en die plaats te gebruiken voor de betoging. Maar dat verwijt is niet overtuigend. Capitol Hill is een symbolische plek voor iedere Amerikaan.

Dat wil echter niet zeggen dat de anti-Obamabeweging de locatie alleen maar heeft uitgekozen als relatief onschuldige provocatie. Beck, die zich na een zondige jeugd heeft bekeerd tot het Mormonengeloof en een meester is in het spel met lichtelijk paranoïde theorieën, staat voor meer. Hij lijkt een vooruitgeschoven post te worden van de radicale vleugel bij de Republikeinen. Al zei hij zaterdag zelf geen kandidaat te zijn voor de presidentsverkiezingen van 2012. Hij creëert vooral een politiek klimaat.

Die zogenaamde onthechtheid is zorgwekkend.

En ook herkenbaar. Beck en zijn geestverwanten stoken menig vuurtje op, maar wensen nadrukkelijk geen verantwoordelijkheid te nemen voor het blussen ervan. In hun ogen is macht iets om uit te dagen, niet om te dragen.

Met die houding bewijzen ze de democratie geen dienst.