Peetvader van de Amsterdamse politieroman

Oud-rechercheur Baantjer schreef 80 populaire boeken over zijn alter ego De Cock. „Ik gewoon ergens een lijk neer en dan zie ik wel.”

Gistermiddag overleed ‘de godfather van de Nederlandse politieroman’ in een hospice in Alkmaar aan een agressieve vorm van slokdarmkanker. Appie Baantjer, de nationale verpersoonlijking van oom agent,is bijna 87 geworden.

Baantjer schreef ruim tachtig boeken die – na een moeilijke start – een ongekende populariteit bereikten. Albert Cornelis Baantjer werd binnen Nederland zo beroemd dat de serie over De Cock – met CeeOoCeeKaa – simpelweg Baantjer kon heten.

Baantjer was een politieman in hart en nieren, die zonder wapen rondliep en die zich zonder noemenswaardige vooropleiding wist op te werken tot rechercheur. Van 1945 tot aan zijn pensioen in 1984 was en bleef hij in dienst van de politie. Zijn schrijverscarrière – ruim dertig jaar lang twee boeken per jaar - begon aan bureau Warmoesstraat op de Amsterdamse Wallen. Pas na enkele jaren schrijven creëerde hij zijn alter ego De Cock met sidekick Vledder en een hele reeks medewerkers met namen uit de feodale tijd. „De Cock vloekt niet, mept niet, schiet niet, en springt ook niet van het ene bed in het andere. Eigenlijk is het een hele nette burgerman”, aldus de auteur.

„Ik leg gewoon ergens een lijk neer,” verklaarde Baantjer jarenlang in alle interviews, „en dan zie ik wel.” Vervolgens voltrok zich in zijn boeken een gedroomd politieonderzoek waarin De Cock en Vledder de verschillende betrokkenen ondervroegen en na het inslaan van enkele dwaalsporen ontdekten wie de dader was.

Recensenten waren al snel uitgekeken op de voorspelbare plots en de eenvoudige stijl van de boeken. De Gouden Strop – de prijs voor het beste Nederlandse misdaadboek - won Baantjer nooit. Hij zat er niet mee. Het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs kende hem ter compensatie in 2003 wel het erelidmaatschap toe, nadat hij in 1998 al was geridderd.

Zo zuinig als de beroepslezers en collega’s waren met positieve reacties, zo trouw en enthousiast was het publiek. Dat waardeerde de warmte en gemoedelijkheid van de jaren vijftig, de gezelligheid van de Wallen en de herkenbaarheid van een speurder met een hoedje, die onder werktijd cognac dronk in een bruine kroeg.

De Cock bleef dan ook altijd hetzelfde type, ‘de grijze speurder’. Simon de Waal, die 25 scenario’s schreef voor de televisieserie, noemt De Cock „een wandelend anachronisme.” De vaste receptuur verklaart ook deels het succes van de serie (op het hoogtepunt drie miljoen kijkers) én van de boeken (200.000 exemplaren per titel). Baantjer kreeg zelfs boze brieven van lezers als De Cock bij hoge uitzondering een keer te weinig op zijn kop kreeg van de commissaris.

Na de dood van zijn vrouw in 2007 besloot Baantjer te stoppen met schrijven, maar nog geen jaar later begon hij met collega-politieman en collega-schrijver Simon de Waal aan een nieuwe reeks boeken waarvan het derde op het punt van verschijnen staat. In 2008 werd in Amsterdam het Baantjermuseum geopend en verscheen van de hand van Geertje Bos de biografie Baantjer alias De Cock.

Vanaf 2011 verschijnt Baantjer Inc., een serie over Hendrick Zijlstra, neef van De Cock, geschreven door ghostwriter Ed van Eeden.