NOC*NSF: 100 mln per jaar nodig voor topsport

Er is voor 2011 een jaarlijkse investering van ongeveer 100 miljoen euro in de topsport nodig om Nederland tot de tien beste sportlanden ter wereld te laten uitgroeien. En om die positie te kunnen handhaven moet dat jaarbudget in 2020 zijn verdubbeld tot zo’n 200 miljoen euro. Op termijn betekent dat een verviervoudiging van de bijna 50 miljoen euro die momenteel aan de topsport wordt besteed.

Die cijfers staan in een studie van sportkoepel NOC*NSF naar de voorwaarden voor een vaste plaats in de toptien van sportlanden, die vandaag op nationaal sportcentrum Papendal in Arnhem wordt gepresenteerd.

Als de medailleklassementen van de Olympische Spelen als graadmeter voor een toptienpositie worden genomen, is berekend dat Nederland bij de Zomerspelen tussen de 30 en 35 medailles moet winnen, waarvan acht tot twaalf van goud. Bij de Winterspelen moeten twaalf tot vijftien medailles worden behaald, waarvan zes tot acht gouden.

Dat zou een ingrijpende ommekeer betekenen, want er is de laatste jaren sprake van een dalende lijn. Na de succesvolste Spelen voor Nederland ooit, in Sydney (2000), met 25 medailles en twaalf gouden, volgden ‘Athene’ (2004) met 22 totaal en vier gouden en ‘Peking’ (2008) met respectievelijk zestien en zeven. De studie laat andere cijfers zien. De bonden denken idealiter bij de Spelen in 2012 (Londen) 37 medailles te winnen, 57 in 2016 (Rio de Janeiro) en 82 in 2020.

De investeringen die in de ‘studie toptien’ worden genoemd liegen er niet om, erkent technisch directeur Maurits Hendriks van NOC*NSF. Hij noemt de cijfers reëel maar niet spijkerhard, omdat onmogelijk tot ver achter de komma berekend kan worden hoeveel een medaille kost. Bovendien zijn de berekeningen gebaseerd op de ideale situatie, waarin de sportbonden al hun wensen gehonoreerd zien. Hendriks is realistisch genoeg om te weten dat die veronderstelling een utopie is.

Maar wat is wel reëel? „Per direct dertig miljoen per jaar extra”, zegt Hendriks, die een dergelijk verzoek voor de kabinetsonderhandelingen heeft ingediend bij VVD-leider Rutte.

Tot de aanbevelingen in het rapport behoort onder andere een verhoging van het stipendium (salarisregeling voor topsporters), uitbreiding van de wetenschappelijke ondersteuning en een sterkere centrale aansturing van de topsportprogramma’s door NOC*NSF. Van alle aanbevelingen beschouwt Hendriks de talentontwikkeling het belangrijkst. Hij vindt dat die programma’s gegarandeerd moeten worden.