Modderplassen, schuttingen en slagbomen

De grens tussen Rusland en Litouwen is op de Koerse Schoorwal fraai en erg smal.

Maar nergens zijn de verschillen tussen de twee landen zo groot als hier.

„Zeg, waar zijn de paddestoelen”, roepen de twee bejaarde dametjes die uit het struweel opduiken. „We zijn helemaal uit Kaliningrad gekomen om ze te plukken, maar we kunnen niets vinden.”

Vol goede moed lopen de beide dagjestoeristen door naar Morskoje, het laatste dorp voor de Russische grens met Litouwen op de Koerse Schoorwal, een 98 kilometer lange landtong die de Oostzee scheidt van de Koerse Baai.

De landtong, opgenomen in de Werelderfgoedlijst van de Verenigde Naties, is nergens breder dan drie kilometer. De grens tussen Rusland en jonge EU-staat Litouwen op de Koerse Schoorwal is dan ook de kleinste die je maar kunt verzinnen. Maar nergens zijn de verschillen tussen twee landen op een klein oppervlak zo groot als hier.

Morskoje ligt in de Russische exclave Kaliningrad, die tot 1945 deel uitmaakte van Oost-Pruisen. Het dorp heette toen op zijn Pruisisch Pillkoppen en de 61 meter hoge zandheuvel aan de zuidrand de Altdorfer Berg. Op de top bouwden de ridders van de Duitse Orde in 1283 hun eerste burcht, die een uitvalsbasis werd voor de kolonisering van het Baltische gebied en de kerstening van de lokale bevolking.

De Russen hebben de berg omgedoopt in het Duin van Epha, maar wat hetzelfde is gebleven is het fraaie uitzicht over het hoge duingebied dat ook wel de ‘Europese Sahara’ wordt genoemd.

Beneden in het vissersdorp heeft de tand des tijds toegeslagen. Weg is de Duitse ordelijkheid van voor de oorlog. In plaats daarvan tiert het verval. Behalve de 1-Mei-straat, die eindigt bij een kleine basis voor de grenstroepen, zijn veel straten kapot en verwaarloosd. Verf om de huizen mee op te kunnen schilderen is hier een schaars goed.

Wel kopen nieuwe rijke Russen uit Kaliningrad en Moskou de grond in Morskoje langzaam maar zeker op om er lelijke vakantiehuizen in alle denkbare bouwstijlen van blokhut en vakwerkhuis tot klein bakstenen paleis kriskras neer te zetten, omgeven door hoge schuttingen die ieder uitzicht op de natuur belemmeren.

Inmiddels zijn ze opgerukt tot aan de baai, die ze zich toegeëigend hebben via een bordje met ‘verboden toegang’ erop.

„Ik ben hier voor de eerste keer”, zegt Olga, die met haar gehandicapte dochter uit Sint-Petersburg over is voor een weekje vakantie. „En wat is het hier mooi en stil. Natuurlijk haalt het het niet bij het Litouwse deel, maar dat kan ik toch niet betalen, omdat ik dan een Schengenvisum voor mijn dochter en mezelf nodig heb en dat kost me een half maandsalaris.”

Olga en haar dochter zijn op weg naar het dorpswinkeltje, dat gevestigd is in het voormalige schoolgebouw. Er zijn vandaag drie appels te koop. Toch is het overige aanbod er gevarieerd, vooral bij de drankafdeling, die eenderde van de winkelruimte beslaat en zich onderscheidt door een grote collectie wodkaflessen van uiteenlopende kwaliteit.

„Als het regent moet je toch wat”, zegt de winkelierster, die haar dorp het mooiste ter wereld vindt.

Een klein terras met twee gele en twee rode plastic tafeltjes, dat bij het winkeltje hoort, ligt achter tralies en geeft de clientèle het gevoel in een gevangenis zijn oploskoffie te mogen drinken. Het uitzicht op de zandweg is al even treurig: modderplassen, afvalcontainers, achtergelaten bouwmaterialen, de schuttingen en BMW’s van de nieuwe rijken.

Een eindje verderop, in de Datsjastraat, ligt de vakantiekolonie Dosoeg, die bekend staat om zijn wisselende kwaliteit. „Maar het strand is hier het mooist omdat het zo verlaten is”, zegt Josif, een gepensioneerde wiskundige uit Moskou, die met zijn vrouw en dertigjarige dochter vakantie viert in het dorp. „Het is alleen een schande dat investeerders hier een enorm hotel willen bouwen, met veel meer verdiepingen dan de wet toestaat. Terwijl dit gebied Werelderfgoed is.”

Als we samen met zo’n tien Russische badgasten het dorp uitlopen naar het Oostzeestrand anderhalve kilometer westwaarts, passeren we nieuwbouw in Zuid-Engelse villastijl. „Alleen voor miljonairs”, zegt een dronkelap, die net wat nieuwe flessen heeft ingeslagen.

De weg naar Litouwen ligt in een natuurgebied. Bij een café waaruit keiharde muziek klinkt, een andere constante factor in de Russische horeca, schuilt een zanggroepje uit Kaliningrad onder het afdakje van een kampeertafel voor de plotseling opgekomen regen. Het voedsel dat ze bij zich hebben, delen ze met de twintig andere gestrande badgasten. En dan heffen ze hun liederen aan, die troost bieden en de vochtige kou voor even verdrijven.

De weg voert acht kilometer lang door een natuurreservaat, waarin een zwanenmeer ligt met een onvergetelijk uitzicht op de baai. De Saharaduinen die hierna beginnen zijn dan al verboden gebied, want ze liggen in de zwaarbewaakte grenszone die ook als reservaat is vermomd.

Een bus met Heimatvertriebenen – Duitsers die in 1945 door de oprukkende Russische troepen van huis en haard zijn verjaagd – kachelt voort naar Nida, het eerste dorp op Litouws grondgebied. De weg is eigenlijk de grens, want van het asfalt mag je niet afwijken en stoppen of wandelen is al helemaal verboden.

We liften dus verder.

Tot er ineens een grenspost opduikt. Slagbomen, agenten van de grenspolitie, het lange wachten, de scherpe controle op smokkelwaar. Het bestaat allemaal pas sinds de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel en Litouwen zijn onafhankelijkheid terugkreeg.

Voorbij de grenspost begint een andere wereld, van ordelijkheid, aangeharkte lanen, mooi aangelegde straten en architectonische eenheid. „Vanaf 1991 hebben we het hier eigenhandig opgebouwd, ook al hadden we amper materiaal om de vervallen huizen mee op te knappen” zegt de Litouwse boswachter Regimantas Drungiliene. „We maken ons nu alleen zorgen over dat grote hotel in Morskoje. De bouw daarvan moet worden voorkomen, want de Koerse Baai is ook van ons. Maar in Rusland kan alles en niemand houdt zich er aan de wet.”

Dit is de tweede aflevering van een serie waarin onze correspondenten schrijven over echte of fictieve grenzen van hun land.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Modderplassen, schuttingen en slagbomen van 30 augustus (Zin, pagina 18 en 19) staat in de laatste alinea de naam van de de Litouwse boswachter Regimantas Drungiliene verkeerd. Het moet Regimantas Drungilis zijn.