Less more is niet bij Stephen Smith

In het MU is More with Less van Stephen Smith te zien.

In zes hoofdstukken geeft Smith zijn grafische visie op de automatisering van onze communicatie.

Doe mij maar analoog. Lekker overzichtelijk en begrijpelijk. Hoe dat eruitziet? Als grote witte kubussen met zwarte horizontale en verticale lijnen. Uit de losse pols getrokken, een voor een. Het ruitpatroon vormt een matrix.

Die analoge matrix markeert de beginperiode van de ontwikkeling van de eerste computer tot de eerste smartphone. Van analoge naar digitale informatie, in een periode van vijftig jaar. Dat wordt elders ook uitgebeeld door vijftig tikkende klokken, gemaakt van beplakte filmblikken. De wijzers geven een willekeurige tijd aan. De klokjes zijn te koop, voor vijftig euro. Zie je, alles klopt.

En dat niet alleen: het tikt, ratelt, zoemt en ruist in de tentoonstellingsruimte van MU in Eindhoven, waar de Britse kunstenaar Stephen Smith (35) zijn expositie More with Less inrichtte. De tentoonstelling is een visuele mixtape in zes hoofdstukken die Smiths grafische visie geeft op de automatisering van onze communicatie.

Smith, die met Marcus Diamond de ontwerpstudio Neasden Control Centre in Engeland oprichtte, is een kind van de jaren zeventig. Zijn verzameling bandrecorderbanden, cassettes, verpakkingen en reclamemateriaal is dan ook een feest van herkenning voor leeftijdgenoten. Evenals zijn voorliefde voor de oubollige hippie-typografie en het kleurgebruik uit die periode.

Het meest in het oog springt een kamertje, direct bij binnenkomst links. Het hokje is aan de binnenkant van onder tot boven vol geplakt. Met prints, foto’s, kopietjes, broncodes, schildersdoeken en verder heel veel papieren. Op de grond staat een beeldscherm (van Philips, naar deze Eindhovense fabriek zal je hier nog meer verwijzingen tegenkomen) dat sneeuw – in beeld en geluid – uitzendt. Daar doorheen verschijnen vaag wat lijntekeningen van cirkels en golven. Er tegenover hangt een ouderwets beveiligingsbeeldschermpje. Het staat aan, maar je ziet niks.

Al het werk in deze ruimte is at random opgehangen. Het is het werk uit Smiths schetsmappen. A4-tjes vol letters en woorden, gemoduleerd, vervormd en aangevreten. De doeken vol geschilderde nulletjes en eentjes maar ook vieren, vijven, zessen en zevens vertalen wat je ziet op het televisiescherm.

Een beetje natuurkundig en technisch inzicht is bij het werk van Smith wel een pre. Dan snap je dat een analoog signaal onderweg altijd een beetje verslechtert. Random is de chaos die je krijgt bij een storing op de lijn. Witte ruis, noemt Smith dat. Hij vergelijkt het met duiven die allemaal door elkaar koeren. Al dat gekoer vormt samen een nieuwe frequentie.

Zo ook de typografie. Door woorden – reception, circuit, machine, interfere, mix, ratio, form – te vervormen, ontstaat een nieuw beeld. Moduleren heet dat: waarbij het ene signaal (ruis) wordt omgezet in een nieuw signaal (beeld).

Een beetje historische kennis is ook handig, want Smith verstopt in zijn werk vele verwijzingen naar inspiratiebronnen. Een grote houten T symboliseert een eerbetoon aan de geniale Britse informaticus Alan Turing. Hij werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog met een codekraker, die boodschappen van de Duitsers onderschepte en ontcijferde en aan de wieg stond van de eerste elektronische computer Colossus.

Ook hangen er in het hokje foto’s van het Poème Électronique uit 1958. Een inzending van Philips voor de wereldexpo, waarin de technische vooruitgang is omgezet in een kunstwerk.

De verwijzingen zijn uitermate subtiel en voor wie het niet wil zien, gemakkelijk op te vatten als onderdeel van het visuele geheel dat toch al voornamelijk uit letters, teksten, uitgeknipte plaatjes en prachtig gedetailleerde kriebelige lijntekeningen bestaat.

De rest van de tentoonstellingsruimte is ook opgedeeld in kleinere kamers. Grote geprinte doeken bezaaid met letters, schetsmatige over elkaar gedrukte tekeningen of pick-upreclames vormen een soort poorten naar de ruimtes. Ze zijn gedrukt in rood, groen en blauw: een verwijzing naar RGB, de naam van de kleurcodering waaruit een televisiebeeld wordt opgebouwd.

In elke kamer staat een ruimtelijk bouwwerk, omringd door tekeningen aan de muur. Zoals de bordkartonnen geluidsgolven: zwarte lijnen op wit karton vormen een tweedimensionaal heuvellandschap. Erachter op de muur, nauwelijks zichtbaar door de hoge sinuspieken, hangt het woord ‘signal’, in grote jarenzeventigkapitalen. De letters zijn gemaakt van natuurfoto’s. Vrij associëren mag. Is het het landschap dat verdrukt wordt door technologie? Is het de wet van de natuurkunde die in alles terugkomt: in techniek en natuur?

Een hoog gestapeld bouwwerk van bruin kartonnen vormen doet denken aan jarenzeventigdesign; de ‘nieuwe vormgeving’ van noviteiten als pick-uptafeltjes en lp-kastjes. Scherpe lijnen, afgeronde hoeken en ronde gaten. Goed zoeken, het object verstopt het woord ‘modulair’; de tweede laag. De filmische weergave van het layeren wordt, met bijpassend authentiek 8 mm-projectorgeluid, vertoond in een kamer met witteruisbehang.

Smith werkt niet met de computer. Hij tekent met pen, potlood, vergroot en verkleint met de kopieermachine en knipt en plakt. Soms doet zijn werk denken aan Dada; aan de klankgedichten, het laag over laag werken, de willekeur en het tot kunst verklaren van een object. Ware het niet dat Smith veel meer abstraheert. Hij vertaalt bijvoorbeeld een zendsignaal in een bouwwerk van zwarte houten stokken, die in driehoekige verbindingen aan elkaar een willekeurige vorm zonder eind wordt.

Less is niet more bij Stephen Smith. Hoe meer hoe beter. Cijfers, frequenties, structuren, lijnen, termen, ritmes en beweging. Alles verwijst naar alles, maar het blijft allemaal te bevatten. De gebeitelde stijl van Smith maakt het tot een schitterende grafische vertaling van heel veel ingewikkelds dat helemaal niet meer zo ingewikkeld lijkt. Al die amplitudes en transmissies: het fascineert mateloos.

Tentoonstelling

Stephen Smith: More with Less

MU, Witte Dame, Eindhoven.T/m 3 oktober. www.MU.nl *****