Doe het zelf-burgers

Behalve een natuurramp was de watersnood die in 2005 bij New Orleans zo’n 1.800 slachtoffers maakte ook een bestuurlijke crisis. De overheid was niet voorbereid en achteraf ook niet in staat om doeltreffend op te treden. De ramp, deels van eigen makelij door zwak dijkonderhoud, was te groot. In de straten riepen de burgers nog dagen later om eerste hulp. Ze waren in de steek gelaten, nota bene door een supermacht, de VS.

Precies vijf jaar geleden verbrak orkaan Katrina daarmee de veiligheidsbelofte van de overheid aan de burger. Zelfs in Amerika, waar het individu meer voor zichzelf moet zorgen, eist de burger beschutting van de staat. ‘Katrina’ liet zien dat ook moderne staten overvraagd kunnen worden.

In Europa, waar de regens soms heftig zijn en de rivieren vaker overstromen, is het niet anders. Na een weekendje natte voeten zijn alle ogen hier nog sneller gericht op de overheid. Is Nederland voorbereid op wateroverlast? Na twee dagen regenval veranderen fietstunnels in zwembaden en keukenvloeren in pierebadjes. Wat gebeurt er dan na vier dagen? Op welke dijkgraaf kunnen we dan boos worden? Het antwoord wordt pas sinds een paar jaar nuchter gegeven: de burger is bij een grote ramp op zichzelf aangewezen.

Deze nieuwe koers lijkt ingeslagen sinds de televisiebeelden van ‘help’ roepende burgers New Orleans. Er zullen bij grote crises domweg niet genoeg hulpverleners zijn om de burger bij te staan. Die wordt nu met de gedachte van zelfredzaamheid vertrouwd gemaakt, zodat hij zich kan voorbereiden. Sinds 2007 wordt in Nederland jaarlijks in een ‘denk vooruit’ campagne de burger een noodpakket aanbevolen. Daarmee kunnen de eerste dagen van gebrek aan water, warmte, communicatie en onderdak worden doorstaan.

Alleen al die gedachte is velen totaal vreemd. In verwend Nederland wortelt het gevoel van veiligheid en beschikbaarheid van alles diep. Vaak nog aangemoedigd door de overheid, die na rampen met vuurwerk of horecabrand uitrukt met evaluaties, actiepunten en bijgestelde rampenplannen.

Het zijn volgens hoogleraar crisisbeheersing Ira Helsloot „purificatierituelen” met louter symbolische betekenis. Burger en overheid hebben elkaar daardoor in een houdgreep. Waarbij de illusie van absolute veiligheid door het rituele onderzoek achteraf in stand wordt gehouden: dit zal ‘nooit weer’ gebeuren. Althans, niet op déze manier. Volgens Helsloot is de burger in zijn hart echter een „risicorealist”. Die begrijpt heus wel dat rampen blijven gebeuren.

Zo bezien is de campagne ‘denk vooruit’ een manier om de doorgaans onweersproken boosheid van de burger op de overheid voor te zijn. Zo’n direct beroep op eigen verantwoordelijkheid wordt maar zelden gehoord. Natuurlijk is het een poging om de aanspraak op totale veiligheid in te dammen. Het ‘managen van verwachtingen’ dus. Het is een eerlijke aanpak die ook elders in de verhouding burger-overheid weleens vruchtbaar kan zijn.