Atypische boekenmeneer bij wie mensen voorgaan

Literair agent Paul Sebes is overal, zeggen uitgevers, en dus zeker op de komende Manuscripta. Koffieleut, schrijversmakelaar, netwerker. Met veel interesse voor geld.

Dit is Paul Sebes ten voeten uit. „Voor een auteur is commercie geen vies woord meer. Nu belt een schrijver: ik heb net een nieuwe keuken laten zetten, heb je nog een opdracht voor me?”

Het boekenvak – dat is allang niet meer het domein van deftige meneren die in de rookstoel boeken lezen. Paul Sebes (45) is literair agent, of noem hem schrijversmakelaar. En de manuscripten die hij binnenkrijgt, die leest hij op de crosstrainer in de sportschool.

Die instelling maakte van Paul Sebes in zo’n tien jaar tijd een belangrijke speler in de Nederlandse literaire wereld. Hij bemiddelt voor talrijke Nederlandse auteurs, verkoopt manuscripten, onderhandelt over contracten en regelt schrijf- en spreekopdrachten.

Op Manuscripta, de beurs waarmee in de Amsterdamse Westergasfabriek het nieuwe boekenjaar wordt geopend, geeft hij dit weekend onder andere een lezing over zijn werk, en spreekt hij met veel Nederlandse uitgevers. Als een makelaar koppelt hij de schrijvers aan „de beste uitgevers”. Een beroep dat voor zijn komst alleen in het buitenland gebruikelijk was. „Ik heb mijn eigen ideale baan gecreëerd”, zegt hij. Een vriend: „Paul is zijn baan.”

Wie is Paul Sebes? En wat is zijn invloed in de boekenwereld?

Paul Sebes praat graag en veel. Als hij hoort van dit artikel, is hij verguld. Hij strooit met namen – en wil je nummers? Die staan allemaal in zijn telefoon.

Zo’n profiel, zegt schrijver Arjen Lubach, dat vindt hij leuk. Dat maakt hem geen typische boekenmeneer, legt hij uit. Sebes is niet iemand die zegt ‘het gaat niet om mij, maar om de auteur’. „Juist die ijdelheid – dat plezier dat hij daaraan beleeft – maakt hem zo succesvol. En uiteindelijk komt dat ons als schrijvers alleen maar ten goede.”

Sebes wordt een sterke persoonlijkheid genoemd. Koppig. Hij gaat conflict niet uit de weg. Maar hij is ook iemand met grote sociale vaardigheden, die met veel enthousiasme auteurs begeleidt.

Paul Brandt, hoofdredacteur van uitgeverij Nijgh en Van Ditmar: „Belangrijker dan zijn neus voor literatuur is zijn talent voor netwerken. Sebes heeft een heel goed en breed netwerk, daar rollen veel van zijn projecten uit.”

Hoe hij dat doet? Paul is overal, zeggen uitgevers. De een noemt het geldingsdrang, een ander perfectionisme. Hij past zich aan, creëert een ongedwongen sfeer en hij kan goed over geld praten. Paul Brandt: „Met Paul heb ik meestal niet het gevoel dat ik aan het werk ben.” Zijn auteurs neemt hij mee uit bowlen, ze komen bij hem thuis, op zijn verjaardag en mogen achterop de fiets. Sebes: „Bij ons [Sebes & van Gelderen] krijg je er een familie bij.”

Paul Sebes groeide op in Sterrenburg, een wijk buiten het centrum van Dordrecht. Zijn vader werd na de mulo boekhouder. Hij sloot zijn carrière af als chief accountant bij een groot architectenbureau. Zijn moeder is geboren op Java (Soerabaja), zat van haar tweede tot haar vijfde in een Jappenkamp en kwam in de jaren vijftig met haar ouders naar Nederland die in Dordrecht gingen wonen. Pauls broer Rob Sebes (49): „Onze ouders wilden dat wij goede, eerlijke mensen zouden worden. En dat hun zonen het weer wat verder zouden schoppen dan zij.”

Op de middelbare school trok hij veel op met de meisjes uit zijn klas. Hij zat naast Rachel Gosselink, mocht in haar dagboek schrijven. Stiekem werden alle meisjes verliefd op hem – al vermoedden ze toen al wel dat hij op mannen viel. „Paul kon zo goed luisteren. Hij had altijd wijze raad”, zegt Rachel – inmiddels – de Jong-Gosselink. „Hij was een soort vriendin.”

En hij was gedreven. Paul Sebes wilde per se naar een categoriaal gymnasium, maar moest van zijn ouders naar de katholieke scholengemeenschap Titus Brandsma. En toen zijn broer door matige schoolresultaten de kans liep naar de havo te worden gestuurd, begon de jonge Paul te huilen. Rob Sebes: „Hij zei: ‘ik wil geen broer die havo doet’. Dat is een gevleugelde uitspraak geworden in ons gezin.”

Ook Pauls klasgenoten zagen die ambitie, de grote drang zich te ontwikkelen. „Wij sportten, Paul werkte”, vertelt jeugdvriendin Kristine Groenhart. „Ik herinner me nog dat ik na een hockeywedstrijd op zaterdag de stad inging. Ik liep naar Mac & Maggie. Stond Paul daar plots in de deuropening. In een groen soulpak met wijde pijpen.” Paul Sebes leerde in de tien jaar dat hij voor het kledingbedrijf werkte „erg goed verkopen”, en zich letterlijk „spiegelen aan de klant”.

Na de middelbare school begon hij aan een studie Nederlands in Leiden. Niet dat hij een enorme boekenwurm was. Rob Sebes: „Paul las ’s avonds in bed en op regenachtige zondagmiddagen.” Klasgenoot Rachel: „Ik had niet het idee dat hij uit volle overgave Nederlands ging doen. Het was meer zoals een ander rechten ging doen.” Al snel switchte hij naar een andere studie. Dispuutgenoot en vriend Hans Nijenhuis, uitgever van NRC Handelsblad: „Paul houdt meer van mensen dan van boeken. Dat verklaart waarom je liever niet-westerse sociologie gaat doen.”

In Leiden sloot hij zich aan bij Quintus. Een studentenvereniging die in 1979 werd opgericht omdat Minerva ‘te star en te conservatief’ was en Augustinus ‘te links en te los’, aldus de website van Quintus. Het motto werd: niet rechts, niet rooms, niet rood. Als homoseksueel voelde Sebes zich er thuis, denkt dispuutgenoot Roland Mans: „We waren duidelijk een ander soort vereniging. Neutraler. En ons herendispuut Aquavite had de reputatie dat homo’s zich bij ons op hun gemak voelden.”

Een reputatie die overigens gretig werd gevoed. „We droegen witte leren puntschoenen. En op feestjes gingen we massaal met elkaar op de bek, gewoon om te provoceren. Terwijl lang niet iedereen homo was, natuurlijk. Alleen, degenen die het waren, waren dat ook vrij expliciet.”

Binnen Aquavite vond je aansluiting als je creatief was. Er werd een songfestival georganiseerd, cabaret. Mans: „Het draaide om optreden. Om show. En daar is Paul wel van.” Ook nu nog. „Hij kan flink feesten. Je moet niet verbaasd zijn als je door hem in je kont geknepen wordt.”

Voor Quintus is Paul Sebes altijd actief gebleven. En ook de reünies van de middelbare school zijn meestal zijn initiatief. Paul Sebes kent een enorme drang tot binden, zeggen bekenden. Hij houdt mensen lang en graag bij zich, is trouw aan oude vrienden. Tijdens het kleine jaar dat hij voor zijn studie veldwerk in Mexico verrichtte, miste hij familie en vrienden. Dit was niks voor hem. „En ik vond het eng om de krottenwijken in te gaan”, vertelt hij in een interview.

Zelfs van televisieseries nam hij als kind liever geen afscheid. Broer Rob Sebes: „Hij kon er niet tegen als een serie op televisie op zijn eind liep. Als gezin hielden we de tv-gids in de gaten, zodat we hem die wetenschap konden besparen, want als hij er achter kwam, barstte hij in tranen uit.”

Niet toevallig was het een kennis van vroeger die hem uiteindelijk in aanraking bracht met het boekenvak. Terwijl zijn studie Nederlands al op de achtergrond was geraakt, vroeg een voormalige studievriendin hem bij te springen in een nieuwe uitgeverij. Het was 1991. Uitgever Mai Spijkers was net voor zichzelf begonnen. Zijn Prometheus moest een plek tussen de groten gaan veroveren. En juist daarvoor leek Paul Sebes erg geschikt.

Spijkers legt uit: „De boekenwereld is geen oneindig uitdijende markt. Er komen geen lezers bij. Overal waar ik ga staan, kan een ander niet staan. Je moet dus een zekere frontiers-mentaliteit hebben, want die grote jongens blaas je niet zomaar omver. Ik moest mezelf die wereld binnen vechten. Daar had je mensen bij nodig die op een vrije manier konden denken. En ook mensen van buiten, die niet meteen onder de indruk zijn van de gevestigde orde.”

Paul Sebes wist niets van het boekenvak. En hij was dienstbaar. Spijkers: „Wat hij deed? Alles. Secretariaat, telefoon. En hij pakte ook nog wel eens de bezem.”

Een jongen met een enorme energie, zegt Spijkers, maar ook iemand met twijfels. Zoekend naar wat hij met zijn carrière moest. Tot hij uiteindelijk de publiciteit voor de uitgeverij ging doen. Mai Spijkers: „Daar gebeurde iets. Je zag hem groeien. Boeken promoten, daar was hij goed in. Op zijn eigen typische manier, dat wel. Kakelen, ouwehoeren. Hij was het type koffieleut.” Iets dat overigens goed kan in die wereld. „Je verkoopt natuurlijk geen verzekeringspolissen.”

In oktober 1998 verliet Sebes Prometheus, genoeg gegroeid om voor zichzelf te beginnen. Samen met Caroline van Gelderen zette hij Sebes & Van Gelderen op. Met geld van de man van Van Gelderen werd een BV opgericht. De twee wilden ieder hun eigen activiteiten ontplooien: Van Gelderen ging buitenlandse fictie en non-fictie verkopen aan Nederlandse uitgeverijen, Sebes wilde datzelfde doen met Nederlandse manuscripten.

Op een Witteveenlezing in de Amsterdamse sociëteit Arti et Amicitiae, een avond waar uitgevers en redacteuren samenkomen om over het vak te praten, maakte Sebes zijn plannen bekend. Scepsis overheerste. In de Verenigde Staten heb je literair agenten nodig, die markt is zo groot – maar in Nederland?

De literair agent Sebes was toen nog geen factor om rekening mee te houden. Er was een andere activiteit die in de beginjaren de boventoon voerde, en waarmee Sebes gestaag een groot netwerk van schrijvers opbouwde: het regelen van ‘schnabbels’ voor schrijvers. Er was hoogconjunctuur en bedrijven wisten soms van gekkigheid niet meer wat ze met hun geld moesten doen. Sebes voelde dat aan en bood bedrijven de mogelijkheid iets exclusiefs te kopen: een literair verhaal van een bekende schrijver. Zo schreef Joost Zwagerman dankzij bemiddeling van Sebes de novelle Zes sterren voor adviesbureau P2, die het in rood fluweel uitgaf in één cassette met het jaarverslag. Er werd een schaal gemaakt met daarin een exclusief gedicht van Gerrit Komrij voor juristenbemiddelaar Legal People.

En dan – in 2002 – verkoopt Paul Sebes zijn eerste roman aan een literaire uitgeverij. Toiletten van Niels ’t Hooft. Dat doet hij slim. Hij organiseert een veiling. Niels ’t Hooft zet hij achterop de bagagedrager van zijn fiets, en samen rijden ze de Amsterdamse uitgeverijen af. Iedere geïnteresseerde uitgever mag bieden.

Inmiddels is het verkopen van manuscripten aan uitgeverijen een van de hoofdactiviteiten. Dagelijks komen op het kantoor van Paul Sebes manuscripten binnen. Van deze ongevraagde werken – de slush pile – is volgens Sebes zo’n 2 procent bruikbaar. Ook krijgt hij werk binnen via zijn netwerk, en van auteurs die al in zijn ‘stal’ zitten. Manuscripten biedt hij standaard aan bij meerdere uitgevers.

„Een slim concept, dat je verder vooral in het buitenland ziet”, zegt uitgever Paul Brandt, die via Sebes Robert Vuijsjes roman Alleen maar nette mensen kon uitgeven. „Sebes weet het aantrekkelijk voor te schotelen, hij creëert een hype, en dan bied je als uitgever al snel mee.”

Zo wist Sebes als literair agent veel voorschotten, zelf die van debutanten, flink op te schroeven. Daarvan gaat 15 procent naar de agent, de rest is voor de auteur. Bij tegenvallende verkoopcijfers kan de uitgever dat bedrag niet terugvorderen. Door bemiddeling van Sebes ging debutant Arjen Lubach voor veel geld naar uitgeverij J.M. Meulenhoff. Gustaaf Peek, Aart Staartjes, Rob Kamphues, allen zijn ze als auteur door Sebes ontdekt.

Inmiddels kan hij er goed van rondkomen, óók dankzij de cursus literair debuteren die hij aan schrijvers geeft. Hij verdient meer dan bij Prometheus, vertelt hij, al kan hij zich geen grachtenpand veroorloven.

De keerzijde van het spel dat Sebes speelt, is volgens uitgevers dat je veel sneller dan vroeger moet beslissen. Paul Brandt: „En je moet ervoor waken dat je met een voorschot niet te hoog gaat zitten.”

Want afschrijven, onderstreept ook Mai Spijkers, daar houden uitgevers niet van. „Je kunt wel een hoog voorschot geven, maar het boek moet het toch terugverdienen. De wal keert uiteindelijk het schip. Je kunt als schrijver niet eindeloos meer verdienen dan je waard bent.”

Die reserve heeft ook Hans Nijenhuis: het gaat bij Sebes vooral over geld. Toen Nijenhuis nog uitgever was bij de Bezige Bij, heeft hij wel eens noodgedwongen een auteur afgewezen, die zonder tussenkomst van een literair agent nu misschien wel in het fonds had gezeten. „ Er zijn boeken waarvan je denkt: het kan heel mooi worden, maar misschien ook wel niet. Dan zit je tegenover zo’n piepjonge debutant die nog niet meer dan twee hoofdstukken heeft geschreven, je handen jeuken om met zo iemand aan de slag te gaan. Maar als er dan om 5.000 euro voorschot wordt gevraagd, dan denk je: poeh. Ook voor de Bezige Bij is zo’n risico veel te groot.”

De uitgeefwereld is in die zin wel veranderd, zeggen betrokkenen. Komt dat door Sebes, of is Sebes gekomen doordat de uitgeefwereld veranderde?

Dat laatste, denkt Haye Koningsveld van Ambo/Anthos uitgevers: „De afgelopen twintig jaar is het takenpakket van een literair redacteur verschoven. Er zijn meer commerciële verplichtingen bijgekomen, er worden veel meer boeken uitgegeven en daardoor is er minder tijd om nieuw talent te zoeken. Sebes is slim in dat gat gesprongen.”