Alleen maar vooruit, naar waar zijn toekomst lonkte

Wat maakt je tot een dichter, of een schrijver? In de nieuwe verhalenbundel van Campert wordt die vraag vaak gesteld.

De 81-jarige meester schuwt het experiment niet.

‘Misschien was de leeftijd wel aangebroken om met zekere virtuositeit wat kleine werkjes af te scheiden’, mijmert Remco Camperts alter ego in Een liefde in Parijs (2004). Het is precies wat Campert heeft gedaan. Nadat de oude meester stopte met zijn tweedagelijkse column in de Volkskrant, publiceerde hij niet alleen de bescheiden roman Het satijnen hart en de Beckett-variatie Het avontuur van Iks & Ei, maar ook de klein-maar-fijne dichtbundel Nieuwe herinneringen. En nu, vlak na Camperts 81ste verjaardag, verschijnt een bundeltje korte verhalen – alle nieuw, op het middenstuk van het titelverhaal na.

Wat maakt je tot een dichter, of een schrijver? Het is de centrale vraag in bijna alle verhalen van Om vijf uur in de middag. ‘De scholier’, over een jazzminnende puber met een dominante vader, eindigt met de beslissing van Jochem Penning om nooit meer terug te keren naar die rotschool en in plaats daarvan zijn schrijfambities te volgen. ‘Luchtdichter’ beschrijft drie dagen uit het leven van een uitgerangeerd auteur die droomt van poëzie die vergelijkbaar is met de ‘muziek’ die een luchtgitarist aan zijn imaginaire instrument ontlokt. ‘Crisis’ gaat over een oud geworden schrijver die vast zit in zijn werk en in zijn relaties. Zelfs ‘Seks met dieren’, waarin een geitneuker van zijn psychiater de opdracht krijgt om zijn levensverhaal op te schrijven, gaat over het ambacht van de schrijver en de geheimen van de inspiratie: ‘Wat je schreef begon nooit en eindigde nooit. Met je ogen dicht plonsde je in de woorden die op je lagen te wachten. Soms kwam je boven om naar adem te happen en de opgedoken woordenschat aan de wereld te tonen.’

Hoe melancholiek de verhalen van Campert ook zijn, er is altijd de humor (en af en toe een flauwiteit) om de treurigheid te verlichten. De bestialist heeft zijn vriendin opgedaan bij een bijeenkomst van de Dierenpartij. De modderende oude schrijver antwoordt op de vraag of hij zijn vrienden vergeten is: ‘Ik probeer mezelf bij elkaar te houden. Druk, druk.’ De scholier moppert op volwassenen met hun eeuwige gezeur over ‘prachtige uitzichten’. En in het geestigste verhaal van de bundel, ‘Bestseller’, geeft Campert het woord aan een branie van zestien die in de voetsporen van de onverbiddelijke Jan Cremer wil treden.

‘Ik, Wim Klein, wil neuken en wel zo snel mogelijk,’ luidt de eerste zin van ‘Bestseller’. Waarna dit wonderkind in spe zijn schrijftalent toont door ons aanstekelijk over zijn amuzische leven als zoon van een sigarenhandelaar te vertellen. Boeken heeft hij nooit gelezen; zelfs voor een exemplaar van Ik Jan Cremer moet hij naar zijn oma, die een blauwe maandag in het mondaine leven van de jaren zestig heeft verkeerd. En zijn wijsheden over de schrijfkunst haalt hij letterlijk uit de vuilnisbak, uit een ‘blaadje van een “schrijversschool”’. Vooral de theorie over de eerste zin boeit hem. ‘Met die eerste zin moet je de lezer meteen bij zijn kladden pakken en het boek in sleuren’, maar tegelijkertijd zijn er zinnen – zoals ‘Bloed gutste uit de gapende wond’ – die misschien goede beginzinnen voor een lezer zijn, maar niet voor een schrijver.’ Er schiet Wim daarna namelijk niets te binnen.

De zin is iets dat ook Wims geestelijk vader mateloos interesseert. Remco Campert blijft een dichter, zijn stijl rust op gave, humoristische, kernachtige zinnen van het kaliber ‘Alleen maar vooruit, naar waar zijn toekomst lonkte’ en ‘Als alles voorbijging, waarom was het er dan geweest?’ Maar hij schuwt het experiment niet, zoals in het miniverhaal ‘Chimères’ waarin hij een gebrekkig pratende Balkanvluchteling aan het woord laat in zinnetjes die poésie parlante lijken. Het aandoenlijke effect wordt later in de bundel verder onder spanning gezet doordat deze Milo een van de slachtoffers van de moordenaar-dichter uit het titelverhaal blijkt.

Om vijf uur in de middag is een ode aan de zin, maar ook een mooie variatie op de oude Campertthema’s: van jeugdige hemelbestorming tot verloren liefde. Kniesoren mogen zeggen dat 130 dunbedrukte pagina’s wat weinig is voor een volwaardige verhalenbundel, maar zoals altijd gaat het om het soortelijk gewicht. Dit is genoeg: een stuk of wat verhalen – tenminste, als Campert ze geschreven heeft.

Remco Campert: Om vijf uur in de middag. De Bezige Bij, 142 blz. € 15,90