Bijna voyeuristisch

Het programma Zomergasten is weer afgelopen. Dat vind ik jammer, niet alleen omdat de laatste aflevering altijd onherroepelijk het eind van de zomer inluidt (wat met deze apocalyptische regen niet zo’n schok is), maar ook omdat het een van de weinige programma’s is waar ik over kan napraten. Veel van mijn vrienden hebben geen tv,

Het programma Zomergasten is weer afgelopen. Dat vind ik jammer, niet alleen omdat de laatste aflevering altijd onherroepelijk het eind van de zomer inluidt (wat met deze apocalyptische regen niet zo’n schok is), maar ook omdat het een van de weinige programma’s is waar ik over kan napraten.

Veel van mijn vrienden hebben geen tv, meestal omdat ze er geen plek voor hadden of het te duur vonden om er één te kopen. Maar ze missen hem ook niet. Ze kijken op hun laptop naar internetnieuws, kopen dvd-boxen met series en huren films, en de programma’s die ze toch graag willen zien vinden ze op uitzendinggemist.nl.

Ik daarentegen zou niet zonder mijn tv willen. Niets is zo heerlijk hypnotisch als zappen: de ene dag blijven haken bij een man die uitlegt hoe je van olifantenpoep drinkwater maakt, en de volgende dag nauwkeurig bestuderen hoe levensmoe Oprah eruitziet als ze al applaudisserend zegt dat iemand een held is. Ik zou ook niet zonder reclame willen, of zonder nachtelijke peroxideblonde meisjes die je met een plat accent vragen om hen op te bellen voor een heet gesprek.

Doordat het tv-gebruik van mijn omgeving zo versnipperd is, komt het haast niet meer voor dat mijn vrienden en ik hetzelfde hebben gezien. Dan verlang ik terug naar de jaren vijftig, waar de hele buurt zich verzamelde bij de gefortuneerde bewoners die zich een tv-toestel konden veroorloven, en gezamenlijk naar hetzelfde programma keek. Natuurlijk waren er ook wel minder leuke aspecten aan de jaren vijftig, zoals soberheid en breinaaldabortussen, maar die knusheid van weleer wordt door mij danig gemist.

Bij Zomergasten merk ik weer een klein sprankje van die intimiteit. Veel mensen in mijn omgeving zijn fan van het programma, en nog dagen na de uitzending kan ik met hen verhit discussiëren over de gasten, de fragmenten en de presentator. Bovendien leent het programma zelf zich zo goed voor analyse. Soms voelt het bijna voyeuristisch, hoe je drie uur lang kijkt naar twee mensen die elkaar enigszins leren kennen, soms op een flirterige manier, dan weer therapeutisch of docerend. Iemand zou kunnen gaan huilen, een geheim opbiechten, de ander ritmisch tegen het decor aan slaan. Je denkt van alles te kunnen aflezen aan gedrag, je ziet onmiddellijk ergernis in een opgetrokken wenkbrauw of ongemakkelijkheid in geschuifel met papieren. Het is heel bevredigend om vervolgens te kunnen bespreken of anderen ook het idee hadden dat Paul Verhoeven de grapjes van Jelle Brandt Corstius niet begreep, wat er nou precies gebeurde tussen Annet Malherbe en Jelle bij het gesprek over depressie en hoe ontroerend Maarten ’t Harts oprechte bevlogenheid is.

Ik zal het missen om een programma te bespreken. Misschien moet ik bij een tv-clubje gaan.