Zonder Chinezen geen Russische ui

Op het platteland rond Vladivostok worden de uien, bieten, komkommers en tomaten geoogst door Chinezen. „De Russen zelf zijn altijd dronken.”

Op het uitgestrekte bietenveld zingt Masja tijdens het onkruid wieden een liedje, in het Chinees. Zij is Chinees. Haar Russische naam voert ze alleen omdat de Russen haar Chinese niet kunnen uitspreken. Samen met acht landgenoten schoffelt ze heel zorgvuldig de onkruidblaadjes weg rond de bietenplantjes. Het is tegen acht uur ’s avonds en de twaalfurige werkdag zit er bijna op. In de verste verte is geen Rus te bekennen.

Op een andere akker, een paar honderd meter verderop, stoppen veertien andere Chinezen de uienoogst van die dag in rode zakken. De ondergaande zon plaatst hen in een filmdecor. Ze schrikken op en sommigen willen wegrennen, bang dat de politie is gekomen om hun identiteitspapieren te controleren.

Masja en haar lotgenoten zijn in dienst van boerderij ValDan in het gehucht Sinelnikovo-1, op zo’n 150 kilometer ten noordwesten van Vladivostok. Bieten, tomaten, uien en komkommers in eindeloze rijen primitieve kassen, dat is alles wat Masja bij daglicht ziet, tot ze in december drie maanden terug mag naar China.

Op de boerderij bivakkeert zij in een lemen schuur, waar ze op een verhoging tussen twee houten schotten haar eigen kot van één bij anderhalve meter heeft getimmerd, met een matrasje, haar eigen pannetje, handdoekje en wat schone kleren. Een vuurtje knappert in een ruimte onder het voeteneind. „De boer en de boerin wonen in het dorp”, vertelt haar voorman, de 44-jarige Li Min Hue, die zich Ljosja noemt en als enige van de arbeidersbrigade Russisch spreekt. „Zelf zijn ze in de zestig en te oud voor dit werk.”

Tien andere Chinezen zitten om Li heen gehurkt. Ze wachten tot ze een vrachtwagen met lege tomatendozen kunnen lossen. „We verdienen hier 7.000 roebel per maand”, zegt Li: 179 euro. „Veel meer dan we in China krijgen. De Russen zelf kunnen dit werk niet, want die zijn altijd dronken en sterven langzaam uit.”

Het drankgebruik van de autochtone bevolking is inderdaad een van de oorzaken van de migratie van tienduizenden Chinezen naar het Verre Oosten van Rusland, even over de grens van hun geboorteland. Legaal, maar vooral illegaal werken ze er als seizoensarbeider. „Als de politie komt om onze papieren te inspecteren, dan bel ik de boerin”, zegt Li. „Zij komt dan meteen hierheen en koopt de agenten af.”

De aanwezigheid van de vele Chinezen op het platteland heeft ook demografische gevolgen. Want in de boerendorpen trouwen de meisjes steeds vaker met een Chinees. In de enige straat van Sinelnikovo-1 zijn al een paar huizen waar gemengde stellen wonen. „Zo’n acht à tien jaar geleden begonnen onze meisjes met Chinese mannen te trouwen”, zegt Nikolaj Morjev, een gepensioneerde ingenieur, die samen met zijn vrouw Viktoria op zijn eigen lapje grond tomaten teelt. „Aan het begin van de straat heeft een meisje bijvoorbeeld een kind van een Chinees, zonder dat ze met hem getrouwd is.”

Verderop zitten Aleksej en Ljoeba Polonjenko in de bloemrijke tuin van hun boerderij. „De meisjes in het grensgebied trouwen met Chinezen omdat die niet drinken”, zegt Ljoeba, die meteen naar binnen snelt om een foto van haar 4-jarige kleindochter Angelina te halen. Aleksej probeert indruk te maken met een paar zinnen Chinees. „Angelina’s vader is een Chinees”, zegt hij. „Hij woont in China, maar komt regelmatig over om bij mijn dochter en kleindochter te zijn. Ik ben zo blij dat mijn dochter niet met zo’n Russische zuipschuit is getrouwd. Alleen daarom al ben ik voorstander van gemengde huwelijken. Zelf ben ik Rus, mijn vrouw is een Kabardijnse uit de Noord-Kaukasus en onze schoonzoon is een Chinees.”

Veel Chinezen komen Rusland binnen via Vladivostok. Als ze niet naar het platteland of naar bouwplaatsen in de stad trekken, vinden ze vaak werk op de Sportivnaja-markt aan de rand van het centrum. Hun leven is er rauwer en gevaarlijker dan op het platteland, omdat ze in een stad onderhevig zijn aan strengere politiecontrole.

Hoe streng die controle kan zijn, blijkt in Droezjba, een van de Chinese restaurantjes op het marktterrein. De 19-jarige Leila in haar groene zijden jasje lokt klanten naar binnen. Als enige van het personeel spreekt zij Russisch. „Ik werk hier nu een half jaar en was daarvoor verkoopster in een van de marktcontainers”, vertelt ze stralend. „Maar dit is veel leuker.”

Zodra ze een bestelling heeft opgenomen komen drie norse politieagenten binnen. Leila en de andere serveersters verstijven. Een van de agenten pakt zonder te betalen een flesje frisdrank van de bar. „De politie krijgt in alle restaurants op de markt gratis eten en drinken”, fluistert Leila.

Een andere agent loopt als voorzitter van de keuringsdienst van waren de keuken binnen voor een inspectie. Als hij terugkomt en de eerste gerechten op tafel worden gezet, briest hij: „Lepels!” Zijn collega gaat naar een Oezbeeks eettentje aan de overkant van de steeg en komt terug met brood, gebakken rijst en een kan appelsap. Het schransen kan beginnen.

Een van de serveersters, die angstvallig buiten het zicht van de agenten is gebleven, sluipt naar buiten en wordt door de eigenaar van het restaurant snel afgevoerd. Leila komt meteen in actie. Ze pakt een stuk karton en schrijft daarop met viltstift: ‘Serveerster gezocht.’