Wants, pak die rups!

Een plant kan niet om hulp roepen. Maar als een tabaksplant door rupsen wordt aangevallen, kan hij tóch hulptroepen waarschuwen. Pas maar op rups!

Rupsen van de pijlstaartvlinder. Foto NHPA Tobacco Hornworms (Manduca sexta) are closely related to and often confused with the very similar tomato hornworms. The larvae of both feed on the foliage of various plants in the nightshade family, such as tomato and tobacco. The tobacco hornworm can be distinguished by its seven diagonal lines on its sides; tomato hornworms have V-shaped markings. An easy way to remember the markings is tobacco hornworms have straight white lines like cigarettes, while tomato hornworms have V-shaped markings as in V8 juice. They are found in open areas, particularly those under cultivation located in the eastern half of the United States and southeastern Canada. The hornworm caterpillars, although they are called tobacco worms, also attack the foliage of potatoes, eggplants, green peppers, and various weeds. Persistent rumors that caterpillars can sting with their horns are totally false. The larvae of the species are the damaging stage, leaving dark green or black droppings called frass. In the adult moth stage, it is also known as the Carolina Sphinx and Six-spotted Sphinx. In the southern tobacco-growing states the adult is called a Tobacco Fly. Orange, MA. USA. Summer. Wild. NHPA/Photoshot

Een kleine groengele rups zit op een blad van een tabaksplant. Rustig doet hij wat hij de hele dag doet: hapjes uit het blad eten. Hij maakt steeds meer gaten in het tabaksblad.

Lekker, vindt de rups. Maar waar komt dat insect ineens vandaan? Een groot bruin insect komt snel dichterbij. De rups wordt zenuwachtig, en hij heeft gelijk: dit is een roofinsect dat rupsen eet.

Voor de rups heeft dit verhaal geen vrolijk einde. Voor het insect wel. En als de plant opgelucht kon ademhalen, deed hij dat ook. Voorlopig even geen gaten in zijn bladeren.

De tabaksplant heeft een geheim. Hij heeft het insect zelf opgetrommeld. Alsof hij om hulp riep toen het knabbelen begon. Dat ontdekten twee biologen, Silke Allmann en Ian Baldwin.

Een plant kan niet in paniek met zijn takjes zwaaien. Hij heeft maar één wapen om te communiceren: via geurende stoffen. En zulke geurstoffen komen vrij in het blad als het beschadigd raakt. Ze geven een boodschap: ‘blad kapot door knagende rups!’ Bepaalde bruine insecten (ze heten: ‘wantsen’) herkennen die boodschap en weten: hier is iets te eten – rupsen!

Hoe kan dat? Als de rups van het blad eet, verandert er iets in dat hapje ‘groente’. Er zit iets in het rupsenspuug dat de stofjes in de plant verandert. De fijngekauwde plant krijgt een iets andere geur.

“Voor ons ruikt het nog steeds naar vers gemaaid gras”, vertelt Silke Allmann. “Maar wantsen zijn heel gevoelig voor de verandering van geur.” Een rups hoeft dus maar even te kauwen op een blaadje, en daar komen de wantsen al. ‘Gewoon’ kapot blad – bijvoorbeeld als je er met een schaar in knipt – trekt geen wantsen aan.

Handig voor de wants, handig voor de plant. Niet zo handig voor de rups. “Waarom is-ie zo stom om zichzelf te verraden door zijn speeksel?”, vraagt Silke Allmann zich af. Hij kan niet anders, denkt ze. De ‘alarm’-stoffen die hij bij het kauwen maakt, zijn namelijk ook gezond. Ze zorgen dat de rups geen buikgriep krijgt van de blaadjes die hij eet.

    • Hester van Santen