Vuelta

De Vuelta is de meest zomerse Ronde van allemaal. Altijd prachtig weer, bloemenjurken en klapstoeltjes langs de weg, zingende commentaren bij de aankomst. Dit jaar is de Vuelta enigszins onthoofd: oud-winnaar Alberto Contador blijft thuis en Alejandro Valverde is geschorst. Maar het wordt toch weer genieten, in die broeierige oase van zadelpijn.

De Vuelta wordt niet echt serieus genomen. Gedoodverfde kampioenen zien het als een voorbereidingswedstrijd voor het WK. Als een laatste doorgedreven training. Halverwege de Ronde stappen ze af. Gaan ze thuis, achter een brommertje, nog wat bij trainen. Philippe Gilbert zegt dat ook met zoveel woorden: Spanje is zijn ultieme test voor het WK.

Blasfemie.

De organisatoren doen er alles aan om van de Vuelta een feest te maken. Dit jaar opent de Ronde met een ploegentijdrit in het holst van de nacht. Je zou denken: gefundenes Fressen voor de media. De verbeelding kan helemaal los. Eindelijk spookt het nog eens op de sportpagina’s van kranten. Helaas, er heerst geen Vueltakoorts, niet in het peloton, niet in de media. Deze Ronde blijft een doodgeboren stiefbroertje. Doodjammer, gezien ook de crisis die het wielrennen teistert. Een hoop renners moet vrezen dat er straks geen ploeg meer is. Ze hebben er dus alle belang bij om tijdens de Vuelta nog eens alles uit de kast te halen, in de hoop op onderdak. Het komt er niet van. Ze denken te fietsen voor een achterafrubriekje.

Zonde.

Een van de ploegen die uit het peloton verdwijnen is Cervélo. Grote jongens als Heinrich Haussler en Thor Hushovd onderhandelen met Garmin. Carlos Sastre heeft zijn overstap naar Geox al aangekondigd. De hele ploeg loopt leeg. Theo Bos heeft ook al mentaal afscheid genomen. Cervélo had de laatste jaren nochtans kleur en vernieuwing in het peloton gebracht. Design zelfs. Het was een sympathieke bende onder leiding van Jean-Paul van Poppel. Tempobeulen met hart voor de koers. De fietsen waren top, de shirts prachtig. Van enige armlastigheid viel niets te merken. Wie vandaag door Zeeland fietst, ziet talloze wielertoeristen in het zeer geliefde Cervéloshirt.

Helaas, het geld is op. In de Tour sprak ik Gerry van Gerwen, teamchef van Milram. Ook hij heeft geen sponsor meer voor het komende seizoen. Renners, mecaniciens en soigneurs kregen al maanden geleden te horen dat ze niet moesten aarzelen bij een aanbod van een andere ploeg. Terwijl hij het zei, bloedde zijn hart. Want wielrennen is voor hem zowat de enige reden van bestaan. Hij kan maar niet begrijpen dat sponsors in een groot land als Duitsland niet meer te porren zijn voor een professionele wielerploeg.

Aan exposure nochtans geen gebrek. Neem de Touretappe Rotterdam-Brussel: 2 miljoen mensen langs de weg. Zo’n massa krijgen de meeste eredivisieclubs niet eens in een heel jaar bij elkaar. Marketingtechnisch gesproken is wielrennen groter dan voetbal. Het peloton is een perfecte hefboom voor het lanceren van nieuwe producten, naamsbekendheid, imagoverandering. Wielrennen staat nog voor risico – bedrijven die zich daarmee verbinden geven aan dat ze niet suffig en stoffig zijn. Behalve dan Rabobank.

Het is geen toeval dat de wielersport hevig is gaan bloeien in Amerika en Australië. En niet alleen dankzij Lance Armstrong. Het is de openheid van geest: sponsors daar schuwen het avontuur niet. Er wordt nu gewerkt aan een nationaal Australisch team dat de renners uit de diaspora wil halen.

In de jaren negentig was de weerzin van sponsors voor het wielrennen nog begrijpbaar. Geen dag zonder dopingschandaal. Maar als we Gerry van Gerwen mogen geloven is die tijd voorbij. „Vandaag is het vrijwel onmogelijk om nog te frauderen. Je kan nu in het bloed van een renner al zien of hij twee aspirines heeft genomen.”

In de Tour zag je geen enkele ploeg meer die als een sneltrein vijftien kilometer op kop bleef rijden. Na 2 kilometer in de finale was het op. Ook opvallend: eindwinst was een secondespel. Evenveel tekenen dat de wielersport het grote dopingleed achter zich heeft. Ja, een enkeling wil nog weleens een experimentje wagen. Dat heb je altijd.

Spanje is lange tijd hét dopingmekka geweest. Als brommertjes reden ze de grote Koos Moerenhout uit het wiel, Spaanse coureurs. Zie je vandaag niet meer. Ook daarom heeft de Vuelta aan respect gewonnen, en verheug ik mij op drie weken feest. Want het blijft een prachtige Ronde: bergetappes zijn nog bergetappes. Aan veredelde molshopen beginnen ze niet, in de Vuelta. Ook zo mooi: je hebt altijd de indruk dat er geen einde komt aan een etappe. TV-commentator Pedro Delgado kan rustig de koeien gaan melken, 200 km verderop, voor hij zijn hysterische lofzang over de winnaar uitstort.