Spaanse banken bevechten elkaar in VS

De twee grootste banken van Spanje hebben altijd met elkaar gewedijverd – zowel in eigen land als daar buiten. Vandaag de dag heeft het strijdtoneel zich verplaatst naar de Verenigde Staten. Maar Santander en BBVA volgen hier wel radicaal verschillende strategieën. Het is nog te vroeg om te zeggen wie aan het langste eind zal trekken. Geen van beide kredietverleners heeft tot nu toe veel succes geboekt. Maar als de gesprekken van Santander met de in Buffalo gevestigde M&T Bank tot een deal zullen leiden, neemt het een voorsprong op BBVA bij het realiseren van zijn Amerikaanse droom.

Het Amerikaanse avontuur van BBVA begon in 2004 met de overname van Laredo National voor 850 miljoen dollar (667 miljoen euro), of bijna drie maal de boekwaarde. Sindsdien heeft BBVA vier andere banken aan zijn pakket toegevoegd. Maar in 2008 ging de markt onderuit, en een jaar later moest BBVA 740 miljoen euro aan goodwill afschrijven op zijn Amerikaanse activiteiten.

Voor Santander begon het Amerikaanse avontuur slecht, nadat de bank in 2006 een duur belang van 20 procent had gekocht in Sovereign Bancorp. Er volgde een last van 737 miljoen euro toen de recessie toesloeg.

Inmiddels hebben beide kredietverleners de kosten van hun Amerikaanse activiteiten drastisch teruggeschroefd. In de eerste helft van dit jaar heeft de Amerikaanse divisie van BBVA 555 miljoen euro bijgedragen aan de operationele inkomsten, tegen 580 miljoen euro voor die van Santander. Beide dochterondernemingen hebben zo’n 750 filialen. Het grote verschil is dat de rekening die BBVA voor zijn groei heeft moeten betalen meer dan twee maal zo hoog is als die van Santander.

De jongste Amerikaanse aankoop van BBVA, de door de FDIC gesteunde overname van Guaranty Financial in Texas, was slim en opportunistisch. Probleem voor BBVA is dat het onduidelijk is wat de volgende stap moet zijn. Er zijn niet veel doelwitten meer over in Texas, en de aandeelhouders moeten er misschien toe worden overgehaald nóg eens een grote gok in de Verenigde Staten te steunen.

Santander is intussen druk bezig zijn volgende stap voor te bereiden – een mogelijke deal met M&T, gewaardeerd op 10 miljard dollar. De activiteiten van de bank uit New York strekken zich uit van Washington D.C. tot in Canada. De deal zou een slimme manier zijn om kritische massa, een goed management en besparingen te verwezenlijken, zonder al te veel geld over de balk te gooien. De aanwezigheid van Santander zou vrijwel in één klap vertweevoudigen. En dan zou de Amerikaanse divisie van Santander meer waard zijn dan die van BBVA.

Fiona Maharg-Bravo