Scheermesjes in de appels

Spookverhalen laten volgens de Amerikaanse onderzoeker Patricia Turner zien hoe een sociale groep zichzelf ziet.

Ten tijde van grote rampen, zoals de overstromingen na de orkaan Katrina, ontstaan de vreemdste geruchten en broodjeaapverhalen. “Dat zijn altijd heel interessante tijden voor folkloreonderzoekers”, zegt Patricia Turner, hoogleraar African-American studies aan de University of California. “Na Katrina was het meest voorkomende gerucht onder zwarten dat de dijken door het leger waren opgeblazen, zodat de arme zwarte buurten overstroomden en de rijkere witte buurten werden gespaard. Onder blanken circuleerden allerlei afgrijselijke, angstaanjagende verhalen over plunderende en verkrachtende zwarten. Heel veel wederzijdse angst en wantrouwen dus.”

Patricia Turner was een paar dagen in Amsterdam, waar op het Meertens Instituut de jaarlijkse bijeenkomst van de International Society for Contemporary Legend Research plaatsvond. Turner is een erkende expert op het gebied van ‘geruchten’ waar een etnische bijsmaak aan zit. Ze maakt daarbij geen onderscheid tussen enerzijds geruchten en anderzijds urban legends, waarin het gerucht de vorm heeft aangenomen van een ‘waargebeurde’ anekdote met personages en een plot. Ze schreef er een spraakmakend boek over, I heard it through the Grapevine.

STOMVERBAASD

Turner vertelt hoe een talkshow haar naar aanleiding van dat boek uitnodigde: “De redactie wilde ook dat er zwarten in het publiek zaten die geloofden dat de Amerikaanse overheid decennia lang drugs verspreid heeft in zwarte wijken. Ik vond dat te eenzijdig, dus ik vroeg of er ook blanken uitgenodigd konden worden die in UFO’s geloofden. Het werd een wonderlijke uitzending. Die blanken waren stomverbaasd toen ze zwarten hoorden praten over de moedwillige verspreiding van drugs door de CIA. Maar toen ze zelf over UFO’s begonnen te vertellen, waren het de zwarten die geschokt reageerden: man, hoe kun je zoiets geloven!?”

Over één ding waren beide groepen het eens: de overheid was absoluut niet te vertrouwen – want ook de blanken geloofden in een overheidscomplot: ‘de regering’ zou allerlei UFO-bewijzen achterhouden.

“Het is alleen al interessant dat er nauwelijks zwarten zijn die in UFO’s geloven”, zegt Turner. “Mijn theorie daarover is: ze hebben die UFO’s niet nodig, ze zien al potentiële vijanden genoeg om zich heen: de regering, de politie, de Ku Klux Klan.” Urban legends en daaraan verwante geruchten laten volgens Turner heel mooi zien hoe verschillend blanken en zwarten tegen de moderne samenleving aankijken. “Maar ook dat we op elkaar lijken: we zijn op de een of andere manier allemaal wel gevoelig voor dergelijke verhalen.”

GECASTREERD

Soms circuleren er onder zwarten en blanken vergelijkbare geruchten. Zoals het ‘waargebeurde’ verhaal over een jongetje dat samen met zijn moeder in een winkelcentrum was en voor het eerst alleen naar toilet mocht. Daar werd hij door een onbekende gecastreerd. Turner: “In de blanke versie is het jongetje blank, in de zwarte versie is hij zwart.”

Meestal verschillen de versies veel meer van elkaar. “Onder zwarten circuleert bijvoorbeeld het gerucht dat de eigenaren van Snapple, een populair merk ijsthee, lid zijn van de Ku Klux Klan en hun winsten daarheen sluizen. Terwijl sommige blanken zeggen dat dat bedrijf in handen is van Operation Rescue, een gewelddadige anti-abortusorganisatie. Beide versies zijn geloofwaardig voor de groep waarbinnen ze circuleren.”

Daar gaat haar tweede boek over, Whispers on the Color Line, dat ze schreef samen met de blanke socioloog Gary Alan Fine. Ze vergelijkt daarin zwarte en blanke geruchten met elkaar.

Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was er opeens veel aandacht voor urban legends. In Nederland verscheen Broodje Aap (1978) van Ethel Portnoy, in Amerika publiceerde Jan Harold Brunvand The Vanishing Hitchhiker (1981). Volgens Brunvand, hoogleraar folklore, ging het om verhalen die te vergelijken zijn met traditionele ‘sagen’ over heksen, geesten, zigeuners en joden. Urban legends worden daarom ook wel moderne sagen of stadssagen genoemd.

Turner: “Men dacht indertijd dat urban legends, zoals het verhaal dat er mensen waren die tijdens Halloween scheermesjes in appels stopten, vooral populair waren onder de blanke middenklasse. Maar ik betwijfelde dat.” Turner is zelf van Afro-Amerikaanse afkomst, ook al ziet ze er erg blank uit (“Mijn ouders hebben toevallig een erg lichte huidskleur.”) In het zwarte milieu waarin ze opgroeide hoorde ze ook de bekende urban legends. Zoals het ‘waargebeurde’ verhaal van de gebraden rat. Daarin blijkt een gebraden kip, gekocht bij Kentucky Fried Chicken, een gebraden rat te zijn.

“Het interessante is: over die fastfoodbedrijven bestaan ook etnisch gekleurde geruchten. Over het bedrijf Church’s Fried Chicken wordt door zwarten verteld dat ze daar iets in de kip stoppen waar zwarte mannen onvruchtbaar van worden. Om die reden zijn er veel zwarten die dat niet eten – ofwel omdat ze erin geloven, ofwel omdat het product bij hen een onsmakelijke associatie oproept.”

AIDSVIRUS

Urban legends en geruchten gaan vaak over eten, maar ook over ziekten. Heel bekend is het gerucht dat het aidsvirus het gevolg is van een uit de hand gelopen experiment in een biologisch laboratorium. De zwarte versie van dat gerucht gaat veel verder: het virus zou bewust gemaakt en verspreid zijn om zoveel mogelijk zwarten en homo's te elimineren.

“Niemand keek daarnaar in de jaren tachtig. Er was nog geen internet, dus je kon die geruchten alleen oppikken tijdens feestjes, na de kerkdienst of bij de kapper. Het leek mij belangrijk materiaal. Hoe bizar die verhalen ook zijn, ze geven ook een beeld van hoe mensen zichzelf zien. Als je denkt dat de Amerikaanse overheid boosaardig genoeg is om een dodelijke ziekte te verspreiden, zegt dat iets over hoe je in de wereld staat – over hoe machtig of hoe machteloos je je voelt. Of je het gevoel hebt dat je je leven in eigen hand hebt, of juist niet.”

Turner had jarenlang 24 uur per dag een recorder bij zich, om overal waar ze kwam dergelijke verhalen op te nemen. “Bij de kapper, in een restaurant, in het vliegtuig. Ik had ook altijd formulieren bij me, zodat mensen konden tekenen: dat ik het materiaal mocht gebruiken voor wetenschappelijke doeleinden.”

KU KLUX KLAN

Soms hebben bizarre geruchten een positieve functie, denkt ze. Een goed voorbeeld daarvan zijn de verhalen die in de jaren tachtig de ronde deden over duurdere kleding- en schoenenmerken, zoals de dameskleding van Liz Claiborne. “Blanken beweerden dat Liz Claiborne geld gaf aan een satanische sekte, zwarten zeiden dat ze de Ku Klux Klan financieel steunde. Nu moet je weten dat Liz Claiborne toen in een doorsnee warenhuis het duurste merk dameskleding was. Een T-shirt van haar kostte al gauw 40, 50 dollar. Voor veel vrouwen was dat een onverantwoorde uitgave. Als ze dan zeiden ‘Ik wil dat T-shirt dolgraag hebben, maar ik kan het niet betalen’, werd dat als een persoonlijke nederlaag gevoeld. Het was makkelijker om te zeggen: ‘Mooi T-shirt, maar ik ga dat echt niet kopen want die vrouw geeft haar geld aan de Ku Klux Klan’.”

Ook het gerucht dat de regering zoveel mogelijk zwarten drugsverslaafd heeft willen maken, kan op die – positieve – manier geïnterpreteerd worden: “Als je als jongen van 16 zegt ‘Ik neem geen drugs, want dat is niet goed voor me’ maak je jezelf belachelijk bij je vrienden. Als je zegt ‘Ik neem geen drugs, want dat is precies wat de blanken willen dat ik doe, en ik trap daar niet in’ klinkt dat veel mannelijker. Wat dat betreft zou je willen dat er meer jongens in dat gerucht geloven.”

Maar sommige geruchten zijn alleen maar negatief en gevaarlijk. Over de hiv-cocktail (de combinatie van medicijnen waarmee hiv behandeld wordt) doet onder de Afro-Amerikaanse bevolking het verhaal de ronde dat zwarten een andere cocktail krijgen dan blanken. De ‘zwarte’ cocktail zou het ziekteproces juist versnellen. “Om die reden zijn er zwarten die die behandeling weigeren”, zegt Turner. “Voor artsen kan dat behoorlijk frustrerend zijn.” Een vergelijkbaar verhaal dook op in de jaren vijftig, het ging over het poliovaccin. Er werd beweerd dat zwarte baby’s een ander vaccin kregen dan blanke baby’s: het zou die kinderen later onvruchtbaar maken, of ze zouden er ziek van worden en doodgaan.

BIJGELOVIG EN DOM

Al deze geruchten zijn irrationeel, paranoïde, en vaak ook racistisch. Maar als je er met mensen over praat, is het niet handig om dat tegen ze te zeggen, vindt Turner. “Misschien is het een fijn gevoel om je af te zetten tegen mensen die je bijgelovig en dom vindt, maar je hebt er helemaal niets aan. Het belemmert de dialoog. De kans is groot dat ze er dan helemaal niet meer op een onbevangen manier over willen praten. Ik probeer er altijd uitgebreid over door te praten, ik vraag dan naar hun achtergrond, van wie ze het gehoord hebben, in welke bewoordingen het aan hen werd verteld – werd er gezegd ‘Ku Klux Klan’ of was het ‘white supremacy group’? – of ze meer van die verhalen kennen, of ze inderdaad denken dat de regering of een bedrijf daartoe in staat is. Een veelgehoorde reactie is dan: nou ja, misschien is het allemaal niet waar, maar het hád waar kunnen zijn, want ‘ze’ zijn daartoe in staat! Het gerucht staat vaak voor iets veel groters.”

Slaan die geruchten vooral aan bij mensen met weinig opleiding? “Het heeft niet altijd te maken met opleiding”, zegt Turner. “Meer met zelfvertrouwen en het beeld dat je van jezelf hebt. Mensen die het gevoel hebben dat ze slachtoffers zijn, klampen zich graag vast aan allerlei ideeën die dat alleen maar bevestigen en vinden het heel moeilijk om dat los te laten. Terwijl anderen, die het idee hebben dat ze zelf invloed hebben op hoe hun leven verloopt, misschien ook wel eens wat geloven, bijvoorbeeld omdat hun beste vriend of de dominee dat aan ze verteld heeft, maar als je er dan met ze over doorpraat, kost het ze niet heel veel moeite om te zeggen: oh, dus dat is niet waar? Voor die mensen is het allemaal niet zo belangrijk.”

Juist wegens dit persoonlijke aspect is het volgens Turner interessant om urban legends te vergelijken met een andere vorm van verhalen vertellen: de ‘persoonlijke verhalen’ (personal narratives). “We vertellen allemaal voortdurend verhalen aan elkaar. Een ‘persoonlijk verhaal’ is een verhaal dat we telkens weer vertellen, volgens een vaste formule, over een ervaring die indruk heeft gemaakt.”

KATRINA

De beroemde Amerikaanse folkloreonderzoeker Carl Lindahl, die ook van de partij was in Amsterdam, heeft de afgelopen jaren van die verhalen opgetekend bij maar liefst 433 slachtoffers van de orkaan Katrina. Hij constateerde dat mensen daarin erg bescheiden waren over hun eigen rol, hoe heldhaftig de feiten ook waren. Anderen werden wel vaak als helden afgeschilderd. Veel mensen vergeleken Katrina met een oorlog en zeiden dingen als: ‘Katrina laat, net als oorlog, de mensen van hun slechtste kant zien, én van hun mooiste kant’. De slechte verhalen hadden ze meestal van horen zeggen, terwijl de positieve verhalen bijna altijd op eigen ervaringen gebaseerd waren.

Turner heeft zelf ook van die ‘persoonlijke verhalen’ verzameld en geanalyseerd, maar dan rondom de verkiezing van Obama. Over Obama zijn er inmiddels de gekste geruchten en broodjeaapverhalen: hij zou een moslim zijn, hij zou zo min mogelijk met de Amerikaanse vlag gezien willen worden, hij zou geen Amerikaans staatsburger zijn. Turner vroeg allerlei mensen ‘Wat was het moment waarop u voor het eerst dacht: hij zou de verkiezingen kunnen winnen?’

PRESIDENT

“Veel van mijn werk gaat over de vraag: wanneer hebben mensen het gevoel dat ze invloed kunnen uitoefenen en wanneer hebben ze alleen maar het gevoel dat ze langs de kant staan? Wanneer je als Afro-Amerikaan denkt dat een zwarte man president kan worden, zegt dat ook iets over hoe je zelf in de wereld staat, hoe je over je eigen mogelijkheden denkt.

“Die persoonlijke verhalen kunnen soms heel genuanceerd en verrassend zijn. Een blank meisje vertelde dat ze Obama vier jaar geleden op tv zag, toen hij een toespraak hield tijdens de Democratische Conventie. Ze zei toen tegen haar vader, die volgens haar heel rechts en racistisch is: ‘Die man wordt president.’ Ze had verwacht dat haar vader zou zeggen: ‘Mooi niet, in mijn land zal een zwarte nooit president worden.’ Maar hij zei: ‘Mwa, ik vind hem nog wel erg jong’.”