Particulieren?

De komst van Merab Jordania bij Vitesse zorgde de voorbije weken voor ophef. Maar vormen rijke particulieren misschien een oplossing voor de financiële problemen binnen het Nederlandse voetbal?

Frans van Seumeren, eigenaar FC Utrecht: „Het is zo dat het voetbal in Nederland financieel op z’n kont ligt. Dan zijn mensen die bereid zijn hun nek uit te steken natuurlijk welkom. Ze kunnen evenwicht en rust brengen. Jordania is bij Vitesse een beetje een vreemde eend in de bijt, maar of het geld nu komt van particulieren, gemeenten of sponsors maakt op zich niet zo veel uit. Het is belangrijker om te kijken wie of wat er achter zit. Als iemand met de juiste intenties een club financieel dekt, kan de club daar alleen maar baat bij hebben. Over Jordania kan ik zelf niet oordelen want ik ken zijn achtergrond niet. Maar volgens mij is het toeval dat hij bij Vitesse is terechtgekomen.”

Serge Rossmeisl van de Federatie van Betaald voetbal Organisaties (FBO): „Het kan helpen maar het is niet de enige oplossing. Er zijn verschillende wegen om als club financieel gezond te worden. Het kan op korte termijn, zoals vaak het geval is bij geldschieters. Op lange termijn is een cultuuromslag nodig binnen het betaalde voetbal. Een particuliere investeerder hoeft deze omslag niet in de weg te staan, alleen moet het geld wel goed gebruikt worden. Er moet gekeken worden naar de buitenproportioneel hoge gages voor de makelaars. Maar ook de salarissen van spelers moeten drastisch naar beneden, net zoals de premies. Nu is het mogelijk dat een club degradeert, terwijl ze nog tienduizenden euro’s aan premies moet betalen. Clubs moeten ook meer aan dossiervorming doen. Informatie wordt slecht bijgehouden waardoor het clubs extreem veel kost om onder contracten uit te komen.”

Pieter Nieuwenhuis, sporteconoom: „Jordania geeft blijk van een goeie kennis van de Nederlandse markt. Arnhem en omstreken heeft nog een ruimere groeimarge dan andere steden. Als hij er niet was geweest had Vitesse een groot probleem. Zelfs met zijn komst waren vorig weekeinde maar 12.000 van de 26.000 zitjes in het stadium bezet. Voor Vitesse is zijn komst dus positief: hij brengt publiek en geld naar het stadion. Ook sportief wordt het zeker een verbetering. Of rijke particulieren de problemen in de eredivisie kunnen oplossen, weet ik niet. Hoeveel Jordania’s zijn er? Ik ben niet ongerust dat hij Vitesse leeg gaat roven, want er valt niets te roven. Hij doet het volgens mij gewoon omdat hij het leuk vindt. Bij de herkomst van z’n geld heb ik wel bedenkingen. Algemeen wordt aangenomen dat hij heel rijk is geworden met de handel in spelers en tv-rechten in landen uit de voormalige Sovjet-Unie. Wel, dat kan niet, daar zit gewoonweg niet genoeg geld om steenrijk te worden.”

Paul Bottelier, interim-voorzitter Willem II: „Iemand met veel geld is van harte welkom om een club te helpen, maar daar zijn voorwaarden aan verbonden. Gewone sponsors hebben ook geld, en die brengen minder risico’s met zich mee. Voor een club hangt veel af van zo’n overname. Wat ik daarbij belangrijk vind is dat de integriteit van de club niet in het gedrang komt. We zijn dan ook absoluut niet van plan om Willem II te verkopen, we hebben al sponsors en financiers die ons helpen. Ik weet niet of we op weg zijn naar een systeem waarbij één man eigenaar is van een hele club, zoals bij AZ. Dat kan ook slecht zijn. Als iemand een club koopt, kan hij het jaar daarna bijvoorbeeld stoppen, wat absoluut fataal kan zijn. Aan de andere kant: het werkt bij veel Engelse clubs, dus het is niet onmogelijk dat het hier ook zo loopt.”

Esther Bal, persvoorlichter bij Vitesse: „Ik kan niet voor de hele eredivisie spreken, maar Vitesse is door de komst van Merab Jordania zeker even uit de zorgen. We kunnen nu weer een sluitende begroting overleggen. Er is sprake van een continue investering, op lange termijn. Dat betekent dat we ook weer ambities kunnen hebben. Jordania is voor honderd procent eigenaar van de club, maar het is niet zo dat als hij onverwacht weer vertrekt Vitesse met een schuld achterblijft. Geloof me, we hebben alles zeer goed afgedekt.”