Lawaai ramadan is in Indonesië best te harden

De ramadan is in Indonesië een feestje. Het breken van de vasten wordt gevierd met een drankje. Er wordt bier geschonken, maar dan wel in een koffiemok.

Het is ramadan, dus onze buurman heeft de luidsprekerset weer buiten gezet. Vanaf half vier ’s ochtends schalt de Indonesische pop door de straat. Opstaan! Tijd om te koken! Drie kwartier later begint het Arabisch gezang. Eerst één moskee, dan twee, dan drie door elkaar. Wie dan wakker in bed ligt, valt niet meer in slaap. Totdat de rust terugkeert, rond een uur of vijf.

Voor ons ‘ongelovigen’ is de ramadan vooral een hoop herrie. Buurtgenoten krijgen opeens een religieuze impuls en organiseren groepsgebeden, bij voorkeur met versterker. De oproep tot gebed verliest zijn exotische glans nu hij wel erg lang duurt. Maar islamitisch lawaai is in Indonesië nooit geluidsoverlast. Net als de christelijke Batakkers die naast ons wonen en de hindoeïstische Balinezen van een paar huizen verder, zitten we het geduldig uit.

Al vragen we ons soms af in hoeverre onze islamitische buren hierop zitten te wachten. Vorig jaar tijdens het Suikerfeest liep ik midden in de nacht naar de moskee in een straat achter ons, waar al uren luid gezang vandaan kwam. Ik verwachtte een grote groep mensen die het einde van de vastenmaand vierden. Maar de moskee was leeg op twee mannen na, die lamlendig op de vloer lagen en om de beurt door de microfoon jengelden.

Niet iedereen vast ook even fanatiek mee. Neem het echtpaar dat bij ons in de huishouding werkt. Zij werd na een paar dagen ongesteld waardoor ze niet hoeft te vasten, en dat duurt dan tot één dag voor het einde. Hij is er sindsdien ook mee opgehouden. Ter verklaring legde hij eerder uit dat als hij ziek is, hij niet hoeft te vasten, en als hij vast dan wordt hij ziek. En zij, zoals altijd simpeler en meer recht door zee: „Ik kan niet te lang vasten, want dan krijg ik honger.” Het weerhoudt ze er niet van het breken van de vasten rond zes uur ‘s avonds te vieren met zoete ijsdrankjes, waar wij dan ook van meegenieten.

Ze zijn niet de enigen. Kleine warungs (eettentjes) en restaurantjes zijn gesloten, maar achter de gordijnen kun je gewoon te eten krijgen. Hier en daar zie je mensen besmuikt hun rijst naar binnen werken. En wat overdag niet wordt gegeten, haalt men ’s avonds dubbel in. Al weken voor de ramadan begint, komt onze hulp uitgebreid vertellen dat de eieren weer tweeënhalve cent duurder zijn, en de suiker ook. Iedereen slaat in, dus de prijzen stijgen. In de supermarkt staan dozen vol geïmporteerde dadels hoog opgetast, want de profeet zelf zou daarmee zijn vasten hebben verbroken.

De vastenmaand wordt daarmee een feestelijk geheel. Winkels adverteren met aanbiedingen en steken hun personeel in het groen, de kleur van de islam. Ook daar klinkt nu zijige relipop. Op televisie putten bedrijven zich uit om Indonesiërs in reclamespotjes een voorspoedige vastenmaand te wensen. En straks krijgt iedereen zijn dertiende maand. Op tijd om cadeautjes te kopen voor de familie, want rond het Suikerfeest reist het hele land af naar de ouderlijke kampong.

Maar eerst nog een week of twee afzien. Voor ons blijft dat beperkt tot het ’s middags nóg eerder vast staan in het verkeer, omdat iedereen thuis wil zijn voor de zon ondergaat. En restaurants schenken tijdelijk geen alcohol. Al zijn er genoeg cafés waar je gewoon een biertje kunt krijgen. Dat wordt dan wel geserveerd in een koffiemok, zodat het eerder lijkt op een cappuccino. Zoals vaak in Indonesië, geldt ook hier: als iedereen de schijn maar ophoudt, is er niets aan de hand.