Laatste strohalm voor Organon

De rechter oordeelt donderdag over de sanering bij Organon. Historisch zijn zo maar weinig reorganisaties voorkomen.

Spandoeken en advocaten zijn de wapens van het werknemersprotest. Spandoeken wachtten afgelopen week demissionair minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken; CDA) op bij haar bezoek aan Organon in Oss, waar de Amerikaanse eigenaar MSD de helft van de ruim 4.000 banen schrapt. Donderdag staat de werknemersadvocaat in de rechtszaal om de reorganisatie te verhinderen.

Het is de zoveelste confrontatie tussen Nederlandse werknemers en buitenlandse concerns. Lappen buitenlandse eigenaren de regels gemakkelijker aan hun laars? Of staan werknemers gezien hun medezeggenschapsrechten juist sterker en is hun succeskans hoger?

„Een op de zeven Nederlandse werknemers werkt bij een bedrijf dat in buitenlandse handen is”, weet ondernemingsrechtspecialist Martin Brink van advocatenkantoor Van Benthem & Keulen. Dus: meer kans op conflict. Plus: de sociaal-psychologische spanning. De beslissingen zijn niet hier genomen, maar ergens ver weg, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. „Dan moet je voor je gevoel veel harder schreeuwen om gehoord te worden.”

Je zou bijna vergeten, zegt Brink, dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw de eerste serie grote arbeidsconflicten werd uitgevochten. Blikvanger: de bedrijfsbezetting (1972) van Enka, een dochter van Akzo. „Dat was wel een tijd waarin de Nederlandse bedrijven nog Nederlands waren.”

In de economische malaise van begin jaren tachtig volgde een reeks conflicten, met buitenlandse eigenaren, zoals de sluiting van de sigarettenfabriek van British American Tobacco (Batco) in Amsterdam en de verplaatsing van de productie naar Brussel. Verplaatsing was rendabeler. De rechter verbood dat. De afgelopen jaren waren er conflicten tussen vakbonden en buitenlandse eigenaren bij Hoogovens en PCM Uitgevers.

De rechter – doorgaans is dat de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof die ook de Organon-zaak behandelt – maakte in de Batco-zaak duidelijk dat het bestuur en de commissarissen van de Nederlandse vestiging bij de besluitvorming een eigen verantwoordelijkheid hebben. Zij kunnen zich niet zomaar beroepen op het argument: de beslissing komt van hogerhand en overzee. Dat is nu voor de commissarissen van Organon aanleiding om nee te zeggen tegen reorganisatieplannen.

De tweede rode draad in de vonnissen is het proces van de besluitvorming: de ondernemingsraad verdient inzicht in de afweging van belangen (banenverlies versus aandeelhoudersrendement). Het zou wel eens zo kunnen zijn dat MSD in zijn mondiale sluitingsplan dat Nederlandse aspect voor zijn Nederlandse dochter niet slim heeft aangepakt, oppert Brink.

De rechter blokkeert reorganisaties niet, mits voorzien van een adequate uitleg. Een ruimhartig sociaal plan helpt ook. Dat maakt reorganiseren prijzig. De sluiting van de Batco-fabriek in Zevenaar twee jaar geleden kostte 235 miljoen euro. De sluiting van de Berghuizer Papierfabriek in Wapenveld (door het Zweedse StoraEnso) in 2007 kostte 170 miljoen.

Een internationale onderneming kan zijn beleid uiteindelijk wel uitvoeren. Dat is volgens Brink het grote voordeel: „Neem Organon. Als de rechter de reorganisatie verbiedt, redt je 2.000 banen, maar je houdt misschien wel 10.000 banen buiten de deur omdat internationale bedrijven hier niet willen investeren.”